Niet alles is een mensenrecht

Geschreven door Fernand Keuleneer op .

Moet men kruisbeelden bannen uit openbare scholen ? Het Europees Hof van de Rechten van de Mens denkt van wel. Een reflectie over dit debat.


 

Kruisbeelden in openbare scholen zijn een zaak voor regering en parlement, niet voor Europese gerechtshoven, stelt advocaat Fernand Keuleneer. In de voortdurende uitbreiding van de ‘mensenrechten' schuilt volgens hem een groot gevaar.

 

Een kruis in openbare scholen verplichten, ja zelfs toelaten, is een schending van de basisprincipes zelf van onze samenleving. Dat een democratisch gekozen politieke meerderheid dat anders ziet, is geen punt. Zo oordeelde het Europees hof voor de rechten van de mens onlangs in de zaak Lautsi-Italië. De Italiaanse regering argumenteerde dat de aanwezigheid van een kruisbeeld niet strijdig is met de individuele vrijheden en dat het weliswaar een religieus symbool is, maar ook staat voor algemeen aanvaarde beschavingswaarden.

 

Het arrest illustreert het erg problematische karakter van de steeds verder uitdijende rechtspraak over mensenrechten. Je zou verwachten dat het bij mensenrechten gaat om zwaarwichtige aantastingen van de grondslagen van onze samenleving, zoals foltering, gevangenneming zonder proces, of de verplichting om een godsdienst aan te hangen. Maar een kruisbeeld in een school? Als in een dergelijke, excuseer, banale aangelegenheid de fundamentele rechten en vrijheden van de burger geacht worden op het spel te staan, kan om het even welke wet of beslissing door om het even wie worden aangevochten, in naam van de mensenrechten.

 

Als een hoog internationaal rechtscollege daarin kan tussenkomen, wordt het democratische proces van besluitvorming door verkozenen hoe langer hoe minder bepalend. Je kunt een genuanceerde afweging of compromis altijd aanvechten en op de helling zetten, als je er maar in slaagt je standpunt te doen aanvaarden als een mensenrecht. In plaats van democratisch verkozenen oordeelt dan uiteindelijk een onverkozen hof. Dat houdt voor dat het om een juridische uitspraak gaat, terwijl het in de eerste plaats een politiek oordeel is.

 

Zou in de zaak-Lautsi een tegengestelde uitspraak minder juridisch zijn geweest? Natuurlijk niet. Het standpunt van het hof is juridisch omdat het in een arrest is vervat, maar er waren geen juridisch dwingende overwegingen om tot precies die uitspraak te komen. Het is bedenkelijk dat rechters zich in zo'n aangelegenheid het laatste woord toe-eigenen. Het laatste woord dient, zwaarwegende uitzonderingen niet te na gesproken, bij democratisch verkozenen te blijven. De rechters hadden moeten stellen dat er een onvoldoende basis was om het standpunt van een democratische meerderheid, in dit geschil vertolkt door de Italiaanse regering, onwettelijk te verklaren.

 

‘Onwettelijk', inderdaad. Het gaat er niet om welk standpunt in te nemen in een politiek debat in het Italiaanse parlement – het is immers perfect eerbaar van mening te zijn dat kruisbeelden niet op hun plaats zijn in een publieke school. Het gaat erom of het standpunt van de Italiaanse regering ‘Onwettelijk' is omdat het indruist tegen de mensenrechten. Dat is een onaanvaardbare stelling, zoals het even onaanvaardbaar zou zijn om die reden te stellen dat een eventueel verbod op kruisbeelden in publieke scholen onwettelijk zou zijn.

 

Het arrest-Lautsi werd geveld door het Europees hof voor de rechten van de mens in Straatsburg. Dat rechtscollege is geen instelling van de Europese Unie (EU), maar wel van de Raad van Europa. Zijn arresten hebben geen rechtstreekse werking, hoewel ze binnen een nationale rechtsorde wel juridische gevolgen kunnen hebben. Was dit arrest geveld door het Europees hof van Justitie, dat wel een EU-instelling is, zou het wel rechtstreeks ingrijpen. Dat het Europees hof van Justitie in de toekomst in vergelijkbare zaken uitspraak zal doen, met nog verderstrekkender gevolgen, lijdt geen twijfel. Door het Verdrag van Lissabon wordt het Handvest van de EU-grondrechten in de Europese basiswetgeving opgenomen, onder controle van het Europees hof van Justitie. De Tsjechische president had gelijk daartegen te protesteren alvorens hij dat Verdrag toch ondertekende, zij het met een symbolische tegemoetkoming aan zijn land.

 

Fernand Keuleneer is advocaat. Deze tekst werd gepubliceerd in het weekblad Tertio van 18-11-09 (cfr. www.tertio.be).