Twaalf vragen over Jezus van Nazareth

Geschreven door Emmanuel Cabello op .

Als Jezus Christus werkelijk bestaan heeft, als hij God is, dan verandert alles. Indien hij voor mij op het kruis gestorven is en verrezen, dan kan ik niet meer leven zoals voorheen. Maar zijn deze hypothesen vandaag nog geloofwaardig?

 

 

1. Heeft Jezus van Nazareth werkelijk bestaan?

Op dit moment zijn er geen redelijke twijfels over het historisch bestaan van Jezus van Nazareth. Niet-christelijke bronnen uit dezelfde tijd als de Evangeliën (Flavius Josephus, Plinius de Jongere, Tacitus en Suetonius) bevestigen het bestaan van Jezus en laten toe hem chronologisch en geografisch te situeren: in Judea onder Pontius Pilatus, die prefect was van het jaar 26 tot 36.

 

2. Is Jezus niet zo maar een “grote persoonlijkheid” in de geschiedenis, die ons een boodschap van wijsheid en liefde gebracht heeft, net als Socrates, Confucius of Boeddha?

Voor de christenen is Jezus niet zo maar een meester, een eenvoudige profeet of een boodschapper van God, maar de Verlosser, de Redder van de mensheid. Zoals de heilige Petrus zegt: “Bij niemand anders is dan ook de redding te vinden en geen andere Naam onder de hemel is aan de mensen gegeven waarin wij gered moeten worden” (Hand 4, 12). En dit is niet de vrucht van inbeelding: Jezus is de enige persoon in de geschiedenis die de dood overwonnen heeft.

 

3. Zijn er redenen om te bevestigen dat Jezus werkelijk verrezen is?

Een eerste reden is het feit dat men twee dagen na zijn begrafenis zijn graf leeg gevonden heeft, ondanks dat de autoriteiten bewakers bij het graf geplaatst hadden om te vermijden dat het lichaam gestolen zou worden. Dit werd door zijn volgelingen van in het begin verkondigd en is nooit tegengesproken door zijn vijanden. De tweede afdoende reden, is gebaseerd op de verschijningen van Jezus aan honderden van zijn leerlingen in de dagen volgend op zijn dood, volgens de vier Evangeliën en het getuigenis van de heilige apostel Paulus (vgl. 1 Kor 15, 3-7).

 

4. Maar al deze dingen weten wij enkel door het Nieuw Testament, dus door gedeeltelijke bronnen, ja zelfs vooringenomen. Zijn er geen andere argumenten?

Hoe waren de leerlingen van Jezus in staat om de verschrikkelijke ontgoocheling over de schijnbare mislukking van hun meester, die door de religieuze leiders van het volk ter dood veroordeeld was, te boven te komen? Alles wijst erop dat zij niet geneigd waren in de verrijzenis te geloven; hoe hebben zij dan van de ene op de andere dag een zegevierend “offensief” in beweging kunnen zetten? Hoe zou de aankondiging van de verrijzenis door de leerlingen mogelijk geweest zijn in een stad waar diegenen die verantwoordelijk waren voor de kruisiging van Jezus enkel maar de weg naar het graf moesten tonen om die verrijzenis te weerleggen? Hoe had de belangrijkste religie in de wereld kunnen ontstaan door een mislukte profeet? Hoe hadden de Joden, die de naam van God zelfs niet mochten uitspreken, een andere Jood kunnen vergoddelijken? Hoe hadden zij tenslotte hun leven kunnen geven, vaak als martelaar, om het geloof te verkondigen indien dit slechts een fabel was die zij uitgevonden hadden?

 

5. Is de verrijzenis van Jezus voldoende reden om te geloven dat hij God is zoals de christenen beweren?

Een andere noodzakelijke voorwaarde, maar niet voldoende, om te geloven dat Jezus God is, is dat Jezus zelf zich bewust was dat hij God was. In de Evangeliën vinden wij talrijke uitingen van dit bewustzijn: zijn bevestigend antwoord toen de hogepriester Kajafas hem op dit punt ondervroeg (vgl. Mc 14, 62); zijn aanspraak op het vergeven van zonden (vgl. Lc 5, 17-26); zijn bewering dat hij door zijn eigen woord de Wet die God aan Mozes gegeven had kon verbeteren (vgl. Mt 5, 27-48); Zijn bevestiging dat het heil van de mensheid afhing van zijn dood (vgl. Mt 26, 28), enz. Het Evangelie van Johannes, dat vandaag door een aantal exegeten als de meest betrouwbare historische bron over het leven van Christus wordt beschouwd, staat vol met beweringen van Jezus over zijn godheid, over zijn aanspraak op gelijkheid met God.

