De bio-ethiek en de compulsieve grensoverschrijding

Geschreven door Henri Hude op .


De laatste jaren maakt men zowat overal om de haverklap wetten omtrent de bio-ethiek.Toch vragen velen zich af: hebben we niets beter te doen? Waarom deze verbetenheid, terwijl er veel erger uitdagingen zijn in deze tijd van crisis? Waarom de euthanasie vrijmaken terwijl men nog nooit de pijn beter onder controle heeft gehad? Waarom te allen prijs het homoseksueel huwelijk rechtsgeldig maken wanneer praktisch niemand het vraagt? Waarom onophoudelijk de mogelijkheden tot contraceptie en abortus uitbreiden terwijl onze bevolkingen zienderogen in aantal afnemen?

 

De Franse filosoof Henri Hude ontleedt de diepe wortels van dit soort «bio-ethische rage». Hij ziet erin een soort compulsiviteit, nl. een zo goed als onweerstaanbare behoefte om te handelen in de richting van de grensoverschrijding.

We laten hem aan het woord in een interview aan de site “Gènéthique”, een tekst waarvan we de vorm licht hebben aangepast.

Vrijheid en onafhankelijkheid

Het is een feit dat de mens door een behoefte aan vrijheid, aan het absolute en aan het oneindige geboeid wordt. Aldus, wanneer hij vrijheid en onafhankelijkheid met elkaar verwart, wil hij oneindig onafhankelijk zijn en onbeperkt eigenmachtig. Het overschrijden van alles waarvan hij afhankelijk zou kunnen zijn staat aan het eindpunt van deze hersenschim van onbeperkte onafhankelijkheid. Wanneer een mens vrij en gezond is, leeft hij met de aanvaarding dat er zaken zijn die niet van hem afhangen. Wanneer hij bezeten is door een rage van onafhankelijkheid wil hij alle orde waarvan hij afhangt, iedere wet, ieder gezag, iedere natuur der dingen, iedere absolute grondslag, iedere objectieve waarheid, enz. verbreken. Zijn vrijheid kan niets meer verdragen dat haar een grens stelt: werkelijkheid, waarheid, objectieve rechtvaardigheid, grondslag van deze rechtvaardigheid. De wil die bezeten is door deze hersenschim heeft het nodig zichzelf te affirmeren door alles om te keren, de structuur en het goede van de natuur te ontkennen, door iedere Grondslag te loochenen, door ieder gezag van het geweten te overtreden, enz., want dat alles zou zijn verlangen aan banden leggen. Zo ontaardt de vrijheid tot de wil grenzen te overschrijden om de overschrijding zelf.

Grensoverschrijding en dwingelandij

En dan gaat men verder van een overschrijding naar een nieuwe dwingelandij. Een grensoverschrijdende vrijheid, die geen objectief principe van oordelen en handelen heeft, is zeer onstabiel en afhankelijk. Daarom is ze onverdraagzaam. Ze kan geen tegenspraak dulden. Zij wil onafhankelijk zijn, maar zij wordt plotseling zeer afhankelijk van de opinie van de andere. Zij heeft absoluut nood aan erkenning. Anders zou ze aan zichzelf twijfelen en zou een slecht geweten haar het genoegen bederven. Het is daarom dat zo een grensoverschrijdende vrijheid wil dat iedereen zoals zij doet, of haar overschrijdingen zou goedkeuren, of ten minste zich onthouden van iedere opmerking. En zo is het dat men komt tot de dwingelandij, want de vrijheid tot overschrijden wil dogmatisch opgelegd worden als norm. Wanneer zulke norm vastgelegd is, blijven er nog enkel machtsverhoudingen. De machtigen overheersen door geweld of door list. De zwakken zijn veroordeeld tot verdrukking, want de verdediging van hun rechten zou de eerbied voor een objectieve rechtvaardigheid veronderstellen, iets wat de grensoverschrijding weigert.

