Overbevolking: een terechte vrees?

Gérard-François Dumont | Gepubliceerd op .

De vrees voor overbevolking komt regelmatig op de voorgrond, nog steeds blijven er erfgenamen van Malthus leven.

 

U zei overbevolking?

Deze telkens weerkerende vrees is heel wat ouder, men vindt die reeds bij Plato, bij Bacon of Hobbes. Ze is gefundeerd op de vrees dat een te talrijke bevolking zich niet zou kunnen voeden, wat rampen zou veroorzaken! Recent voorspelde de Franse agronoom René Dumont in de jaren 1960 dat “80% van de wereldbevolking ondervoed zal zijn in het jaar 2000”. Rond dezelfde tijd publiceerde de Amerikaanse bioloog Paul Ehrlich The Population Bomb (1968) die vreselijke hongersnoden wegens overbevolking aankondigde die een vijfde van de bevolking rond 1980 zag verdwijnen bij gebrek aan voeding. We halen nog James Loverlock aan die, verwijzend naar de ecologische druk, tot een deling van de wereldbevolking door twaalf riep, zonder duidelijk te stellen hoe hij zulk resultaat dacht te bereiken!

Wat opmerkelijk is, is dat geen enkele van deze rampenvoorspellingen zich heeft voorgedaan; alle zijn ze vals gebleken, het tegendeel is zelfs werkelijkheid geworden.

Demografie en fantasma!

Enerzijds heeft de graad van ondervoeding, ver van te stijgen met de bevolking, niet opgehouden te dalen: van 1966 tot 2000 is hij van 30% teruggevallen tot 14 % in plaats van de 80% te bereiken die door onze ongeluksprofeten waren voorzien. Anders gezegd, men voedt thans een bevolking van 7,5 miljard mensen beter dan eertijds een kleinere wereldbevolking. En het voedselgebrek zou nog kleiner zijn zo er geen gebrekkige besturen en oorlogen waren.

Anderzijds was de zo geduchte “demografische explosie” voor het nieuwe millennium slechts een fantasma. De gemiddelde evolutie van de bevolking in de wereld is sedert het einde van de jaren 1960 gekenmerkt door een continu vertraging, in overeenkomst met de logica van de demografische overgang. Ehrlich voorzag bv. in 1968 een bevolking van 66 miljoen voor Calcutta, die nu “slechts” 17 miljoen inwoners telt.

De demografische overgang omvat twee stappen. De eerste is deze tijdens welke de economische en de sanitaire vooruitgang een zeer belangrijke vermindering van de kindersterfte en van de sterfte van vrouwen in bevalling laten optekenen. De tweede stap is van een andere aard. Hier komt de verandering voort uit een lager geboortecijfer omdat de paren een opmerkelijke verbetering van het overleven van hun pasgeborenen hebben bewerkt; er zijn dus niet zo vele geboorten nodig om aan de verhoopte afstamming te geraken.

Dit mechanisme van demografische overgang verklaart een ongekende demografische aangroei in de wereld sedert twee eeuwen. Het spreekt zo een frequente overtuiging tegen dat de vermenigvuldiging met zes van de wereldbevolking tijdens die periode zou voortkomen uit een sterke vermeerdering van de geboorten, aan een tendens van de paren naar een ongebreidelde vruchtbaarheid. Dit is geenszins het geval. De demografische groei komt in feite voort uit de vooruitgang, die een opmerkelijke vermindering van de sterfte heeft teweeggebracht, die een ontzaglijke aangroei van de levensverwachting deed ontstaan, niet een aangroei van het geboortecijfer. Inderdaad is het gemiddelde vruchtbaarheidscijfer in de wereld overgegaan van 5 kinderen per vrouw naar 2,4, hetzij een vermindering van 50%.

Anders gezegd, buiten Afrika, laatste regio van de wereld waar de demografische overgang nog niet beëindigd is, de rest van de planeet— zeker met nuances volgens de landen — groeit slechts licht aan ingevolge inertie, en kent dikwijls een demografische winter die reeds in een twintigtal landen een ontvolking teweegbrengt.

De vrees voor overbevolking

Deze vrees voor overbevolking, vroeger gebaseerd op de vrees voor gebrek aan voeding, is “verrijkt” met een ziekelijke angst van de mens voor het vernielen van de natuur. Zeker, bepaalde menselijke activiteiten zonder respect voor het milieu kunnen schadelijk zijn; maar telkens men de mens heeft uitgesloten uit de natuur die men aan haarzelf heeft overgelaten, heeft dat geleid tot ecologische rampen, want bij gebrek aan onderhoud en regeling kan de biodiversiteit niet opleven (zie de voorbeelden in Australië of in Frankrijk in een gedeelte van het woud van Fontainebleau).

Is er een maximum aantal mensen dat de aarde kan dragen? Hierop is geen antwoord, tenzij door te zeggen dat de mens geen vijand is van de natuur: verbeelden wij ons eens dat men alle bewoners van de planeet zou samenbrengen op het gebied van de Verenigde Staten, dan zou men een bevolkingsdichtheid hebben gelijk aan wat ze nu in de regio Île-de-France is.

Ten slotte moeten we het feit benadrukken dat de toekomst niet geschreven is en dat geen enkel aangekondigd cijfer van de wereldbevolking zeker is, want er komen te vele factoren tussen. Wat daarentegen echter zeker is, is dat de inertie die eigen is aan de demografische werkelijkheid met zekerheid maakt dat de 21ste eeuw op een ongeziene wijze een verouderingsproces van de bevolking zal kennen, en zulks met een ongeëvenaarde intensiteit die het specifiek verschijnsel van onze eeuw zal zijn.

Gérard-François Dumont is professor aan de Sorbonne-universiteit, internationaal erkend demograaf, voorzitter van het tijdschrift “Population & Avenir”, in het bijzonder auteur van “Géographie des populations. Concepts, dynamiques, prospectives”, Armand Colin, 2018. Bron: https://lanef.net/2020/03/02/vous-avez-dit-surpopulation/. Deze tekst werd uit het Frans vertaald door Walter Van Goethem.

Tags: Overbevolking