Bestaat er een ethisch draagmoederschap?

Constance du Bus | Gepubliceerd op .

Kan men toelaten dat een vrouw het kind van een andere vrouw “draagt”? Een beschouwing van Constance du Bus, gepubliceerd in Le Soir op 3 december 2021.

 

Op 6 november ll. hebben vrouwen die de CIAMS, een internationale coalitie voor het afschaffen van draagmoederschap, gemanifesteerd voor The Hotel in Brussel, tegen de organisatie van een (jaarlijks) salon waar Noord-Amerikaanse bedrijven promotie maken voor het draagmoederschap. Er worden daar contracten voorgesteld, waarin draagmoeders worden ingezet met het oog op het waarborgen van de overgave van een kind vanaf de geboorte aan het opdracht gevende koppel. Rekening houdende met de talrijke betrokken commerciële tussenpersonen (agentschappen, klinieken, advocaten, enz.), varieert de prijs voor zo een transactie tussen 90.000 en 160.000 euro. De draagmoeders en de vrouwen die hun eicellen aanbieden kunnen gekozen worden uit een cataloog.

Wel bewust dat instemming niet volstaat om een onwaardige praktijk — de geschiedenis heeft het ons al te duidelijk getoond — te rechtvaardigen, spant de feministische groepering zich in om te herhalen dat “het verlangen naar een kind noch het gebruiken van vrouwen als een instrument noch het kopen en verkopen van kinderen rechtvaardigt”.

Een tiental dagen later, kondigde de Vlaamse Christendemocratische partij (CD&V) voor het eerst aan open te staan voor de legalisatie van het niet-commercieel draagmoederschap, terwijl ze vasthoudt aan haar wens om commercieel draagmoederschap te verbieden. Zij sluiten zich zo aan bij de positie van de Vlaamse socialisten (Vooruit) en liberalen (Open VLD). Aan Franstalige kant echter zwijgen de partijen momenteel over de kwestie. En toch… als de CD&V, die traditioneel nogal behoedzaam omgaat met ethische kwesties, zich opstelt ten gunste van draagmoederschap, moet men dan binnenkort een omslag van het recht in die zin verwachten?

Als instrument en als ding beschouwen

Zo’n vooruitzicht is enorm aanstootgevend voor de vrouwen. Want het probleem van het draagmoederschap beperkt zich niet tot het lucratief aspect ervan. Het komt door het lichaam van de vrouw als een instrument te beschouwen, en dus van de vrouw als zodanig. Overigens zou elke persoon die bezorgd is om de mensenrechten in opstand moeten komen tegen een praktijk die het kind tot voorwerp van een contract maakt en frontaal het principe van onbeschikbaarheid van de persoon schendt. Deze twee realiteiten vormen de kern van ieder draagmoederschap, of die vergoed wordt of niet. Daarom is het concept zelf van een ethisch draagmoederschap een hersenschim, met de bedoeling de praktijk van een ethisch kwaliteitslabel te voorzien om haar vervreemdend karakter beter te verstoppen. Het gaat hier niet om het lijden van koppels te ontkennen wier kinderwens diepgeworteld en legitiem kan zijn en die tot deze praktijk hun toevlucht willen nemen, maar men kan ook de even legitieme vraag niet vermijden naar de prijs waartegen dit verlangen gerealiseerd wordt, namelijk het als een instrument beschouwen van het vrouwenlichaam en het als een ding beschouwen van het kind.

