In een relativistische cultuur niet te verhandelen waarheden

Geschreven door Juan Meseguer op .

Wat kunnen de strijd voor de afschaffing van de slavernij, de beweging voor de burgerrechten van de zwarten, de verdediging van het ongeboren kind, van het huwelijk en van de godsdienstvrijheid gemeenschappelijk hebben? De overtuiging dat er onaanraakbare waarheden bestaan omdat de ethische kwaliteit van de maatschappij ervan afhangt. Sheila Liaugminas, journaliste van Chicago, winnares van een Emmy-prijs en medewerkster van MercatorNet, legt dit uit in een boek.

Van waar kwam het gezag van Abraham Lincoln om te zeggen dat het recht te verkiezen om slaven te hebben immoreel was? Want per slot van rekening lieten de wetten van het land dit toe. En van waar kwam het gezag van Martin Luther King om een beweging te leiden die nieuwe burgerrechten voor zwarten zou opeisen? Uiteindelijk was de rassenscheiding iets wettelijks. En van waar kwam het moreel gezag van de Verenigde Naties om in een internationale verklaring de erkenning van de mensenrechten te vragen, hoewel enkele lidstaten deze overtraden?

Van de basisbeginselen, antwoordt Liaugminas. Beginselen die in de menselijke natuur geworteld zijn, en die door het verstand een reeks intrinsieke rechten voor iedere persoon laten ontdekken, want zij komen voort uit de menselijke waardigheid.

Het probleem is dat de huidige cultuur, gekenmerkt door het relativisme, de intellectuele coherentie aan het verliezen is. Zo is het niet vreemd zich voor activisten te bevinden “die graag op de schouders van Martin Luther King klimmen”, maar “die niet bereid zijn de ultieme gevolgtrekkingen van zijn leer over de rechtvaardigheid en de waarheid van de mensenrechten te aanvaarden”.

De hedendaagse burgerlijke beweging

Liaugminas legt uit hoe de retoriek van Luther King over de onrechtvaardige wetten en de gelijkwaardigheid van alle menselijke wezens een vervolg heeft gevonden in de beweging voor het leven die in de Verenigde Staten ontstond na het wettig verklaren van abortus door het vonnis Roe v. Wade van 1973.

Deze boodschap is geleidelijk de jongste generaties binnengedrongen; zij zijn thans geneigd het debat over abortus eerder te zien in een justitie-bewoording dan in een van bevrijding: vermits de fœtus een levend menselijk wezen is (onafgezien van het feit of deze gewenst is of niet), is abortus een radicaal onrecht dat ons allen aangaat en waaraan wij een eind moeten stellen.

Alveda King, nicht van Luther King, dringt sedert jaren aan op het feit dat de droom van haar oom ook de kinderen in de schoot van hun moeder insluit. Ze stelt de politiek van twee maten en twee gewichten aan de kaak om vandaag de discriminatie te beoordelen: “Velen onder ons spreken van verdraagzaamheid en inschakeling, maar daarna weigeren we tolerant te zijn en gastvrij voor de zwaksten en de meest onschuldigen van de menselijke familie”.

Wijlen Richard John Neuhaus, een intellectuele referent van het Noord-Amerikaans katholicisme, beklemtoonde ook het feit dat de strijd tegen de abortus de burgerlijke beweging van het ogenblik is. Zoals Liaugminas eraan herinnert, nam dezelfde Neuhaus op 28 augustus 1963 deel aan de grote mars op Washington om het einde van de discriminatie tegenover de zwarten te eisen, wat hem toeliet de verbinding te maken tussen de twee bewegingen.

Het is juist Neuhaus, die een lutherse pastor en een links politiek activist was vooraleer zich te bekeren tot het katholiek geloof en tot priester gewijd te worden, die men beschouwt als de bewerker van het bondgenootschap dat geleidelijk de evangelisten en de Noord-Amerikaanse katholieken hebben gesloten in de publieke debatten over ethische en sociale vragen.