De laïciteit tegenover de morele wet

Men moet er aan toevoegen dat de laïciteit helemaal niet de gedachte van een objectieve moraal uitsluit, want iedere beschaafde maatschappij veronderstelt zo een gedachte. De stichters van de laïciteit deden beroep op de grote filosofie van de Verlichting, deze van Emmanuel Kant. Welnu, Kant aanvaardt ten volle een universele morele wet, onafhankelijk van de individuele willekeur, gebouwd op de Rede. Deze rationele moraal was praktisch identiek in zijn inhoud met de christelijke moraal, ook al was er een groot verschil in haar geest. De laïciteit die werkt, is een akkoord omtrent de moraal, samen met de vrijheid de Grondslag ervan te zoeken zonder dwang. Maar wanneer er geen objectieve moraal is, staan wij niet voor een “andere beschaving”, maar voor “in het geheel geen beschaving”.

Wat men kon verwijten aan de laïciteit van het grote tijdperk, was het misbruik van de moraal en van het moralisme. Zij die zich thans van de laïciteit noemen zijn te dikwijls anarchisten die een oververzadiging hebben gehad van deze rationalistische moraal, zonder natuur, zonder geluk, zonder God en zonder liefde — die zelfs de religieuze moraal besmet had. Zij vinden ze verstikkend, overspannend. Maar vermits ze grensoverschrijdend zijn en niet willen weten van God, noch van de natuur, is hun enige uitweg om niet te barsten, de vrijheid te bepalen als de mogelijkheid tot overschrijding van deze fameuze “ morele wet”. Dat doet een zeer bijzondere immoraliteit ontstaan, die meent de moraal te zijn en die aan allen een averechtse morele orde wil opleggen. Het is een vreemd verschijnsel.

Het grensoverschrijdend nihilisme

Tenslotte bemerkt men dat de overschrijders de godsdienst verachten en dat zulks bij hen een zeer sterke motivering is. Inderdaad, de overschrijders hebben er behoefte aan dat alles subjectief zou zijn. Zo de godsdienst zuiver subjectief zou zijn en aan niemand enige opmerking zou maken, zouden zij deze kunnen dulden. Anders is uiteraard God de realiteit die hun wil tot onbeperkte onafhankelijkheid het meest tegenspreekt.

Maar de overschrijders hebben hun eigen godsdienst en hun eigen moraal: het grensoverschrijdend nihilisme. Ze willen deze godsdienst en deze moraal aan iedereen opleggen. Het is wat ze graag noemen — we weten niet waarom — laïciteit.

Dit is de oorsprong van hun godsdienst. Om beter iedere “morele wet”, iedere objectieve rechtvaardigheid, iedere wet van natuurlijke rechtvaardigheid uit te roeien, moet men daarvan alle mogelijke Grondslagen uitwissen: de Natuur (Grieks-Romeins), God (Joods-Christelijk) en de Rede (de Verlichting). Eenmaal deze drie Grondslagen weggenomen, blijft er het Niets. En vermits de mens altijd denkt aan een Grondslag, wordt het Niets deze Grondslag, hun God.

De grensoverschrijding leidt tot een godsdienst van het Niets waarin men zich verenigt door de overschrijding:het grensoverschrijdend nihilisme. Deze wil (omdat hij overschrijdend is) de maatschappij in de pas laten lopen.

De natuurwet

Er bestaat een “natuurwet”. Men kan ze herontdekken in drie stappen:

1. Wanneer de mensen wensen te leven in een echte vrede, zonder geweld of list, moeten ze een wet van vrede, die een wet van vertrouwen is, aannemen als politieke grondwet. Daarvan maken regelen deel uit die het vertrouwen waard zijn: zijn woord houden, niet liegen, overeenkomsten uitvoeren, enz. Deze wet van vrede is ook een wet van vriendschap. Zij laat toe waardig korps te vormen in alle vrijheid.

2. Deze vredeswet is het waard een natuurwet genoemd te worden, omdat ze de mens werkelijk toelaat zijn natuur te ontwikkelen, en omdat hij van nature uit sociaal is.

3. Deze politieke grondwet, die men natuurwet moet noemen, dringt zich niet automatisch op aan de menselijke wezens, zoals de fysieke wetten. Zij stelt zich voor aan hun beslissingsmacht (aan hun vrijheid) en ze schrijft aan hun geweten voor wat rechtvaardig is en vriendelijk (dat wat iedereen het goede noemt). Dat is wat men een morele wet noemt.

