Neen, er bestaat geen recht op blasfemie!

Geschreven door Jean-Pierre Cattenoz op .

“Professor, wij zullen doorgaan. Wij zullen de vrijheid die U zo goed onderwezen hebt verdedigen en wij zullen de scheiding van kerk en staat ondersteunen, wij zullen geen afstand doen van karikaturen, tekeningen, zelfs als anderen ervoor terugschrikken” verklaarde Emmanuel Macron op 21 oktober ll., tijdens een ceremonie ter nagedachtenis van Samuel Paty, leraar geschiedenis en aardrijkskunde die onthoofd werd nadat hij aan zijn leerlingen karikaturen van Mohammed had getoond. Mgr. Cattenoz reageert hierop.

 

Sinds weken houdt mij een vraag bezig: is in een democratie blasfemie werkelijk een recht? Zijn godslasterlijke karikaturen in een democratie een recht? Ondanks de bevestigende woorden van de president van de Republiek, antwoord ik neen op deze vraag en ik zou argumenten willen aanvoeren voor mijn antwoord.

In gebieden waar islam radicaal heerst, is blasfemie tegenover de profeet of de koran een reden voor de doodstraf en in sommige gevallen voor onthoofding. Wanneer in de katholieke Kerk een tabernakel of een ciborie waarin de Heer waarlijk tegenwoordig is geprofaneerd wordt, vieren de christenen missen tot eerherstel en voor vergeving voor zulke heiligschennende daden.

Na de aanslagen op “Charlie Hebdo” was iedereen “Charlie”! Ikzelf heb altijd verklaard: “Ik ben niet Charlie”, hoewel ik de daders van deze barbaarse en hatelijke aanslag krachtig veroordeelde. Het was essentieel de aanslag te veroordelen, maar het was even essentieel afstand te nemen van een krant die zich toelegt op de publicatie van karikaturen, de een al godslasterlijker dan de andere.

Toen “Charlie” enkele maanden later weer kon verschijnen, was hun voorpagina weer aanstootgevend en heeft mij zeer diep gekwetst. Zij toonde paus Benedictus XVI anaal gepenetreerd door de profeet! En de pers verheugde zich om deze “krant” uit de as te zien herrijzen. Enige tijd later had ik tijdens een eten in de prefectuur van Avignon met degene die op dat moment minister van Binnenlandse zaken was, en de vertegenwoordigers van de erediensten de kans om aan de minister volgende vraag te stellen: blasfemie schijnt deel uit te maken van “Charlie Hebdo”, maar denkt u niet dat de vrijheid om blasfemie en karikaturen te publiceren ophoudt wanneer ik mijn broeders ernstig kwets? En ik heb hem uitgelegd hoezeer ik ontsteld was te zien hoezeer paus Benedictus vernederd werd, en zelfs geschokt te zien hoe de profeet belachelijk gemaakt werd door deze karikatuur. Hij antwoordde me dat er toen in de regering een debat was gehouden, want een aantal ministers veroordeelden zo een karikatuur met name zelfs van een beperking van de vrijheid in een wereld waar we uitgenodigd worden als broers te leven.

Ik moet toegeven dat ik geweend heb bij zulk een karikatuur die mijn gevoeligheid als christen kwetste. Hoe kunnen journalisten zo handelen, in naam van een pseudo recht op totale vrijheid en zonder beperkingen, om iemand tot het uiterste belachelijk te maken en er nog trots op zijn? Dat heeft niets te maken met democratie of laïcisme.

Misschien naïef – geloofde ik dat de mens gemaakt was om in een maatschappij te leven en dat de Republiek het een goed idee gevonden had aan de christenen het symbool van de “broederlijkheid” te ontlenen als embleem van de Republiek! Als wij geroepen zijn om samen te leven als broeders, eindigt de vrijheid van eenieder daar waar ik mijn broeder kwets. Ik kan zeker een dialoog aangaan met een broeder die mijn visie niet deelt en mijn overtuigingskracht gebruiken, maar meteen al verklaren dat blasfemie en karikaturen, van welke aard ook, een democratisch recht zijn, dat is niet juist, dat is niet waar.

Terzelfdertijd wettigt dat op geen enkele wijze het onthoofden van een geschiedenisleraar die zijn leerlingen wilde doen nadenken over de draagwijdte van zulke karikaturen en over zo een blasfemie die teruggebracht wordt naar de goesting van de dag in de schandaalpers.

Ik moet toegeven dat ik sprakeloos was bij de verklaringen van de president van de Republiek, die bovendien vanuit Libanon sprak, tegenover zo een daad. In naam van de democratie heeft hij de vrijheid om alles en eender wat te zeggen en te publiceren gerechtvaardigd, de vrijheid voor blasfemie in alle mogelijke vormen. Ik dacht dat ik droomde!

Ik begrijp dat het vandaag “bon ton” is met religies te lachen en ze door het slijk te sleuren, maar beseffen diegenen die zich zo gedragen dat ze de vrijheid in haar ware zin, haar diepe en authentieke zin met voeten treden?

In naam zelf van de broederlijkheid, basis voor elk leven in de maatschappij, kan ik enkel maar herhalen: de vrijheid van eenieder houdt daar op waar ik mijn broeder diep kwets! Het gaat hier om een basiswaarheid voor elk leven in de maatschappij, anders gaan we naar een totalitaire afdrift zonder naam. Terzelfdertijd moeten we de gewelddaden en de barbaarsheid sterk veroordelen die aan deze foute opvatting van de vrijheid een antwoord beweren te geven.

Mgr. Jean-Pierre Cattenoz is Aartsbisschop van Avignon. Bron: http://www.belgicatho.be/archive/2020/10/29/non-il-n-existe-pas-de-droit-au-blaspheme-6273209.html. Deze tekst werd uit het Frans vertaald door Jos en Helene Van Dyck.

Tags: Secularisatie Geloof Islam