images/logo.png
Afdrukken

De rol van het gezin in de uitbreiding van het christendom

Geschreven door Ignacio Aréchaga op .

"De uitdagingen voor het gezin in de context van de nieuwe evangelisatie" is het uitdagend woord dat paus Franciscus heeft uitgebracht door het samenroepen van een buitengewone bisschoppensynode voor 2014. Het is vanzelfsprekend dat het gezin een sleutelpositie heeft voor het overbrengen van het geloof. Dit was reeds zo bij het begin van het christendom. Daarom is het niet nutteloos een kijkje te nemen in het verleden om te zien hoe de christelijke gezinnen leefden in de heidense sfeer van de eerste eeuwen.

Het is duidelijk dat er tussen het Romeinse Rijk en vandaag vele verschillen zijn in het opvatten van het gezin. Maar er zijn ook merkwaardige gelijkenissen in de context waarin de christelijke gezinnen verkeerden. In die tijd zoals in onze dagen — althans in Europa —, maakten de christenen een minderheid uit. En hoewel zij met dezelfde milieus omgingen als de heidenen, handelden de christenen volgens andere criteria in het raam van het gezin.

Het gezin in Rome

Demografisch gezien had het Romeinse Rijk een onvoldoende geboortecijfer dat de vervanging van de bevolking niet verzekerde, zoals dit thans in Europa het geval is. Om een hoog sterftecijfer en de gevolgen van epidemieën tegen te gaan, was er een hoog geboortecijfer nodig, iets wat nooit bereikt werd. Daarom, om het Rijk niet te ontvolken, moest men de deur openzetten voor een belangrijke toevloed van barbarenkolonisten (de migranten van toen).

Abortus, zowel als kinderdoding, waren normaal, aanvaard als middel van geboortecontrole. Het huwelijk genoot weinig achting. In de hogere bevolkingsklasse was er een groot aantal mensen die vermeden zich te verbinden en die verkozen ongehuwd te blijven, zodat keizer Augustus (63 vC - 14 nC) geldboeten voorzag voor de kinderloze echtparen en de ongehuwde mannen ouder dan 25 jaar.

In de tijd van Cicero was de echtscheiding bij onderlinge toestemming of bij beslissing van een der gehuwden zeer courant. Jérôme Carcopino in La vie quotidienne à Rome à l’apogée de l’Empire romain vergelijkt de toestand van het huwelijk en van de vrouw van hoog sociaal niveau tijdens de heroïsche tijden van de republiek met wat zich voordeed op het hoogtepunt van het Keizerrijk van de eerste eeuw: “Toen was de vrouw onderworpen aan het strikte gezag van haar heer en meester; nu is ze zijn gelijke, ze komt in wedijver met hem of overheerst hem. Vroeger leefde ze onder het wettelijk stelsel van gemeenschap van goederen; thans leeft ze bijna uitsluitend onder het stelsel van een volledige scheiding van goederen. Vroeger was ze fier op haar vruchtbaarheid, nu verwerpt ze die. Zij was trouw, nu is ze lichtzinnig en verdorven. Echtscheidingen waren zeldzaam; nu zijn ze zo frequent dat, volgens Marcial, ze het beste middel geworden zijn om een overspel wettelijk te beleven”.

De christenen en hun gewoonten

In dit algemeen klimaat zou het voor de christelijke echtparen gemakkelijk geweest zijn zich voor die gewoonten te plooien of dat, in de gemengde paren (met een heidense echtgenoot) de christelijke partij zou worden meegesleept naar gedragingen die niet bij het geloof horen. Maar het was juist het tegengestelde dat gebeurde. Bij de christenen krijgt het gezin een waarde van “huiskerk” die het statuut van het huwelijk en van de voortplanting herwaardeerde.

De heilige Paulus beschrijft de gewoonten van die tijd door de voorrang van de man aan de haard te bevestigen: “Gij vrouwen weest onderdanig aan uw mannen, zoals aan de Heer; want de man is het hoofd van de vrouw, zoals Christus het hoofd is van de Kerk, zijn lichaam, waarvan hij de Verlosser is”. Maar hij wijdt een groot deel van zijn onderricht om de mannen aan te sporen hun vrouw lief te hebben, en dat ieder zijn wederzijdse plicht zou vervullen, zonder van de ene meer te eisen als van de andere. “Mannen, hebt uw vrouwen lief, zoals Christus de Kerk heeft liefgehad en zichzelf voor haar heeft overgeleverd... Het is zo ook dat de mannen hun vrouwen moeten liefhebben, zoals hun eigen lichaam. Wie zijn vrouw bemint heeft zichzelf lief” (Ef. 5, 22).

De christenen eisten de huwelijkstrouw zowel van de mannen als van de vrouwen, en drongen zowel aan op de plichten van de man voor zijn vrouw als wederkerig.