 

6. Bewijst iemand die zoiets beweert niet dat hij gek is?

Het is waar dat onder de profeten en de wijzen in de geschiedenis Jezus de enige is die het waagde zichzelf als God te beschouwen. Maar anderzijds schijnen zijn evenwichtig en diep onderricht, zijn parabels — die nog steeds ons geweten verlichten —, zijn open en barmhartige omgang met eender welk soort mensen, zijn serene houding bij de polemieken met zijn tegenstanders gedurende zijn proces en geconfronteerd met de dood, helemaal niet eigen aan een gek. Bovendien wordt deze aanspraak op de godheid van Jezus bevestigd door zijn talrijke wonderen (hij genas vele zieken, hij heeft veel doden uit de dood opgewekt, brood en vissen vermenigvuldigd, over het water gewandeld, de storm bedaard, de verwoesting van de Tempel, het verraad van Judas en de verloocheningen door Petrus voorzegd, enz.) en in het bijzonder door zijn eigen verrijzenis: God zou nooit een fantast, een leugenaar doen verrijzen.

 

7. Zou het niet veel makkelijker zijn in de verrijzenis en de godheid van Jezus te geloven als hij zich na de verrijzenis in heel zijn glorie aan de menigte zou getoond hebben?

Jezus wil ons geloof niet afdwingen. Hij eerbiedigt onze waardigheid als vrije schepselen. Daarom geeft hij ons geen onweerlegbare bewijzen die ons verstand zouden verplichten zich gewonnen te geven. De Heer wil onze liefde opwekken, die zich slechts in volle vrijheid kan geven. Vergeten we naar aanleiding hiervan niet de woorden uit de Heilige Schrift: “Gij gelooft dat er slechts één God is? Uitstekend; ook de boze geesten geloven dat, en sidderen!” (Jak 2, 19). Een gedwongen instemming met het geloof brengt geen eeuwig heil: enkel een instemming vervuld van liefde kan ons redden. Dat betekent niet dat ons geloof in Jezus van Nazareth irrationeel is: wij hebben juist de vele motieven gezien die het redelijk maken.

 

8. Wij hebben niet gesproken over de vraag naar de geloofwaardigheid van de bronnen over het leven, de dood en de verrijzenis van Jezus. Kunnen de Evangeliën als geloofwaardig beschouwd worden?

Deze vraag kan als volgt beantwoord worden: enerzijds zijn het merendeel van de herinneringen over Jezus opgetekend in een kort tijdsverloop (volgens vele geschiedschrijvers en exegeten zo’n dertig jaar), wat geen mythevorming toeliet, onder andere omdat vele getuigen nog in leven waren. Anderzijds bestond het milieu waarin de evangelische verhalen zijn ontstaan uit gemeenschappen waarvan de leiders de intieme vrienden van Jezus waren. Deze leiders, die zelf getuigen waren van het leven van Jezus, garanderen de historiciteit van de herinneringen en de betrouwbaarheid van hun optekeningen.

 

9. Maar het waren juist deze leiders, de apostelen, die er het meest belang bij hadden de figuur van Jezus te manipuleren…

Indien men de geschiedenis gemanipuleerd had, zou het logisch zijn te denken dat: 1) de manipulatoren er van zouden geprofiteerd hebben om de woorden en de handelingen van Jezus in de vier Evangeliën te laten overeenstemmen; 2) ze zouden ook hinderlijke herinneringen aan Jezus weggemoffeld hebben (het doopsel van Jezus door Johannes, waardoor men kon denken dat deze laatste veel belangrijker is dan de eerste; de bevestiging van Jezus over het feit dat hij niet wist wanneer het einde van de wereld zou zijn); 3) zij zouden Jezus onderrichtingen van groot belang voor het oriënteren van de eerste stappen van de Kerk in de mond gelegd hebben (bijvoorbeeld of de christenen al dan niet ook de Wet van Mozes moesten naleven). 4) diezelfde apostelen, auteurs van die manipulaties, zouden de herinnering aan de verloochening van Petrus, aan hun lafheid, aan hun gebrek aan geloof, aan hun ijdelheid, enz. weggelaten hebben. Dus als er al enige manipulatie plaatsgevonden heeft, was deze zeer onhandig.

