Abortus en excommunicatie

Geschreven door Stefaan Seminckx op .

Enkele maanden geleden ontstond er een polemiek rond het geval van een Braziliaans meisje van negen jaar, dat door verkrachting zwanger werd van een tweeling , en zogezegd met excommunicatie bedreigd werd door de aartsbisschop van Recife.

 

 

 

De gegevens die enige tijd na de polemiek gepubliceerd werden, lenen zich vandaag tot een meer objectieve kijk op deze zaak.

 

De feiten

Het negen jaar oude meisje werd door haar schoonvader verkracht. Voordien had ze gedurende drie jaar seksueel geweld ondergaan. Op 4 maart 2009 werd de tweeling door een medisch team geaborteerd, met de bedoeling het leven van het meisje te redden.

 

Velen schrokken toen de indruk ontstond dat het enige antwoord van de aartsbisschop van Recife op dit drama de excommunicatie was van de moeder en de geneesheren. Sommige media schreven zelfs de aartsbisschop de intentie toe het meisje te excommuniceren.

 

Maar volgens een nota van het aartsbisdom Recife zijn de feiten heel anders: de ondertekenaars verklaren zich met naastenliefde en tederheid over het meisje en de familie te hebben ontfermd en alle beschikbare middelen te hebben aangewend om abortus te vermijden en zo drie levens te redden. Zij preciseren ook dat de zaak van het meisje openbaar werd gemaakt op 25 februari; de waarschuwing van de bisschop over de automatische excommunicatie die aan de misdaad van abortus gepaard gaat, gebeurde op 3 maart. De abortus werd pas ‘s anderendaags uitgevoerd. Aldus heeft de bisschop willen tussenkomen in een publiek debat dat al aan de gang was door te wijzen op de zware ernst van het misdrijf van abortus: zijn stilzwijgen had kunnen geïnterpreteerd worden als een oogluikend toestaan of zelfs medeplichtigheid.

 

De abortus werd uitgevoerd “met de steun van de verantwoordelijken van de sociale diensten en de feministische bewegingen” (Documentation Catholique 2421, 5-4-09, blz. 337), te midden van een debat dat reeds jaren in Brazilië de pro- en anti-abortusgroepen tegen elkaar opstelt. “De artsen die aan de abortus van de tweeling hebben meegewerkt verklaarden en blijven in de nationale media zeggen dat zij ‘heel trots' gedaan hebben wat zij gewoonlijk doen. Eén ervan heeft bovendien verklaard: ‘Ik ben dus reeds meermaals geëxcommuniceerd' ” Ibidem , blz. 346).

 

Abortus en excommunicatie

In dit verband heeft de Congregatie voor de Geloofsleer (CGL) op 10 juli ll. de leer van de Kerk omtrent abortus en de sanctie van excommunicatie latae sententiae die eraan verbonden is in herinnering gebracht. De uitdrukking latae sententiae betekent dat men deze sanctie oploopt door het feit zelf het misdrijf te begaan.

 

Het is dus niet de aartsbisschop van Recife die de daders van de abortus heeft veroordeeld. Hij heeft slechts herinnerd aan de straf die er automatisch aan verbonden is in het kerkelijk recht.

 

De excommunicatie is op het meisje niet van toepassing, want men moet 16 jaar oud zijn om een canonieke strafsanctie te kunnen oplopen. Het is niet overbodig hier te benadrukken dat de sanctie van de excommunicatie een helend of pastoraal doel nastreeft: de ernst van een daad onderstrepen en op de bekering van de overtreder aansturen. Ze bestaat in het ontnemen van spirituele voordelen, zoals de deelname aan de sacramenten. Ze kan opgeheven worden van zodra de dader oprecht spijt betuigt.

 

Men zou zich kunnen verbazen dat de Kerk de sanctie van excommunicatie latae sententiae niet toepast op verkrachting en op andere even weerzinwekkende misdaden. Het is juist omdat ze weerzinwekkend zijn dat die sanctie niet nodig is: niemand zou op de gedachte komen dat verkrachting moreel gerechtvaardigd kan worden. Dit type van misdrijf wordt overigens zwaar bestraft door de strafwet van de Staten.

 

Plichtenconflict

Zoals de rechtzetting van de CGL herinnert, wordt een toestand als deze van het betrokken meisje vanuit moreel standpunt niet opgelost door abortus uit te voeren. Zelfs als verkrachting een niet te kwalificeren daad is, veegt men het berokkende kwaad niet weg door een nieuwe misdaad te begaan.

 

In dit soort toestanden zullen de artsen altijd trachten zowel het leven van de moeder als dat van het kind ( in casu de kinderen) te redden, zelfs als de kansen daartoe miniem zijn. In de praktijk zullen ze het meisje onder nauw medisch toezicht plaatsen en zodra de eerste tekenen optreden van een ernstige complicatie, zullen ze ingrijpen om zowel de moeder als de kinderen te redden.

 

De twee denkbeeldige situaties maken veel kans om gelijklopend te eindigen: het overleven van de moeder en de dood van de foetus(sen). Maar vanuit moreel standpunt gaat het om twee totaal verschillende daden, vermits in het ene geval de wil zich toespitst op een daad die in zich goed is —het leven van de drie redden—, terwijl hij in het andere geval gericht is op een daad die in zich slecht is: de bewuste en vrijwillige eliminatie van twee onschuldige wezens.

 

Dit verheldert eens te meer een realiteit die wij dikwijls uit het oog verliezen: het perspectief van de moraal is niet het perspectief van de technische efficiëntie. De moraal kijkt vanuit het oogpunt van het bewuste en vrijwillige handelen, dat in een concrete daad opteert voor het goede of het kwade, en zo het voorwerp wordt van verdienste of verwijt.

 

Stefaan Seminckx is priester, doctor in de geneeskunde en in de theologie. Deze tekst, oorspronkelijk geschreven in het Frans, werd door Walter Van Goethem vertaald.