Een kern van onaanraakbare principes

Einde 2009, enkele maanden na het overlijden van Neuhaus, hebben zowat 150 religieuze leiders van de voornaamste christelijke belijdenissen van de Verenigde Staten de Verklaring van Manhattan uitgebracht om uit te leggen dat er een kern van onaanraakbare principes bestaat die zich bevindt boven de links-rechtse scheiding.

Het manifest verkondigt als “niet-verhandelbare waarheden” — niet enkel als overtuiging van gelovigen — de onschendbare dimensie van het menselijk leven vanaf het ogenblik van de conceptie tot de natuurlijke dood, de erkenning van het huwelijk als een vereniging tussen een man en een vrouw en de rechten van het geweten en van de godsdienstvrijheid.

Ook Benedictus XVI had de katholieken aangemoedigd om consequent te zijn wanneer het erop aankomt in het openbaar leven bepaalde “niet-verhandelbare principes” te verdedigen, die grotendeels samenvallen met deze van de Verklaring van Manhattan (Toespraak van 30 juni 2006). Dat was geen geloofsstandpunt, want het gaat om principes die “geschreven staan in de menselijke natuur zelf en dus gemeenschappelijk zijn aan de hele mensheid”, zegde de paus.

Het zijn juist de beslissingen over deze kwesties die de ethische kwaliteit van een maatschappij vorm geven. Op dit gebied vinden etiketten als “links”, “rechts”, “progressief”, “conservatief”, enz. geen plaats. “In de kern van deze principes ligt de menselijke waardigheid” verklaart Liaugminas. “Dus, als men een etiket nodig heeft, zouden wij ons die van ‛verdedigers van de waardigheid’ moeten toekennen”.

Wanneer het taalgebruik de werkelijkheid vervormt

De onenigheid omtrent deze kern van niet-verhandelbare principes kan volgens Liaugminas verklaard worden door de “dictatuur van het relativisme”, aangeklaagd door Benedictus XVI. Indien wij de mogelijkheid van een objectieve en universele waarheid ontkennen, betreden wij het gebied van het zuiver arbitraire waar men zowel alles als het tegengestelde ervan kan rechtvaardigen.

Liaugminas verklaart met de woorden van Josef Pieper, dat in een relativistische cultuur de mensen niet in staat zijn de waarheid te vinden, maar zich bovendien niet bekommeren om ze te zoeken. “Men zoekt niet meer de werkelijkheid, want men is voldaan door de fictie en men is tevreden met de perfecte fictie van de door een opzettelijk misbruik van de woorden geschapen waarheid”.

Thans heeft zich een taalgebruik over rechten opgedrongen, gebaseerd op de individuele autonomie, die door eufemismen de echte rechten en plichten verdoezelt die voortkomen uit de menselijke waardigheid.

Zo spreekt men van het “keuzerecht” en van het “medelijden” om abortus en euthanasie — twee beslissingen om een einde te maken aan kwetsbaar menselijk leven — te bewimpelen; men roept de “gelijkheid” in om het huwelijk een nieuwe definitie te geven; en men roept de scheiding van Kerk en Staat in om de rechten van het geweten in te perken.

Vandaar de wil van Liaugminas in dit boek om terug een gewoon taalgebruik over de menselijke waardigheid voor te stellen dat de meest charismatische leiders en de belangrijkste godsdienstbelijdenissen van de Verenigde Staten daadwerkelijk delen. “Een taal die verwijst naar de basisprincipes die vorm geven aan een vrije, rechtvaardige en morele maatschappij. Een taalgebruik dat de politieke etiketten vermijdt (...) en de talrijke slogans en vooroordelen van de tegenstanders om de dialoog te blokkeren ».

Hierbij de verwijzing naar het boek: Sheila Liaugminas, Non-Negotiable Essential Principles of a Just Society and Humane Culture, Ignatius Press, San Francisco 2014. Bron van het artikel: http://www.aceprensa.com/articles/verdades-innegociables-en-una-cultura-relativista/. Deze tekst werd vertaald uit het Frans door Walter Van Goethem.

Tags: Maatschappij Secularisatie Postmoderniteit