Een geloof dat aantrek vond bij de vrouwen

Het symmetrische van de relatie tussen man en vrouw dat door de heilige Paulus werd onderricht was volledig nieuw tegenover de heidense cultuur. Het christendom erkende dezelfde waardigheid aan de vrouw en aan de man, als kinderen Gods met dezelfde bovennatuurlijke bestemming. Daarnaast droeg de christelijke moraal, door het verwerpen van echtelijke ontrouw, polygamie, echtscheiding, abortus en kindermoord... ertoe bij het statuut van de vrouw te verheffen en zelfs haar gezondheid te vrijwaren.

Het was zowel nieuw als aantrekkelijk. “Het Evangelie brengt een zuiverdere lucht, een ideaal, zowel voor de vrouwen zonder opvoeding als voor deze van de adel” schrijft de historicus Adalbert Hamman in Het dagelijks leven van de eerste christenen. “Patriciërs- en plebejersvrouwen, slaven en rijke matrones, jonge meisjes of bekeerde prostituees, zowel in het Oosten als te Rome of te Lyon, sluiten zich aan bij de gemeenschappen. De rijke vrouwen onderhouden de gemeenschappen met hun rijkdommen”.

Zo ook toont Rodney Stark, professor sociologie en vergelijkende godsdienst aan de Universiteit van Washington, in zijn boek De uitbreiding van het christendom aan dat “het christendom zich buitengewoon aantrekkelijk voordeed voor de heidense vrouwen, want in de onderliggende christelijke cultuur genoot de vrouw een veel hoger statuut dan datgene wat in het algemeen werd toegekend in de Grieks-Romeinse wereld”.

Gemengde echtparen, christelijk - heidens

De oude bronnen en de moderne historici zijn eenstemmig omtrent het feit dat de bekeringen tot het christendom in brede mate het feit van vrouwen waren. Stark, als goede socioloog onderscheidt de primaire bekeerlingen die actief tot de Kerk toetreden na zich een positieve opinie van het geloof te hebben gevormd, en de secundaire bekeerlingen die het geloof aannamen van uit persoonlijke banden met een primaire bekeerling.

Zo brengt de Britse historicus Henry Chadwick in The Early Church ter kennis dat “dikwijls (het christendom) voornamelijk in de hogere klassen van de maatschappij binnendrong via de echtgenoten”, terwijl hun mannen dikwijls secundaire bekeerlingen waren. Hoewel het anderzijds gebeurde, zoals men ziet in de Handelingen der Apostelen, dat wanneer een familievader christen werd, alle leden van het gezin, inbegrepen de dienaars, zich ook bekeerden.

In de christelijke gemeenschappen was er een teveel aan huwbare vrouwen, terwijl bij de heidenen er een relatief tekort was aan vrouwen ingevolge abortus en kinderdoding van meisjes. Vandaar was het feit van gemengde huwelijken, vooral van een christen vrouw met een heidense man, veel voorkomend in de eerste eeuwen en in alle sociale klassen. Zowel Petrus als Paulus hebben dat toegegeven en zagen er een wijze in om de mannen “te winnen door het gedrag van hun vrouw, zonder noodzaak aan woorden” (1 Petr. 3, 1).

De aanwezigheid van de vrouw

De toestand van de vrouw onder de eerste christenen heeft ook een betrekking met de functie van de vrouw in de hedendaagse Kerk. Toen, zowel als nu, waren er in de christelijke gemeenschappen meer vrouwen dan mannen, en dikwijls gingen de vrouwen hun mannen voor bij het intreden in de Kerk. De auteurs zijn het nog oneens over de leidende posities die de vrouwen bekleedden in de christelijke gemeenschappen, maar het is duidelijk dat zij niet het priesterschap ontvingen, noch deel uitmaakten van de hiërarchie. Toch was hun inbreng om het geloof te verspreiden beslissend.

Thans is iedereen erover akkoord om te zeggen — zoals vooreerst paus Franciscus — dat de Kerk meer moet rekenen op de deelname van de vrouwen. Maar dit spitst zich dikwijls toe op vragen zoals het priesterschap voor vrouwen of hun opname in kerkelijke organisaties. Het is waar dat de aanwezigheid van vrouwen in de kerkelijke structuren het perspectief verrijkt en nieuwe kracht bijbrengt. Maar dit is niet de beslissende factor voor de nieuwe evangelisatie. Het is voldoende de protestantse belijdenissen te zien, vol vrouwelijke pastores en lege tempels.

Het terrein van de nieuwe evangelisatie is de maatschappij. En het is daar, in de wereld van de arbeid, de communicatie, de mode, de politiek, het onderwijs, het gezin... dat de bijdrage van de christelijke vrouwen onvervangbaar is. In onze huidige tijd kan de invloed van de vrouw veel verder gaan dan in de Romeinse wereld, juist omdat ze aanwezig is in alle sectoren met hetzelfde recht als de man.

Maar in tegenstelling met de toestand van de eerste eeuwen moeten de hedendaagse christelijke paren een model van thuis heruitvinden waarin de man en de vrouw werk en gezin kunnen verzoenen, door in ieder geval de meest gepaste formule te zoeken om de professionele en huishoudelijke aanspraken op zich te nemen. Hun vruchtbaarheid zal grotendeels afhangen van de manier waarop zij deze uitdaging opnemen.

