Leken, die de overgrote meerderheid vormen in de Kerk, zijn geroepen tot de heiligheid, in en doorheen de heiliging van de realiteiten van de huidige wereld.
Sommige artikels lijken van bij hun publicatie overweldigend omdat ze boordevol staan met gegevens, data, citaten, getuigenissen, voetnoten, vergelijkingen, minutieuze analyses, gecompliceerde argumenten… De lezer voelt zich tenslotte overladen en overtuigd een wetenschappelijke autopsie bijgewoond te hebben. Nochtans volstaat het dat de patholoog zich van orgaan vergist heeft — dat hij bijvoorbeeld de hersens genomen heeft in plaats van het hart — opdat de diagnose op zijn minst foutief zou zijn.
Dat is wat gebeurt bij sommige recente analyses die gepubliceerd werden in diverse fora en in digitale periodieken over bepaalde kerkelijke realiteiten verschenen in de 20ste eeuw.
Niet omdat sommige feiten onwaar zijn. Evenmin omdat er, in de schoot van de Kerk, geen ernstig machtsmisbruik heeft plaatsgevonden — dat ontkennen zou onrechtvaardig zijn jegens de slachtoffers —, maar omdat er een poging wordt gedaan om bepaalde spirituele realiteiten uit te leggen door het deel en het geheel te verwarren, en door de noodzakelijk bovennatuurlijke visie te negeren en door ongepaste categorieën te gebruiken. Het is een beetje zoals de temperatuur meten in kilometers.
Natuurlijk zijn er tekortkomingen, alle mogelijke menselijke tekortkomingen: overmatige ijver, intellectuele hoogmoed, foutieve opvatting van gezag, de wens om goed over te komen in de ogen van de meerdere, ongezonde gevoelens… Niets nieuws onder de zon.
Maar spirituele realiteiten, die herkenbare vruchten dragen zowel op persoonlijk als institutioneel niveau, beoordelen op basis van gerichte menselijke tekortkomingen, is op zijn minst onrechtvaardig.
Dan komen we tot het generaliseren en verwarren van een ding met een ander.
Geestelijke begeleiding met manipulatie van het geweten. Gehoorzaamheid met emotionele chantage. Vorming met indoctrinatie. Eenheid met uniformiteit. Charisma met de cultus van de stichter. Geestelijke familie met sektarisme. Vrije toewijding met gedwongen ontvoering… En het is juist daar dat de dwaling begint.
Want er is een voorafgaande vraag die zelden gesteld wordt: van waaruit beleeft een religieuze zijn relatie met God? En een andere, volkomen verschillende vraag: van waaruit leeft een leek? Natuurlijk is het antwoord niet hetzelfde.
Eeuwenlang was het contemplatief leven bijna uitsluitend verbonden met het klooster. Wie zich totaal aan God wilde wijden, verliet de wereld. Hij gaf zijn beroep op, zijn patrimonium, zijn oorspronkelijke familie en de mogelijkheid er in eigen persoon een nieuwe te stichten, evenals zijn autonomie, en trad in een klooster binnen.
Daar was het volkomen logisch dat er een strikte gehoorzaamheid heerste, een gemeenschappelijke regel, een heel nabij gezag, een organisatie die tegelijk haast familiaal en hiërarchisch was. Dat alles beantwoordde aan een heel concrete manier van het Evangelie beleven.
Nochtans in de 20ste eeuw, zoals de Geest waait waar hij wil en steeds zoekt wat best is voor het heil van de zielen, kwam een radicaal andere ingeving op in de schoot van de Kerk. Een ingeving die niet uitnodigt om zich af te keren van een wereld die door God gewild is maar die, aan zichzelf overgeleverd, tenslotte tot ontbinding overgaat.
Ze nodigt daarentegen uit om er te blijven, zoals het bloed het lichaam niet verlaat opdat het niet zou sterven. Ze nodigt uit om God te ontmoeten juist daar waar anderen alleen een bureau, een laboratorium, een atelier, een ziekenhuis, een universiteit of een keuken zien. Dan gebeurt de contemplatie niet langer alleen in een klooster. Voortaan wordt haar natuurlijk kader het verkeer, de dokterspraktijk, het klaslokaal, het kantoor, de fabriek, de moestuin, de kroeg op de hoek of de gemeentelijke stortplaats. Dat verandert absoluut alles.
Maar dat wordt niet bereikt door aangeboren kennis. Wie contemplatief tracht te zijn te midden van de wereld en van de beroering van de massa, heeft nood aan een intens innerlijk leven. Intens, want niemand rondom hem deelt deze geest en de omgeving trekt hem, soms hevig, naar beneden.
Er zijn geen klokken om u te verwittigen. Er zijn geen vaste kloosteruren te respecteren. Er zijn geen “verheven” lezingen tijdens de maaltijd. Er is geen kloosterstilte, of een abt in nabijheid om je te leiden.
Er zijn vergaderingen, leningen die terugbetaald moeten worden, jonge kinderen of tieners, wachten, klanten, facturen, files, het salaris dat lang uitblijft, diverse familieproblemen, televisie, gsm, internet, bekoringen, zonde en wanorde…
En het is juist daarom dat hij nood heeft aan voortdurende vorming, geestelijke begeleiding, gewetensonderzoek, aan sacramenten en begeleiding.
