De integratie van de moslimgemeenschappen

Geschreven door Samir Khalil Samir op .

Samir Khalil Samir is een Egyptisch jezuïet, specialist van het christelijke en islamitische Oosten. In zijn boek Les raisons de ne pas craindre l’islam kaart hij de moeilijke vraag aan van de integratie van vreemde gemeenschappen, in het bijzonder van moslims, in Europa. Wij selecteren hier enkele passages uit dit boek.

 

— Bijna alle landen die de laatste jaren de integratie van de derde wereld hebben gekend stellen zich vragen over de te volgen weg om zo goed mogelijk de integratie van de vreemdelingen te realiseren. Wat is uw advies over de modellen die totnogtoe in Europa werden aangenomen?

Er zijn drie modellen waarnaar tot op heden wordt verwezen.

1) De assimilatie

Volgens dit schema moet de vreemdeling zich volledig inburgeren, niet enkel in de wetten en in de taal van het opnemend land, maar ook in de cultuur en de gewoonten ervan, door te verzaken aan zijn persoonlijke eigenschappen. Zulks is in hoofdzaak het Frans recept, voorgesteld in naam van de laïcité die stelt dat iedereen theoretisch gelijk is voor de Staat. Het is een recept dat zijn beperkingen heeft getoond want het vooronderstelt en vereist een integraal identificeren van de burger met de Staat en het onderdrukken van ieder verschil, iets dat in feite moeilijk te realiseren en te controleren is.

2) De melting-pot

Dit is het Amerikaans model van smeltkroes waar de migranten moeten versmolten worden met de lokale bevolking, terwijl zij enkele prerogatieven op het vlak van cultuur en gewoonten behouden. Dit model heeft als verdienste het gevoel van de minderheden dat zij behoren tot de grootste natie van de wereld te versterken, door hun een gewettigde fierheid te geven, gesymboliseerd door de vlag, het volkslied en het deelnemen aan enkele grote collectieve gebeurtenissen.

Toch toont de melting-pot zijn beperking juist ten gevolge van nieuwe migrantenstromen en van de verschillen van de demografische groeicijfers; factoren die een crisis veroorzaken van het geheel van gedeelde waarden, die de harde kern van de Amerikaanse maatschappij hebben gevormd, de Wasp (white anglo-saxon protestant). Zij die minderheden waren, zijn reeds of zo goed als gereed om meerderheden te worden, die rechten en macht opeisen, het evenwicht verbreken, nieuwe normen willen.

3) De multiculturele maatschappij

Het derde model, dat in Europa met aandacht wordt bekeken, is dat van het multiculturalisme. Het baseert zich op het principe dat alle culturen hun waardigheid hebben en gemakkelijk kunnen samen bestaan en dat het veelvoud der uitingen op zich een waarborg is voor een verrijking en een verbetering van het sociale samenleven.

Deze stelling kan worden samengevat in een slogan die reeds voor andere thema’s en in andere, niet ver verwijderde tijden werd gebruikt: “Het verschil is mooi”. Ze komt voort uit het culturele relativisme en brengt het juridisch relativisme mee, namelijk de poging tot het wettigen, ook op het gebied van het recht, van de verschillen die eigen zijn aan de in Europa ingeweken minderheden. Dat alles lijkt perfect te werken zolang het theoretisch blijft, maar wanneer wij denken aan de praktische gevolgen van het multiculturalisme springen talrijke gebreken aan samenhang in het oog. Zo zeg ik aan de migrant: “Je bent Egyptenaar, je cultuur is zeer mooi, je hebt eeuwen beschaving achter jou, bewaar je Egyptische eigenheid en bekommer je niet om je te integreren want de Europeanen zullen zich ook verrijken met je verschillen”; het is logisch dat de Egyptische migrant zich tracht terug te vinden vooral met anderen van zijn land, dat hij in zijn taal met hen spreekt, dat hij tracht te leven zoals in Egypte. De Egyptenaren zullen zich groeperen om een microcosmos te vormen die de voorloper is van een getto. Voor de kinderen dreigt het risico nog groter te worden wegens het dualisme tussen hun cultuur van oorsprong en deze van het onthaalland waarmee de jongeren zich klaarblijkelijk willen identificeren. Op de school leert men Belg, Italiaan, Fransman, enz. te worden, maar thuis spreekt men, eet men en leeft men alsof men in Cairo woont. Men komt ertoe een menselijk destabiliserende toestand te scheppen die, op het vlak van het sociale samenwonen, de conflicten dreigt te doen vermeerderen en het behandelen van de geschillen moeilijker te maken. Ik ben ervan overtuigd dat het multicultureel model meer lijkt op een gevaarlijke utopie dan op een na te streven ideaal. Ik zeg dit van uit een realistische benadering en niet vanuit vooroordelen.

— Van waar komt dat wat u noemt de multiculturele utopie?

Er zijn bij het begin een aantal gelijktijdige factoren, waarvan sommige verbonden zijn door een relatie van oorzaak tot gevolg. Er is de zeer menselijke wens zich open te stellen voor het nieuwe, voor alles wat nieuw is, een teken van een dorst naar kennis van de werkelijkheid in haar veelvuldige factoren die echter snel ontaardt in een goedkoop exotisme, in de bewondering van alles wat anders en nieuw is, een trend die in het Westen steeds maar sterker wordt.

