Voor een burgerlijke homoverbintenis?

Geschreven door Stefaan Seminckx op .


Recentelijk hebben sommige persorganen aan kardinaal Danneels dubbelzinnige uitspraken toegeschreven. Als we die geloven, zou de kardinaal partij kiezen voor een specifiek burgerlijk homoverbintenis, op voorwaarde dit niet een huwelijk te noemen. Deze formulering wordt hier en daar als een elegante oplossing uitgeroepen, een mooi bewijs van openheid van geest, die tevens de ware zin van het huwelijk zou eerbiedigen.

 

Deze vragen rezen op n.a.v de recente manifestaties in Frankrijk tegen de wet Taubira betreffende het homoseksueel huwelijk.

In een recent interview verduidelijkt Mgr. Tony Anatrella, priester en psycho-analist, specialist in de gender-problematiek en de homoseksualiteit, raadsman van de pauselijke Raden voor het Gezin en de Gezondheid meteen: “De enige oplossing die eventueel zou kunnen overwogen worden (...) is niet een burgerlijke verbintenis zoals sommige politici suggereren, want deze zou in feite gelijken op een bis-huwelijk zoals het Pacs, maar een vermogenscontract gesloten vóór een notaris en dat voor iedereen zou open staan. Het huwelijk blijft exclusief voorbehouden aan het verbond dat wordt gesloten tussen een man en een vrouw”.

Men kan aannemen dat personen die samen leven onder elkaar afspraken willen maken over bepaalde vragen, zoals bv. de eigendom, het gebruik of het nalaten van goederen uit een patrimonium. Maar zulks heeft niets te maken met de erkenning door de Staat van een burgerlijk verbond tussen homoseksuele personen. Zo’n verbond zou heel wat problemen doen oprijzen:

  • het zou de rechtmatigheid inhouden van deze specifieke aard van levensgemeenschap, wat juist de hele inzet van het debat is: is het gunstig voor de maatschappij — en voor zijn fundamentele cel die het gezin is — officieel de homoverbintenis te erkennen en te promoten door ze te verheffen tot een vergelijkbaar statuut als dat van het huwelijk (a fortiori door een zogezegd “homoseksueel huwelijk” in te stellen ) ?
  • dit statuut zou een discriminatie kunnen vormen voor andere personen die samen leven, zoals bv. een broer en een zuster, of een vader, oud en weduwnaar, die bij zijn zoon woont, of bejaarde personen die dezelfde woning betrekken. Die personen zouden niet kunnen genieten van de voordelen van dit statuut omdat zij onderling geen homoseksueel gedrag hebben. Ook de gehuwden zouden kunnen gediscrimineerd worden indien dit statuut aan de “homo-koppels” meer rechten zou toekennen dan aan de gehuwden of indien het minder eisen zou stellen als aan het huwelijk.

Mgr. Léonard heeft zich deze redenering eigen gemaakt, zoals de recente uitspraken van zijn woordvoerder Jeroen Moens getuigen. Hierbij een uittreksel van een artikel van LifesiteNews, aangehaald door Belgicatho: “(...) het standpunt van de aartsbisschop is dat niets zich verzet tegen burgerlijke overeenkomsten tussen twee personen over hun vermogen”. “Het is toegelaten een overeenkomst te sluiten tussen twee personen, wie ook zij zijn”. Zulks brengt geen burgerlijk verbond noch huwelijk teweeg. Het staat iedereen vrij een verbintenis te sluiten betreffende zijn vermogen. “Het kan gaan”, stipt hij aan, “over een overeenkomst tussen eender welk soort van mensen, maar zulks is geen ‘relatie’ of huwelijk. Een tante kan een overeenkomst sluiten met haar nicht, een priester met een vertrouwenspersoon” met het doel over hun vermogen te beschikken en het gebruik ervan te regelen.

Moens had aan de “Tijd” [een van de Belgische kranten die recent verklaringen van kardinaal Danneels over dit probleem heeft gepubliceerd] verklaard dat in de zienswijze van de Kerk het huwelijk voorkomt “in de complementariteit van man en vrouw. Een dergelijke complementariteit is onmogelijk tussen twee personen van hetzelfde geslacht” (...) Moens heeft aan LifesiteNews gezegd: “Noch de kardinaal noch de aartsbisschop zijn voor burgerlijke homoverbintenissen”.

Deze zienswijzen sluiten aan bij wat de Congregatie voor de Geloofsleer reeds zegde in een document van 2003, ondertekend door kardinaal Ratzinger: “Wanneer men staat voor de juridische erkenning van homoseksuele verbonden of voor het feit homoseksuele verbonden juridisch gelijk te stellen met een huwelijk die hun rechten toekennen die eigen zijn aan dit laatste, moet men zich daartegen duidelijk en scherp verzetten. Men moet zich onthouden van iedere vorm van formele samenwerking aan de afkondiging of de toepassing van zo erg onrechtvaardige wetten, en zoveel mogelijk niet materieel meewerken aan hun toepassing. In deze zaak kan iedereen het recht opeisen om gewetensbezwaren in te roepen”.

Stefaan Seminckx is priester, doctor in de Geneeskunde en in de Theologie. Deze tekst werd uit het Frans vertaald door Walter Van Goethem.

 

Op het ogenblik dat wij dit artikel publiceren heeft Mgr. Léonard zich hierover nog uitgesproken in een lezersbrief aan De Morgen van 24 juni, als reactie op een artikel van Yves Desmet : “Mijn standpunt is evenwel genuanceerder dan het woord 'homoverbintenis', dat in de media opdook, laat vermoeden. Zoals iedereen kunnen twee mensen, ook als ze van hetzelfde geslacht zijn, overeenkomsten sluiten over tal van materies (fiscaliteit, successierechten, eigendomsrechten, enzovoort). Die verbintenissen maken van dat stel zeker geen echtpaar, scheppen onder hen geen huwelijksband en geven geen recht op afstamming. Als de overheid aan die overeenkomsten een wettelijk kader wil geven dat voor iedereen geldt, is dat haar volste recht. Dat wettelijk kader mag dus niet beperkt blijven tot homoseksuele personen (daarom was het woord 'homoverbintenis' dat door De Morgen werd gelanceerd zeer ongelukkig), maar moet uiteraard openstaan voor alle burgers. In tegenstelling tot Yves Desmets veronderstelling blijf ik dus onveranderd ernstige en fundamentele ethische bedenkingen hebben, zowel bij de invoering van het burgerlijke homohuwelijk nu tien jaar geleden als bij de huidige voorstellen tot uitbreiding van de euthanasiewet.)

Tags: Huwelijk Familie