De wetenschap informeert ons steeds beter over de intense fysiologische en emotionele interactie tussen moeder en kind tijdens de zwangerschap. Het lichaam van de vrouw verandert significant door de aanwezigheid van het nieuwe wezentje dat het herbergt. Het lichaam heeft te maken met ingrijpende hormonale en emotionele veranderingen maar niet enkel dat: de interactie moeder-kind gaat zo ver dat DNA-fragmenten van de foetus in het bloed van de moeder circuleren (Lo et al., “Maternal Plasma DNA Sequencing Reveals the Genome-Wide Genetic and Mutational Profile of the Fœtus”, Science Transnational Medecine , 8 Dec. 2010). Weet men overigens dat tijdens de zwangerschap de foetus stamcellen afgeeft die door de placenta gaan, zich integreren en overleven in het beenmerg van de moeder? Deze cellen hebben herstellende eigenschappen die helpen bij de genezing van wonden van de moeder, zelfs na de geboorte (Castela, M. et al. “Ccl2/Ccr2 signalling recruits a distinct fetal microchimeric population that rescues delayed maternal wound healing | Nature Communications”, Nat. Commun. 8 – 15463, 2017). Er is ook de hele zintuiglijke interactie: de reactie van het kind op de stem van de moeder, van de vader, op het aanraken van de buik door de een of ander (Fr. Veldman, Haptonomie. Wetenschap van de affectiviteit, uitg. Bijleveld, 2003).

Banden die niet verbroken mogen worden

Zijn we in een tijdperk, waar men de weldaden van contactspelletjes met het kind gedurende de zwangerschap prijst, het prenataal zingen, of huidcontact tijdens de geboorte, zo schizofreen geworden dat we geen rekening houden met iedere band die gecreëerd zou worden tussen het kind en de moeder die het draagt als het over draagmoederschap gaat? Met welk recht gaat men trachten deze intense relatie tussen de vrouw en het kind te vermijden, of een pijnlijke breuk veroorzaken als deze relatie er ondanks alles komt? Wat zijn sporen achterlaat op het lichaam laat sporen na op de persoon. Psychiaters en kinderpsychiaters kunnen overigens getuigen over de schadelijke gevolgen van traumatismen beleefd in de baarmoeder of tijdens de geboorte. De banden verbreken die de natuur met zoveel zorg creëert: staan we hier niet voor een andere ecologische ramp die zich op menselijk vlak afspeelt?

Rekenen we af met het vals dilemma volgens hetwelk we een “niet-commercieel en afgebakend draagmoederschap” zouden moeten toestaan om de verkoop van kinderen en het verhuren van de baarmoeder radicaal uit te bannen. De basisproblemen blijven. Ze werden overigens door het Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-ethiek aangekaart in een advies in 2004: problemen i.v.m. de affectieve band van de draagmoeder met het kind, relationele problemen tussen de draagmoeder en haar omgeving (andere kinderen, partner…); tussen de wensouders en de draagmoeder, medische problemen van een zwangerschap en specifieke risico’s in samenhang met de bevruchting in vitro (hyperstimulatie van de eierstokken, miskramen…), niet te vergeten de moeilijkheid om een duidelijke lijn te trekken tussen betaling en financiële compensatie voor een draagmoederschap. En zelfs als het kind toegang krijgt tot de identiteit van diegene die het gedragen heeft — een voorwaarde die als ethische waarborg wordt voorgesteld door de genoemde partijen — zal dat dan de wonde van een georganiseerde scheiding compenseren? Tenslotte, wat gebeurt er met het kind indien het niet “conform” met het contractueel project geboren wordt, bijvoorbeeld wanneer het een handicap heeft?

Ongetwijfeld zal men daarop scherp reageren “dat draagmoederschap sowieso gebeurt in België en dat het soms goed afloopt”. Deze overweging stelt een meer algemene beschouwing over bio-ethische vragen aan de orde: zijn we nog veeleisend genoeg om te mikken op het beste voor de mensheid en in menselijkheid, of streven we inmiddels naar een goedkoper doel, dat erin bestaat de wensen van elkeen te voldoen zonder er de werkelijke menselijke prijs van af te wegen?

Constance du Bus is juriste en belast met studies aan het Europees Instituut voor Bio-ethiek. Bron: https://www.lesoir.be/410165/article/2021-12-03/existe-t-il-une-gpa-ethique. Gepubliceerd op 3/12/2021. Deze tekst werd uit het Frans vertaald door Jos en Helene Van Dyck.

Tags: Bioethiek Draagmoederschap