Er is ook een houding van relativisme, erfenis van de crisis van ideologische en religieuze zekerheden die de hedendaagse tijd karakteriseert en die uitmondt in een tendens om alles wat bij de traditie hoort in diskrediet te brengen.

Ten slotte is er wat ik noem het meaculpisme, een in het Westen zeer verspreid complex van schuldgevoelens wegens de koloniale ervaring in de derde wereld. Dit complex gaat zover dat men het aanvaarden van ieder cultureel “effect” rechtvaardigt in naam van het relativisme, of wegens het feit dat “men het zo bij hen doet”, of dat men geen discriminatie moet maken tegen de extra-Europese culturen die in het verleden werden verdrukt en dus ook niet tegen degenen die ze thans willen overplanten naar Europa.

Zo dit ideale voorwaarden zijn voor het multiculturalisme, dan zijn de gevolgen ervan voor iedereen zichtbaar; ze raken in het bijzonder de christelijke cultuur. In naam van de eerbied voor de verschillen en van de bescherming van de minderheden vraagt men de kruisbeelden van de muren van de ziekenhuizen te halen, laat men het na de kerstkribbe te bouwen in de school tijdens de kerstperiode, kiest men poëzie of strikt a-religieuze liederen voor de Kerstuitbeelding. Zo, behalve dat zulks een aanslag is op de zeer grote meerderheid van schoolgebruikers, belet men in feite de moslims en zij die bij ander godsdiensten behoren de essentiële elementen van de Europese geschiedenis en beschaving te kennen die eerder van culturele aard zijn dan godsdienstig. Het gaat om uitermate rampzalige vormen van zelfcensuur die conflicten voeding geven in plaats van ze te behandelen en die wijzen op identiteitsproblemen bij hen die ze promoten.

— Tot slot, wat is dan het meest gepaste model om een authentieke integratie in een Europees land te verwezenlijken?

Om te antwoorden zou ik willen uitgaan van een voorbeeld uit mijn jeugd: bij mijn beurt in de keuken moest ik de mayonaise klaar maken voor de gemeenschap jezuïeten waarbij ik leefde. Vermits het ging om honderdvijftig mensen en er toen geen elektrische klopper was, was de zaak niet zo eenvoudig: na het mengen van de eierdooiers, de mosterd en de azijn goot men beetje bij beetje olijfolie bij en begon men snel te kloppen om de mengeling te doen opstijven. Het was een delicate zaak die vooral afhing van de kunst om de ingrediënten bijeen te brengen om een “harde kern” te krijgen die het progressieve opnemen van vijf liter olie toeliet; anders was het werk verloren en de mayonaise “kreeg geen vat”.

Het is hetzelfde met de maatschappij: het is enkel wanneer een “harde kern” bij het begin verzekerd is, een antropologische basis, dat de vreemde gemeenschappen zich kunnen vermengen, zich integreren met de basiselementen, en dat men kan vermijden dat het samenleven van de burgers “ineenstort”, nadat men allicht heeft geloofd dat dit zich kon ontwikkelen volgens de canons van het onverschillig egalitarisme en het zielloos relativisme van de partijgenoten van de multiculturele maatschappij.

Indien wij een naam zouden moeten geven aan dit model van samenleven, zouden wij het de naam geven van model van verrijkte identiteit. Het gaat uit van de vaststelling dat er een cultureel en antropologisch gegeven is dat zich in de loop der eeuwen heeft gevestigd en zich uit door de persoon op een bepaalde wijze te beschouwen, het samenleven te organiseren, het werk, enz. Er is dus een basis-identiteit die men niet kan terzijde schuiven om nieuwe vormen van maatschappij te bekomen. Maar dit is geen in de tijd versteende en onbeweeglijke zaak: het is een realiteit in wording die naast het bewaren van haar eigenheid, bekwaam is passende elementen van andere culturen te integreren, nieuwigheden van onderweg te ontvangen en op te nemen en er zich door te verrijken. Er is zeker een hele tijd nodig opdat een authentieke integratie zal doorgaan. Het is ook nodig dat zij die van de vreemde aankomen duidelijk de regels aanvaarden; maar wanneer de onthalende maatschappij geen klaar idee heeft over haar identiteit, zal ze niet in staat zijn te integreren, en zal zij zelfs schrik krijgen voor het nieuwe, als een bedreiging voor haar eigen veiligheid.

Van waar komt de xenofobie? Van de vrees dat “wat verschillend is” een samenleven in gevaar brengt dat op zich al broos is want het is niet gevestigd op waarden en zekerheden. Daarom is het dat de migrantenstromen en de groei van de moslimgemeenschappen een ware en duizelingwekkende uitdaging uitmaken voor de Europese maatschappijen, die gedwongen worden zich vragen te stellen over de samenhang van wat hen vorm geeft, de idealen en de diepe redenen weer te vinden die haar bepalen als groeperingen, naties, menselijke gemeenschappen.

Bron: Samir Khalil Samir, Les raisons de ne pas craindre l’islam, Presses de la Renaissance, Paris 2010 (te koop hier op didoc).

Tags: Maatschappij Secularisatie