De politiek kan de structuur van het huwelijk niet veranderen

Geschreven door Tony Anatrella op .


Mgr. Tony Anatrella gaf op 22 april jl. een interview aan het agentschap Zenit. Hierin bespreekt en analyseert hij het fenomeen van de legalisering van het homohuwelijk in Frankrijk. Wij brengen hier een ingekorte versie van dit interview.

 

Waarom bereidt het Frans parlement zich voor om de wet over het “huwelijk” voor homoseksuele personen goed te keuren, terwijl de Fransen het daar allesbehalve eens over zijn?

In verband met die wet is er en zal er nooit eensgezindheid zijn, eenvoudigweg omdat de bevolking, en in het bijzonder de jongere generatie, zich bewust is van de antropologische inzet van de geslachtelijke verscheidenheid en van de psychologische gevolgen van een wet die schadelijke gevolgen heeft en zal hebben. Ik wijs op een drietal redenen:

1. De wet zorgt voor verdeeldheid tot in de families waar mensen soms niet meer met elkaar praten. Ze is overbodig en riskant doordat ze belangrijke en blijvende verdeeldheid en breuken veroorzaakt. Daarom is de sociale beweging die op gang komt absoluut geen eenvoudig “gevecht om de eer te redden” die het stemmen van de wet niet zal tegenhouden. De politiek misrekent zich door de angstwekkende haast die zich enkel kan keren tegen de voorstanders van een wet die zo in strijd is met de belangen van het huwelijk en van de familie. Juridisch is de wet niet coherent doordat ze een zaak en het tegenovergestelde verzekert en ze is geen vooruitgang voor de beschaving. (…)

2. De wet wil aan iedereen de zelfde rechten geven in naam van de gelijkheid. Maar, zoals ik reeds zei, bestaat deze gelijkheid niet. Er is geen psychologische, sociale en symbolische gelijkheid tussen een koppel gevormd door een man en een vrouw en één dat bestaat uit twee personen van hetzelfde geslacht. De politieke macht ligt bij de “déraison d’Etat” en probeert de maatschappij te misleiden door haar te doen geloven dat homoseksuele mensen van hun vrije keuze beroofd worden. Dat is niet juist, ze hebben dezelfde rechten. Het is onrechtvaardig om in naam van de “individuele rechten” die door de minister van justitie benadrukt werden om dit nieuw type “huwelijk” te rechtvaardigen, het gemeenschappelijk goed los te weken van zijn wezenlijke kenmerken om het te verbrokkelen naar ieders goeddunken en verwachtingen. Te meer omdat, als de wet gestemd wordt het huwelijk niet opengesteld zal zijn voor mensen van hetzelfde geslacht, maar volledig geherdefinieerd zal worden vertrekkend van homoseksualiteit, wat niet hetzelfde is. Bovendien is het niet logisch afstamming als fictie te bestempelen om de weg vrij te maken voor mensen van het zelfde geslacht, want homoseksualiteit kan in se niet voor menselijke, erfelijke afstamming zorgen. Gerechtigheid, gelijkheid en eigenbelang vereisen dat een kind zowel een vader als een moeder kan hebben. Door deze bepalende kenmerken te manipuleren ondermijnt men de fundamenten van het draagvlak en creëert men zelfs omstandigheden voor een sociaal verzet. Op dezelfde wijze is het huwelijk onderworpen aan de vereiste van een verschil in geslacht om er recht op te hebben. Twee mensen van hetzelfde geslacht zijn en zullen nooit beantwoorden aan de voorwaarden voor een huwelijksverbintenis. Degenen die redelijk zijn weten dat wel en vragen niet om dat symbool dat niet met hun situatie overeenstemt. Tenzij ze willen misleiden en manipuleren zoals narcisten door zich bekleden met een teken dat niet past bij de situatie van homoseksualiteit.

3. De wet doet ook afbreuk aan de betekenis van het huwelijk en de afstamming, en aan de waardigheid van kinderen. In dit schijnbeeld van een koppel en een familie, worden de kinderen, geadopteerd of ontstaan door diverse biologische manipulaties, mishandeld en ondergeschikt gemaakt aan de “wensen” van volwassenen die hen trachten te gebruiken. De wet die deze kunstgrepen gelegaliseerd heeft, dient enkel om een leugen te dekken en eerzaam te maken wat dit niet kan zijn als men een kind wil “bezitten” onder gelijk welke voorwaarde (adoptie, medisch begeleide voortplanting, draagmoeder en andere kunstgrepen).

Kan men een andere oplossing dan het huwelijk voorstellen?

