Negen redenen om de seksualiteit te bewaren tot aan het huwelijk

Geschreven door Linde Declercq op .

Celibaat, onthouding en huwelijksliefde, volgens een jonge getrouwde juriste.

 

 

In een opiniestuk voor Emmaüs (2018/3, p. 37-38) doet broeder René Stockman, generaal-overste van de pauselijke congregatie van de Broeders van Liefde, een aantal interessante vaststellingen over de manier waarop de mainstreamopinie vandaag kijkt naar het celibaat. Deze zijn illustratief voor de westerse tijdsgeest in het algemeen.

In deze bijdrage poog ik een parallel te trekken met een ander onderwerp, waar dezelfde vaststellingen even geldend zijn. Met name: de keuze van een verliefd koppel om de seksualiteit te bewaren tot aan het huwelijk.

Dit onderwerp is in die zin verschillend van het celibaat: waar de huidige maatschappij ergens nog vertrouwd is met de institutie van het celibaat voor priesters en religieuzen, is zij dat hoegenaamd niet meer met de onthouding voor het huwelijk. In amper enkele decennia tijd is deze christelijke levensweg verworden tot een hopeloos ouderwetse keuze, die stamt uit een vervlogen tijd, en die op zijn best nog is weggelegd voor bebrilde internaatsmeisjes van het kwezelachtig type. Vele koppels die vandaag voor de katholieke Kerk trouwen (en die vaak al een tijdje samenwonen) hebben er zelfs geen benul van dat dit nog een geldend gebod, zelfs belangrijk gebod is.

Hieronder schets ik enkele bedenkingen om de periode van het wachten vóór het huwelijk anders te bekijken, met behulp van citaten over het celibaat vanwege broeder Stockman.

“Het godgewijde celibaat (…) vergt op de allereerste plaats de ondersteuning van een diep spiritueel leven.”

Vaak hoort men als kritiek op een bepaald gebod van Jezus (of het nu het verbod op roddelen, 8ste gebod, is, of het gebod om open te staan voor het leven, 5de/6de gebod): dat is toch niet haalbaar.

Dit is juist. Wij zijn mensen, we zijn zondaars, en een vlekkeloos leven is voor ons volstrekt onhaalbaar.

Maar, en dit is eveneens juist: “wie God niet bij zijn berekening betrekt, kan niet tellen”. Hoeveel van de mensen die het nalaten van roddelen of het openstaan voor nieuw leven als onrealistisch voorstellen, hebben werkelijk reeds alle middelen aangewend die Jezus ons op aarde heeft nagelaten?

Wij bezitten een werkelijke schat — het persoonlijk gebed met God, het mediteren van het Woord van God, het ontvangen van de Heer zelf in de Eucharistie, de zuiverende en stimulerende biecht, de zeven gaven van de Heilige Geest, de ingestorte deugden, de hulp van onze Engelbewaarder, de devotie tot Maria, de voorspraak van alle heiligen, … — het volle leven van de heiligmakende genade, met andere woorden, dat God niet ophoudt ons te schenken (cf. heilige Johannes Paulus II, Familiaris Consortio, nrs. 33 en 84). Chesterton kon terecht zeggen: “the Christian ideal has not been tried and found wanting, it has been found difficult and left untried.”

“Daarmee is niet gezegd dat we geen begrip zouden hebben voor hen die het moeilijk hebben met het celibaat. Iedere levensstaat kent zijn moeilijkheden, en trouw zijn aan een levensstaat is een opdracht van iedere dag opnieuw.”

De liefdeseisen van Jezus zijn moeilijk, zeer moeilijk, maar precies daarom halen ze het beste in de mens naar boven.

“Wanneer men daarin [in zijn spiritueel leven] geen vervulling vindt, is het quasi logisch dat men op zoek zal gaan naar andere wegen om levensvervulling te vinden.”

Het verlies van innerlijkheid, van het gebedsleven, het “van aangezicht tot Aangezicht”, heeft altijd een wending naar het externe tot gevolg, waarbij de mens zijn eigen natuur en zijn ware geluksbestemming verlaat. Vormen van samenleven en van seksualiteit zijn vandaag legio. In dit domein is de mentaliteit van menselijke maakbaarheid ten diepste doorgedrongen. Alleen een oorspronkelijk contact met Jezus en een authentiek gebedsleven kan de mens vervulling verschaffen, hem naar zijn ware geluk en zijn echte zelfverwerkelijking terug brengen.

“Ik zeg ook niet dat het leven in seksuele onthouding geen opgave inhoudt, geen discipline vergt, noem het een ascese. Dit wordt vandaag extra moeilijk begrepen wanneer men zich louter blindstaart op de onthouding, zonder zich af te vragen waarom men voor onthouding kiest.”

Dit doet mij denken aan de uitspraak van een priester die ik treffend vond om tal van maatschappelijke discussies beter te begrijpen: “het hedendaagse spreken over God en de Kerk berust op één verkeerde premisse, dat God tégen mijn persoonlijk geluk in zou gaan, dat hij een spelbreker zou zijn — terwijl God mijn Vader is, die precies de weg is om mijn ware geluk te bereiken.” (deze misvatting komt allicht voort uit een verkeerde filosofische onderbouw, die opgang maakte vanaf de 14de eeuw. Met name het nominalisme: God wordt gezien als een hoogste zijnde onder alle zijnden, en niet als het Zijn zelf, waardoor het geluk van de andere zijnden noodzakelijk afneemt als het geluk van het hoogste zijnde toeneemt: “if God gets more glory, I get less glory”).