Niet omdat iemand zijn geweten zou willen domineren, hem controleren of onderwerpen, maar omdat hij tracht hem de nodige middelen te bieden om een gewoon leven te leiden met een buitengewoon verlangen: God en zijn naaste volkomen beminnen, door de wereld hartstochtelijk lief te hebben.
In die context is het ook niet verrassend dat bijvoorbeeld een gewone huisvrouw, moeder van meerdere kinderen, werkzaam in een winkel, meer katholieke zin heeft en de theologie beter kent dan haar pastoor. Dat kan pijn doen.
Voor diegenen die het nog altijd niet begrijpen, schijnt biechten bij een priester die in dezelfde geest leeft of geestelijke leiding ontvangen hun een vorm van verleiding van het geweten te zijn. Welnu deze conclusie is even absurd als volhouden dat men, wanneer men problemen met de ogen heeft, een traumatoloog moet raadplegen, of dat een topsporter slachtoffer is van uitbuiting op het werk omdat hij een veeleisende trainer heeft.
Natuurlijk kan iedere menselijke realiteit ontaarden. Geestelijke begeleiding, gehoorzaamheid, vriendschap, familie, huwelijk en zelfs journalistiek ook, wanneer zij op sensatie belust, partijdig en, heel vaak onjuist worden. Maar misbruik definieert niet de natuur van wat misbruikt is (abusus non tollit usum).
Een echtgenoot kan een agressor worden. Dat maakt van het huwelijk nog geen vorm van mishandeling. Een arts kan een crimineel worden. Dat maakt van de geneeskunde nog geen soort georganiseerde misdaad.
Er zijn ongetwijfeld stichters geweest die levens gebroken hebben. Dat vraagt om gerechtigheid. Herstel. Zuivering. Maar deze gevallen gebruiken om achteraf een oordeel te vellen over alle kerkelijke realiteiten, waarvan het doel, op de een of andere manier, is de heiligheid te bevorderen onder de leken, veronderstelt dat iedere vorm van geestelijk gezag onvermijdbaar eindigt in een autoritarisme dat het privé leven binnendringt. Dat is een generaliserende redenering en, bijgevolg, fout.
Diegenen die deze vergissing delen, zijn ervan overtuigd dat een intens spiritueel leven een leek automatisch omvormt in monnik of non verkleed als gewone burger, anders is het onmogelijk.
Terwijl exact het tegenoverstelde gebeurt. Hoe authentieker deze roeping is, hoe meer wordt diegene die ze beleeft helemaal leek. Hij ontvlucht de wereld niet, hij heiligt hem. Hij verlaat de tijdelijke realiteiten niet, hij heiligt ze van binnen uit. Hij verandert niet van decor, hij verandert van blik. Wat plat en zwart en wit was is voortaan in 3D en in kleur. Wat een obstakel was is inmiddels de essentie.
Misschien is de fundamentele fout van deze analyse helemaal anders. Gedurende eeuwen wist de Kerk perfect wat een monnik was. Wat een broeder was. Wat een non was. Wat een priester was. Maar wij zijn nog aan het leren wat het betekent om een leek te zijn die volledig contemplatief is zonder op te houden volledig leek te zijn.
En zolang deze nieuwigheid niet volledig begrepen zal zijn, zullen velen deze roeping interpreteren met een wereldse visie of doorheen categorieën geërfd van het klooster. Zij zullen religieuzen zien daar waar er nooit geweest zijn. En zij zullen er inmenging of een afpakken van roepingen in zien, omdat men God niet vrij laat zijn.
Zij zullen sekten of obscure monastieke obediënties zien daar waar er enkel een engagement in totale vrijheid is. Zij zullen perverse controlemechanismen zien daar waar anderen hulp vinden om het Evangelie te beleven in de schoot van een samenleving die juist agressief in de tegenovergestelde richting duwt.
Het is geen wonder. Het is altijd verleidelijk om een nieuwe realiteit te interpreteren met behulp van oude categorieën. Maar het zou juist tegengesteld zijn aan de horizon door Christus geopend: de heiligheid herleiden tot een kaste verzameld rond de tempel, terwijl de wereld bezwijkt.
“Nieuwe wijn in nieuwe zakken”; Hij heeft de bekering en de heiligheid van allen en van alles gewild. Daarom nam hij ons vlees en onze wonden aan, niet zoals een spook zijn kleed opnieuw aandoet, niet zoals een koning zijn troon bestijgt, maar als een God die mens wordt in de schoot van een vrouw, werkt in een timmerwerkplaats en sterft als een misdadiger op een kruis.
Misschien dat het probleem is dat sommigen, vooral van buitenaf maar ook van binnenuit, zo een bijzonder charisma niet begrepen hebben, maar dat ze nog niet duidelijk gevat hebben wat “de universele roeping tot de heiligheid” betekent.
Want misschien bestond de grote spirituele herontdekking van de 20ste eeuw niet in het afzonderen van mensen van de wereld opdat ze zo heiliger zouden worden, maar, in navolging van de eerste christenen, te begrijpen dat de wereld geheiligd kan worden van binnen uit, door te leven om van de schepping een offerande aan God te maken zoals Hij het bedoeld heeft.
José Carlos Súbtil is arts gespecialiseerd in gastro-enterologie. Bron: https://www.religionenlibertad.com/opinion/260804/epica-laicado-fiel-siempre-entiende_119478.html. Originele titel : “Het epos van de gelovige leken… dat men niet altijd begrijpt”. Dit artikel werd uit het Frans vertaald door Jos en Helene Van Dyck.