— Het huwelijk heeft niets te maken met homoseksualiteit, tenzij om de uitgangspunten meer en meer te vertroebelen. De politieke klasse die getekend is door de seksuele idealen van de jaren ’70 (seksuele onbeslistheid, samenwonen, geen huwelijk en angst voor het huwelijk, veelvuldige relaties, homoseksualiteit) is nog zo naïef te geloven dat homoseksualiteit een vorm van seksualiteit is te vergelijken met de seksualiteit die beleefd wordt tussen man en vrouw. Dat is onjuist en hoort niet thuis in het maatschappelijk systeem; dat behoort tot het domein van het persoonlijk privéleven. De enige oplossing die men zou kunnen overwegen, ik herhaal het nog eens, is geen burgerlijke verbintenis zoals sommige politici suggereren, want die zou te veel lijke op een huwelijk-bis zoals het PACS (samenlevingscontract), maar wel een vermogenscontract dat bij de notaris gesloten zou worden en voor iedereen open zou staan. Want het huwelijk is uitsluitend voorbehouden voor een verbond gesloten tussen een man en een vrouw. Zo zouden we het misbruik van symbolen en het rechtvaardigen van overgewaardeerde gedragingen vermijden. Het zou goed zijn voor de sociale vrede en in het belang van de maatschappij dat dit wetsvoorstel zou teruggetrokken worden ten voordele van een vermogenscontract.

In uw vorige interviews in Zenit hebt U erop gewezen dat het risico op geweld vergroot naarmate er meer manifestaties komen? Waarom?

(…)

— Er is niets homofoob aan als men zegt dat het huwelijk enkel een verbond is tussen een man en een vrouw, dat een kind een man en een vrouw nodig heeft om verwekt te worden en een vader en een moeder om opgevoed te worden. De LGBT ideologie (lesbisch, gay, bi- en transseksueel) is eveneens totalitair door de media en de politieke macht helemaal te hebben geïnfiltreerd. De gendertheorie, die inspiratiebron is voor deze beweging, brengt verwarring over de homoseksualiteit en nog meer over de zin van het koppel en van het gezin. Al deze kunstgrepen kunnen zich maar best niet tegen de homoseksuelen keren voor wie de situatie niet altijd eenvoudig is, die geen vragende partij zijn wanneer men van hun situatie een systeem en principe van sociale organisatie wil maken.

De woede is enorm want deze wet doet de maatschappij geweld aan. Het is dus de wet die het geweld veroorzaakt wanneer ze de grondslagen van het bestaan aanvalt. Vermits het volk zo talrijk en vredelievend op straat komt omdat de politieke macht zelf een sociaal probleem creëert, dan betekent dit dat er een kloof is tussen de politiekers en het volk, en dat zij zich in hun doelstelling vergissen. Zij leven in hun onwerkelijke en virtuele wereld, en zijn niet meer in contact met de realiteit en het lijden van de mensen. Dat verklaart ook het verlies aan krediet van de gekozenen en hun duizelingwekkende val in de peilingen. Democratie is niet besturen tegen het volk maar met en voor het volk, met als enig perspectief eerbied voor het algemeen belang dat hier met voeten getreden wordt.

Gekozen worden geeft niet het recht om te beslissen over de structurele werkelijkheden in de maatschappij en over haar antropologisch voetstuk. De politieke macht stelt zich op dit moment in dienst van seksuele bijzonderheden en vormt zichzelf om tot bewind voor minderheden die de wetten stellen. De maatschappij heeft geen enkele nood aan een “huwelijk” tussen personen van hetzelfde geslacht, wat zelfs kinderen verstaan want zij voelen aan wat een man en een vrouw is, een papa en een mama. In een klas waar 10-jarigen hun leraar vroegen om op vragen over de actualiteit te antwoorden, zegden ze ontsteld te zijn bij het zien dat mensen van hetzelfde geslacht wilden trouwen (“dat is verschrikkelijk” zeiden ze). Dat lijkt hun onlogisch en tegenstrijdig, en ze hebben gelijk.

Dus voor U is het probleem dat men mensen wil trouwen die niet in een situatie verkeren die dat toelaat?