Wachten voor het huwelijk: waarom zou een koppel ervoor kiezen? Kan kuisheid buiten zijn negatieve connotatie überhaupt ook een positieve invulling krijgen?

Welzeker!

De hedendaagse, vanzelfsprekende en breedgedragen visie op seksualiteit kan samengevat worden in enkele proposities: (1) seksualiteit hoort bij een relatie tussen verliefde mensen; (2) je moet het doen wanneer je er klaar voor bent; (3) alles is mogelijk, op uitsluitende voorwaarde van wederzijdse toestemming; en (4) je moet gepaste “veiligheidsmaatregelen” nemen tegen ongewenste zwangerschap of ziekte.

Deze visie kan één ding niet bieden, waar het menselijk hart nochtans naar snakt: schoonheid.

De christelijke visie over seksualiteit is van een onmetelijke schoonheid. Ik tracht dit te illustreren met behulp van enkele premissen.

Het seksuele staat in de christelijke traditie gelijk aan het heilige, het mooie, het verborgene, het intieme. In tegenstelling tot de populaire cultuur drijft het christelijk geloof geen wig tussen wat seksueel is en wat heilig is.

De seksualiteit is, volgens het christelijk geloof, een volmaakte zelfgave. Een gave — dit wil zeggen een schenking, en in het civiel recht luidt het adagium: Donner et retenir ne vaut (Als men iets terugneemt na het geschonken te hebben kan er geen sprake zijn van een schenking.). Ik geef mijzelf volledig, met lichaam én geest, want de mens is meer dan materie alleen. De huwelijksdaad is een lichamelijke weerspiegeling van de wilsbelofte tijdens de huwelijksceremonie: “ik ben voor altijd de jouwe” (in die grote belofte staan de gehuwden er niet alleen voor, want er is Iemand die zich garant stelt voor de levenslange trouw van de gehuwden: God, de eeuwig trouwe en barmhartige zelf). Ik geef mijzelf volledig, met inbegrip van mijn vruchtbaarheid bovendien: ik geef mijzelf als persoon.

Johannes Paulus II aarzelde niet om de vergelijking tussen de menselijke liefde en de goddelijke liefde tot op dit punt door te drijven: de eenwording tussen man en vrouw is wat op aarde het dichtste in de buurt komt van de weerspiegeling van God.

De periode van het wachten geeft een stevig fundament aan de relatie. Zelfbeheersing is een goed dat vandaag niet meer gepromoot wordt, en dat nochtans noodzakelijk is voor een huwelijk (denk aan een opkomende verliefdheid tot een derde persoon, periodes in het huwelijk waarin het medisch niet opportuun is om gemeenschap te hebben, lange verwijdering van elkaar, …). Meer — het koppel bouwt zijn relatie op Christus zelf: “And the rain fell, and the floods came, and the winds blew and beat upon that house, but it fell not, for it was founded upon a rock.” (Mt 7, 25)

De onthouding voor het huwelijk garandeert ook dat de man de vrouw niet gaat objectiveren (gebruiken als middel tot eigen genot). Men leert elkaar bekijken als persoon, als iets waardevols op zichzelf, die het waard is om op te wachten, die men nooit kan “grijpen”. Kan de MeToo-beweging hier niets van leren?

De onthouding voor het huwelijk is een uitmuntend hulpmiddel om te groeien in onbaatzuchtige liefde voor elkaar. Je leert immers liefhebben zonder er iets voor terug te krijgen. Is de onbaatzuchtige Liefde ook niet wie God is…?

Door het openstaan voor het leven krijgt iedere huwelijksdaad iets “oneindigs”. Een nieuw kind, en uit dat kind nog een nieuw kind, … kan geboren worden. Dat is als het ware het goddelijke en het mysterievolle dat aan het menselijke wordt toegevoegd.

Het is economisch, noch praktisch, noch emotioneel gemakkelijk om tegen de stroom in te gaan en het samenwonen uit te stellen tot aan het huwelijk — het kost. Precies daarom is het zo waardevol. Offers leren brengen voor elkaar is de beste leerschool voor een duurzaam huwelijk.

Het is zoals met Sinterklaas: het wachten maakt het cadeau nog mooier. En is er iets méér romantisch dan opgehaald worden door de bruidegom in het ouderlijk huis, dat je nu voorgoed verlaat?

We kunnen besluiten. Het westerse paradigma post-mei ‘68 kan één element niet bereiken, waar de mens nochtans diep naar verlangt: schoonheid. Wat we mijns inziens moeten onthouden uit de bijdrage van broeder Stockman, is dat we op zoek moeten gaan naar de schoonheid van het christelijk geloof. Dat we een kans moeten geven aan een intern perspectief dat de inbedding in de theologie en de rijke spiritualiteit van het christendom meeneemt, en dat we ons niet mogen verleiden tot ons blindstaren op de negatieve aspecten ervan, zoals de wereld doet.

Vooral jongeren zullen altijd op zoek blijven naar een liefde die niet gewoon “gewoon” is maar “prachtig”. Geen werelds gedragspatroon kan dit verlangen van hun hart doven.

Wie op zoek is naar meer informatie kan terecht bij het jongereninitiatief Echte Liefde Wacht (www.echteliefdewacht.be). Jaarlijks vindt er een bijeenkomst plaats in Onze-Lieve-Vrouw-Waver.

Linde Declercq (1990) is licenciaat in de rechten en huismoeder. Deze tekst is een licht aangepaste versie van een artikel dat origineel verscheen in het tijdschrift Emmaüs (afl. 4 jaargang 2018, september/oktobereditie). Hij werd licht aangepast op 18-10-19.

Tags: Huwelijk Kuisheid