Bijgevolg bestaat er een vredeswet, die een natuurwet is voor de mens, en die een morele wet is; van daaruit kan men in detail de inhoud van deze “natuurwet” uiteenzetten. (...)

Kan deze opvatting vandaag een universele waarde hebben?

Ik denk dat dit meer en meer het geval zal zijn. Er is geen beschaafde maatschappij zonder objectieve moraal, maar “de moraal” is niet leefbaar zonder voldoende bewustzijn van de “natuurwet”.

Wanneer men spreekt over goddelijke wet zonder tevens te spreken van de natuurwet, gaat men in de richting van een theocratisch stelsel. Wanneer men spreekt van een rationele morele wet zonder evenmin te spreken van de natuurwet, wordt zo’n moraal zeer dwingend, weinig motiverend, onleefbaar. Men is op weg naar de anarchistische explosie. De vrije en beschaafde maatschappij moet dus een objectieve wet van vrede toestaan en haar een “natuurlijke” dimensie toekennen. Daarom zijn wetten die als gevolg hebben de “natuurlijke” aard van de objectieve vredeswet te doen verwerpen onaanvaardbaar.

De in mijn boeken gevolgde stappen bestaan in het uitgaan van feiten uit de oorlog en de oorzaken ervan. Men ontdekt dan de noodzaak en de waarde van iets dat men een vredeswet moet noemen. Daarna begrijpt men dat deze wet zowel natuurlijk als moreel is. Zo herontdekt men de natuurwet, via een experimentele weg.

Een boodschap voor hen die beslissen?

Zij die beslissen moeten terugkeren tot een juiste waardering van de toestanden. Dat zal zich op een natuurlijke wijze voordoen. De rampspoed van de anarchistische economie is overduidelijk. Welnu eenzelfde grensoverschrijdend en anarchistisch principe inspireert de ontregelde financiële wereld en handel die de volkeren neerhaalt, zowel als de maatschappelijke projecten die hun structuur verwoesten. De mensen zullen uiteindelijk de samenhang zien tussen deze grensoverschrijdende principes, de beschadiging van hun economische toestand en de onzinnige antropologie die men hun wil opleggen.

Vermits het grensoverschrijdend stelsel steeds maar slechter werkt en een groeiende tegenstand opwekt, ziet men moeilijk in dat het lang zou kunnen bestaan. Het bondgenootschap van alle door de anarchisten verdrukte krachten zou een reusachtige meerderheid kunnen vertegenwoordigen.

De wet op het homo-huwelijk [in Frankrijk] is bijvoorbeeld een prestatie in het domein van de grensoverschrijding, maar ze is toch een vreemde ongerijmdheid. Bij een terugblik zal men er een fatale buitensporigheid in zien die het mechanisme van de vervanging van een stelsel dat op zijn einde liep, in gang heeft gezet. Ik geloof dus in een verandering. De toestand is zowat overal pre-revolutionair. Binnen tien jaar zal er een andere wereld zijn:

- financieel staan deze grensoverschrijdende oligarchieën aan de rand van het failliet.

- economisch hebben zij in het Westen de industrie, de lokale ontwikkeling en de sociale vooruitgang opgeofferd aan de anarchistische financiële wereld. Politiek gezien is het een continu ontkenning van de democratie.

- cultureel beroept de aan de macht zijnde minderheid zich op de Verlichting, maar ze heeft deze verraden. Een grensoverschrijdend nihilisme, een listig totalitair project, zijn een filosofie van het duister zonder aanpak noch project. We moeten strijdvoeren met vertrouwen.

Henri Hude studeerde aan de École normale supérieure en behaalde het aggregaat in de filosofie. Hij was professor aan het Instituut Johannes-Paulus II van de Universiteit van het Lateraan. Hij is de auteur van “Préparer l’avenir. Nouvelle philosophie du décideur” et “La force de la liberté. Nouvelle philosophie du décideur”. De originele tekst van dit interview vindt men op http://www.genethique.org/?q=fr/synthese-fr/160&last=true, gepubliceerd onder de titel “Crise bioéthique: interview de Henri Hude”. Deze tekst werd uit het Frans vertaald door Walter Van Goethem.