— Het is natuurlijk de homoseksuele kwestie die zich stelt wanneer men weigert zich vragen te stellen over wat homoseksualiteit is, over haar oorsprong, haar structuren, haar psychologische gevolgen zowel op haar gedragingen maar ook op haar actuele pregnantie in de maatschappij. Men moet trouwens altijd onderscheid maken tussen de maatschappelijke benadering van de homoseksualiteit, die niet aan de oorsprong van rechten en instellingen mag liggen, en de persoonlijke benadering van individuen en hun familie. (…)

Men zou zich moeten afvragen hoe de seksuele drift opkomt en zich ontwikkelt en wat precies ze ertoe brengt in een homoseksueel kader te passen. Ze komt tot uiting in een heel systeem van psychische voorstellingen die zelf het resultaat zijn van de manier waarop het kind en de adolescent hun lichaam en de diverse ontwikkelingsstadia verinnerlijken. We hebben allen het stadium van de homoseksuele identificatie — met de ouder en de mensen van hetzelfde geslacht — doorlopen om vertrouwen te krijgen in onze seksuele identiteit. Om diverse redenen kan dit parcours verschillende vormen aannemen en in het bijzonder blijven hangen bij personen van hetzelfde geslacht. De onmogelijkheid om te vorderen naar de verinnerlijking van de persoon van het andere geslacht verwijdert van het seksueel anders-zijn en van alle psychische en sociale structuren die daaruit voortvloeien. De meeste homoseksuele mensen weten dat en vragen er niet om dat men van hun bijzondere situatie een sociale structuur maakt.

Anders gezegd, en zonder op details in te gaan, homoseksualiteit kan niet aanzetten tot burgerlijke wetten zonder de maatschappij er toe uit te nodigen om in het driftmatige te blijven. Welnu homoseksualiteit blijft een psychisch feit dat ieder voor zich moet accepteren zonder dat de maatschappij hiervan de last moet dragen.

Wat gebeurt in het tegenovergestelde geval?

— Enerzijds tracht men sociale structuren te modelleren uitgaand van de seksuele verscheidenheid, om vervolgens te doen geloven dat ze ook de mensen van hetzelfde geslacht betreffen: wat voor geen enkel wezen denkbaar kan zijn. Anderzijds laat men verstaan dat de primaire driften en vooral partiële driften eveneens aan de oorsprong kunnen liggen van een sociale band terwijl ze de band vernielen wanneer ze niet in hogere functies worden omgevormd.

Na wat men de seksuele bevrijding heeft genoemd, die vooral de kinderlijke seksualiteit waar de homoseksualiteit volgens Freud thuishoort heeft bevrijd, beleven we nu een maatschappij die de seksuele driften waarde toekent om henzelf buiten de relationele kwaliteit en buiten de bestendigheid in de tijd en in een duurzame verbintenis, zoals het huwelijk. In dat geval wordt alles en gelijk wat mogelijk.

Moet men daarin de oorsprong van het geweld zien?

— Ongetwijfeld. De beschaving is gebouwd op het erkennen van de realiteiten en in het bijzonder van geslachtelijk onderscheid wat een van de pijlers van de cultuur is. Deze verscheidenheid ontkennen opent de weg naar geweld zoals ik eerder aantoonde in mijn boek La différence interdite (uitg. Flammarion). In de jaren 1950 is men het vaderbeeld minder hoog beginnen aanslaan, in de jaren 1970 werd het imago van de man gedevalueerd terwijl men de vrouw idealiseerde. Sinds de jaren 1980 wordt een imago van eenslachtigheid opgedrongen zonder seksueel onderscheid, dermate dat het zelfs inspiratiebron voor wetten wordt. Wanneer het beeld van de vader en van de man sociaal ontwaard is, is het niet verrassend dat men maatschappelijke fenomenen ziet die met homoseksualiteit verbonden zijn. Anderzijds stelt men vast dat, op het moment dat de Senaat “het huwelijk voor allen” stemde — een huwelijk dat endogaam en incestueus is omdat men laat verstaan dat verschillend geslacht geen noodzakelijke voorwaarde is om een koppel en een gezin te vormen hoewel dat onderscheid fundamenteel is — het Parlement een wet stemde die de politieke partijen verplicht om tijdens de volgende departementale verkiezingen een koppel man/vrouw voor te dragen hoewel dat niet noodzakelijk is. Is dat niet de wereld op zijn kop? Moet men daar nu mee lachen of wenen? Het toont het gebrek aan logica en samenhang, om niet te spreken van de psychotische “dwaasheid” (in de psychiatrische betekenis van het woord) waarin wij verkeren op het moment dat de pregnantie van de homoseksualiteit ons verhindert om het huwelijk en de afstamming te zien volgens verschil in geslacht dat aan de basis ervan ligt. Wij worden zo geconfronteerd met de ontaarding van de betekenis van woorden als men bedenkt dat zij vrij ter beschikking staan van alle waanvoorstellingen die, per definitie en in het beste geval, niet realiseerbaar zijn.