Vruchtbare gezinnen

In de Grieks-Romeinse wereld bezaten de christelijke gezinnen een vruchtbaarheidscijfer dat hoger lag dan dit van de heidenen, zowel door het verwerpen van abortus en kinderdoding als door het opvatten zelf van het huwelijk. Ook heden nog is de uitbreiding van het christendom afhankelijk van de vruchtbaarheid van de christelijke gezinnen. En wanneer het vervangen van de generaties een geboortecijfer vereist van minstens 2,1 kinderen per vrouw — terwijl het Europees gemiddelde 1,6 bedraagt —, zal de groei van het christendom meer dan de generatie-aflossing moeten vereisen.

Thans woont, op het totaal van de katholieken, 350 miljoen in Europa en in Noord-Amerika, terwijl er 750 miljoen in Latijns-Amerika, Afrika en Azië zijn. En de demografische groei is de voornaamste factor voor de aangroei van de katholieken. Het is geen toeval dat de Kerk krachtig groter wordt in Afrika en in Azië waar de aangroei van de katholieken de demografische groei overtreft. Daartegenover is het aantal van de katholieken tegenover de totale bevolking in Latijns-Amerika gedaald. In de Verenigde Staten is het gegroeid, grotendeels door de immigratie, terwijl in Europa de religieuze achteruitgang deze van de demografie is gevolgd.

In deze omstandigheden zou de meest onaangewezen houding voor de uitbreiding van het katholicisme zijn: het goed praten van de in de maatschappij overheersende contraceptie-mentaliteit die ook de katholieke paren raakt. In de tijd van de publicatie van Humanae vitae werd de katholieke Kerk ervan beschuldigd het probleem van de overbevolking te ignoreren. Maar nu dat de “demografische winter” is ingetreden in de streken waar contraceptie en abortus het meest verspreid zijn — met de gevolgen ervan op de veroudering van de bevolking, de bedreiging van de pensioenen en het ontbreken van werkende personen —, wordt het duidelijk dat de katholieke doctrine ook de demografische dynamiek, die men erg nodig heeft, bevordert.

Dit demografisch keerpunt van het katholicisme van noord tot zuid omvat ook een wijziging van perspectief en van prioriteiten. De christenen van het zuiden — zowel katholieken als protestanten — zijn veel meer traditioneel betreffende thema’s als gezin, homoseksualiteit of abortus, en mogen tot hun voordeel beweren dat deze houding haar bewijzen geleverd heeft. Zo — onafgezien het probleem van de waarheid — zou het geen praktische betekenis hebben de doctrine en de pastoraal aan te passen aan de zwakheid van het noorden, waar men meer dan elders nood heeft aan een schoktherapie.

Sommigen zullen zeggen dat de katholieke vrouwen in de westerse wereld zich niet veel onderscheiden van de andere, wat betreft het gebruik van contraceptiemiddelen. Ook al is er het feit dat er wel degelijk een onderscheid is onder de praktiserende katholieken, toch zou de nieuwe evangelisatie vereisen dat de Kerk beter haar leer zou uitleggen en de zo ontkende methoden van natuurlijke geboorteregeling zou leren kennen, die een alternatief zijn voor de chemische contraceptie die altijd neveneffecten heeft op de gezondheid van de vrouw.

Open netwerken

De noodzaak de katholieke identiteit te herbevestigen voor een nieuwe evangelisatie betekent niet dat de christelijke gezinnen zich moeten bewegen in gesloten kringen, met een defensieve mentaliteit uit vrees hun identiteit te verliezen. Integendeel! Indien de ervaring van de eerste christenen ons iets leert, dan is het wel het feit dat zij open netwerken in het sociale leven hebben weten te behouden, en dat juist dat de sleutel van hun uitbreiding was.

Zoals Stark het schrijft: “De basis voor de winnende stromingen van bekering is de groei dankzij de sociale netwerken, door een structuur van rechtstreekse en intieme interpersoonlijke banden. De meerderheid van de nieuwe religieuze stromingen mislukt, want snel vormen ze zich om tot gesloten of halfgesloten netwerken. Zij scheppen en begunstigen dus niet verder interpersoonlijke banden met dezen die vreemd zijn aan hun geloof, en zo verliezen zij hun geschiktheid om te groeien”. Integendeel, wat wij weten over de eerste christenen is dat zij zich hebben gevestigd als open netwerken, door het opnemen van nieuwe bekeerlingen dank zij gemengde huwelijken en dank zij hun deelname aan het sociale leven zij aan zij met de andere burgers in al wat niet onverenigbaar was met hun geloof.

Maar om anderen aan te trekken, moet men eerst overtuigd zijn het beste te bezitten. Het is daarom dat de nieuwe evangelisatie begint met de identiteit van de katholieken te herbevestigen opdat zij gist in de massa zouden worden, en niet een deeltje te meer van de massa.

Ignacio Aréchaga is directeur van het agentschap Aceprensa. Dit artikel werd gepubliceerd op de wsite van dit agentschap. Bron: http://www.aceprensa.com/articles/la-familia-en-la-expansion-del-cristianismo/. Deze tekst werd vertaald uit het Frans door Walter Van Goethem.

Tags: Huwelijk Familie