 

10. De Evangeliën zijn misschien in de loop van de eeuwen gemanipuleerd om van Jezus een God te maken. Hebben wij waarborgen voor de getrouwheid van de teksten die tot vandaag bewaard zijn, in vergelijking met de teksten die in de eerste eeuw geschreven werden?

De handschriften van de Evangeliën die bewaard zijn gebleven tonen aan dat wij een grote geloofwaardigheid mogen hechten aan het doorgeven van deze teksten. Vooreerst omwille van het groot aantal handschriften dat wij bezitten. Terwijl wij van de Ilias een 700-tal handschriften kennen, en van de eerste zes boeken van de Annalen van Tacitus één enkel, beschikken wij voor het Nieuw Testament over een 5.400 in het Grieks, de taal waarin ze uitgegeven werden (wij spreken hier niet over de mogelijke versie van Matteüs in het Aramees).

 

Bovendien is het tijdsverloop tussen de datum van het opstellen van de Evangeliën en die van het oudste handschrift in ons bezit iets van een 40 jaar (voor een handschrift van het Evangelie van Johannes). En we hebben papyrusrollen van de 3de eeuw waaronder een volledige collectie van de vier Evangeliën. Vanaf de 4e eeuw zijn de getuigenissen ontelbaar. Daarentegen is er een tijdsspanne van 1.900 jaar tussen de originelen van de werken van Homeros en hun vroegste tot op heden bewaard gebleven manuscripten; een tussentijd van 1.300 of 1.400 jaar voor andere Griekse klassieken (Aeschylos, Thucydidos, Demosthenes, Plato, enz.). Voor sommige werken van Julius Caesar is er meer dan 1.000 jaar tijdsverloop, enz.

 

11. Zijn er andere argumenten die de geloofwaardigheid van de Evangeliën bevestigen?

Ja, verschillende gebeurtenissen uit het leven van Jezus die in de Evangeliën worden verhaald waren in het Oude Testament voorzegd. Dit is een kenmerk dat de geschiedenis van Jezus onderscheidt van die van andere stichters van religies. Bijvoorbeeld: zijn komst werd aangekondigd in een obscure voorspelling in de oudheid (vgl. Gen 3, 14; Num 24, 17). Later zijn meerdere duidelijker profetieën over Jezus van Nazareth opgeschreven. Onder andere: zijn geboorte uit een maagd (vgl. Jes 7, 14) en de afstamming van David (vgl. 2 Sam 7, 16); zijn triomfantelijke intocht in Jeruzalem (vgl.Za 9, 9); enkele gebeurtenissen van zijn lijden (vgl. Jes, 53, 2-12; Wijsh 2, 12-20; Ps 22); zijn verrijzenis (Ps 16, 9-11).

 

12. Wij zijn nog steeds bij Bijbelse argumenten. Zijn er geen andere redenen die uit middens komen die niets met de Schrift te maken hebben?

Sinds het midden van de 20ste eeuw kunnen we rekenen op talrijker bronnen over de historische periode van Jezus. Geschreven bronnen, zoals de handschriften van Qumran, de gnostische teksten van Nag Hammadi, de joodse literatuur van de periode tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Men heeft ook talrijke belangrijke archeologische vondsten gedaan in Palestina. Beide soorten bronnen tonen een joods cultureel, sociaal en religieus milieu dat zeer goed overeenstemt met de evangelieverhalen.

 

Daarnaast moet men de oude relieken niet vergeten waarvan de echtheid hoe langer hoe meer wordt geaccepteerd, met name de lijkwade van Turijn. Men vindt geen menselijke verklaring voor de afdruk van de beeltenis van de gekruisigde op dit weefsel, afbeelding die overigens volledig past bij wat de Evangeliën over het lijden van Jezus vertellen.

 

Wil U meer weten:

- V. Messori: Wat te zeggen van Jezus. Hypothesen over zijn persoon en werk, Kampen-Kok, 1981

- Joseph Ratzinger/Benedictus XVI: Jezus van Nazareth Deel I, Lannoo, 2007; Jezus van Nazareth Deel II, Lannoo, 2011

- J. Grifone : Des évangiles à Jésus-Christ, Tempora, Perpignan 2007

- J.-C. Petitfils : Jésus, Fayard, Paris 2011

- A. Léonard : Les raisons de croire, Fayard, Paris 1996

 

Emmanuel Cabello is priester, Doctor in de Opvoedkunde en de Theologie. Deze tekst werd uit het Frans vertaald door Jos en Helene Van Dyck.