Waar ligt het gevaar voor de maatschappij en voor de mensen?

— De primaire driften zijn asociaal en niet op het niveau van band met de ander ; ze zijn dus bron van geweld, en nog meer wanneer ze door de wet gewettigd zijn. Dat de burgerwet ons aanzet tot het terugkeren naar het stadium van de primaire driften en van de eerste identificaties, door te stoppen bij de homoseksualiteit en door haar te verwarren met de wijze waarop een koppel en een gezin gevormd door een man en een vrouw is opgebouwd, is sociaal gezien een bron van heel wat geweld en onveiligheid voor de kinderen. Daarom willen de mensen die zo onbewust aangevallen worden in hun innerlijke voorstellingen, niet meegesleept worden in deze neergang en komen zij op straat om een verderfelijke wet aan te klagen. De ontkenning van het geslacht als een zo fundamenteel verschil in het structureren van het psychisch leven, van de cultuur en van de sociale band is een manier om ons zijn als geslachtelijk wezen te loochenen. In deze zin neemt de politieke macht een zware verantwoordelijkheid op zich wanneer zij zelf aan de bron ligt van deze ontkenning ten voordele van een schadelijk gebrek aan onderscheid dat enkel kan leiden tot geweld. Het is nog tijd om deze achteruitgang tegen te houden die ons duur te staan zal komen.

(…)

Is deze beweging te vergelijken met andere?

— Sommigen vergelijken ze met 1789, anderen met 1930, of ook met 1968 maar dan omgekeerd. Geen enkele van deze vergelijkingen klopt. Wij zijn niet in staat een sociale beweging te bedenken om zichzelf, zonder dat officiële commentatoren (politiekers en journalisten) overmand door de angst van hun onzekerheden trachten de beweging te koppelen aan een gebeurtenis die ze reeds kennen. Er kunnen soms gelijkenissen zijn, maar de geschiedenis herhaalt zich nooit.

De situatie is volkomen nieuw in de mate dat een meerderheid van de Fransen niet wil weten van dit neo-huwelijk, dat de ontwikkeling en de verfijning van deze instelling in de loop der eeuwen niet waardig is. De situatie is ook nieuw omdat de mensen niet op straat komen om economische redenen zoals soms het geval is bij vakbondsstakingen. Tenslotte is de situatie ongezien omdat de mensen, en enorm veel jongeren, een antropologische realiteit komen ondersteunen: het geslachtelijk onderscheid waardoor zij geboren zijn en opgroeien tot volwassen mensen. En dat is een nieuwigheid die de politieke macht op onbezonnen wijze komt ontkennen door ongelijkheid te fabriceren door een wet. Het is niet realistisch te beweren dat er geen uniek model is voor een koppel en een gezin, terwijl dit altijd heeft en zal bestaan uit een man en een vrouw. De rest is maar woordenkramerij en de taal geweld aandoen, wat ook bron van geweld en diepe tegenstellingen zal zijn, want men beliegt de maatschappij en men zet psychologische en sociale structuren op het spel die zich enkel tussen een man en een vrouw kunnen afspelen.

De symbolen die een maatschappij structureren manipuleren heeft een prijs. Wij zouden er moeten over nadenken wanneer, eens te meer, de burgers de rekening moeten betalen voor de politieke vergissingen die op financieel vlak werden begaan sinds veertig jaar. Het Parlement is niet gewettigd om de natuur van het huwelijk en van de familie te veranderen. De komende generaties zullen een zwaardere rekening gepresenteerd krijgen door een huwelijk dat niet meer op zijn finaliteit gericht is. Vergeten we niet dat vaderschap en moederschap toegang geven tot het verschil en het onderscheid, en niet bij de geïnstitutionaliseerde eenslachtigheid, die op zichzelf en op gelijksoortigen gericht is in menselijke en sociale onvruchtbaarheid.

Mgr. Tony Anatrella is psychoanalyst en specialist in de sociale psychiatrie. Hij is ook consultor bij de Pauselijke Raad voor de Familie en bij de Pauselijke Raad voor Gezondheid. Hij is de auteur van verschillende werken over homoseksualiteit en gender. Dit interview werd opgetekend door Anita Bourdin. De oorspronkelijke volledige tekst kan geraadpleegd worden op http://www.zenit.org/fr/articles/france-le-mariage-pour-tous-une-loi-impopulaire . Deze tekst werd uit het Frans vertaald door Helene en Jos Van Dijk.