Een boekenshop voor katholieke inspiratie Verzending binnen heel BelgiëPapers over actuele onderwerpen

Feminisme en moederschap

12 oktober 2026

Erica Komisar — Amerikaanse psychologe, psychanaliste en schrijfster — is de auteur van “Being There. Why Prioritizing Motherhood in the First Three Years Matters” (Er zijn. Waarom het belangrijk is prioriteit te geven aan het moederschap de eerste drie jaren).

(…)

U zegt dat het moederschap “een liefde zonder gelijke” is. Uit enquêtes in verschillende landen blijkt echter dat vandaag bij jonge vrouwen een hoger percentage dan in gelijk welke andere generatie verklaart geen kinderen te willen. Welke factoren liggen volgens U aan de oorsprong van dit fenomeen?

Ik denk dat de moderne maatschappij het belang van het moederschap ontwaard en geminimaliseerd heeft. Er is zeker vooruitgang geboekt wat betreft de erkenning van de capaciteiten en rechten van vrouwen. Maar vaak houdt deze vooruitgang geen rekening met belangrijke aspecten van onze tradities.

Want vaak zegt men tegen vrouwen “jullie zijn niets waard indien jullie thuisblijven” in plaats van “jullie hebben de mogelijkheid te kiezen”.

Dat heeft vrouwen ertoe gebracht hun instinct, hun gevoelens en hun wens om hun baby gedurende een bepaalde tijd zelf bij te houden in vraag te stellen. Daarom bestaat het grootste deel van mijn huidige klinische werk, wanneer moeders — en ook vaders — mij komen raadplegen, erin “hun toelating te geven” om naar hun hart te luisteren en het te volgen: als ze niet willen scheiden van hun baby, zouden ze het niet moeten doen. Want er is niets belangrijkers.

Freud zei dat wij nood hebben aan liefde en aan een betekenisvol werk dat zin heeft. Soms is dat betekenisvol werk thuis. En soms, buitenshuis. Maar de liefde komt altijd op de eerste plaats. Want tenslotte draait het niet om geld of roem; het gaat om de waarde van de erfenis nagelaten door uw affectieve relaties.

In uw boek, legt U uit dat deze aanwezigheid van de ouders essentieel is voor de fysieke en mentale ontwikkeling van kinderen. In welke opzichten precies?

De eerste drie jaar maken uit wat wij de eerste kritieke periode noemen van de socio-emotionele ontwikkeling, omwille van de rijping van de prefrontale cortex en van het limbisch systeem, die onder andere, verantwoordelijk zijn voor de emotionele regulatie, voor het vermogen om in de toekomst met stress om te gaan; voor de capaciteit om sociale signalen te interpreteren of voor executieve functies.

Bovendien blijkt uit onderzoek dat de ontwikkeling van de rechterhersenhelft — of “emotionele hersenen” — heel belangrijk is als basis voor de ontwikkeling van de linkerhersenhelft — of “cognitieve hersenen”. Indien wij bijgevolg kinderen geen emotionele veiligheid bieden, kunnen zij ook niet zo goed leren. Angstige, gedeprimeerde of benadeelde kinderen leren niet even goed als diegenen die zich op emotioneel vlak veilig voelen.

Maar los van wat de wetenschap ons vertelt, volstaat het naar uw baby te kijken — ongelooflijk kwetsbaar vanuit fysiek, neurologisch en emotioneel oogpunt — om te weten dat je als moeder niet geprogrammeerd bent om hem achter te laten. Indien jijzelf genoten hebt van die gezonde band en van dat gevoel van veiligheid en bescherming van uw eigen moeder, zal je, wanneer jij je baby bekijkt, een elan voelen, een instinctief elan: “Dit is mijn baby, en het is een klein fragiel wezen, dat mij wanhopig nodig heeft”.

Sommige theorieën houden vol dat de zwangerschap bij de mens eerder meer dan 18 maand zou moeten zijn, zelfs als dat biologisch onmogelijk is. Het is geen toeval dat men in het grootste deel van de wereld men “buideltassen” uitgevonden heeft zodat moeders hun baby’s bij zich zouden kunnen dragen.

U onderlijnt ook dat kinderdagverblijven geen goed vervangmiddel vormen voor de familiale zorgen tijdens deze eerste ontwikkelingsfase. U vermeldt o.a. het feit dat de omgeving in deze structuren vaak luidruchtig en overprikkelend is, helemaal het tegendeel van wat een baby nodig heeft.

Ja het is overprikkelend, afmattend. Dat veroorzaakt een verhoging van hun cortisolspiegel, het stresshormoon, wat niet goed is voor hun hersenen in ontwikkeling. De baby’s moeten voor stress beschermd worden tijdens hun eerste jaren, in de mate van het mogelijke.

Nog eens, er is iets ongelooflijk tegengesteld aan het instinct aan het feit zijn baby toe te vertrouwen aan vreemden in een institutionele omgeving, wanneer je weet dat die baby nood heeft aan je lichaam. De moeder is zijn voornaamste hechtingsfiguur. Die baby kent de stem van zijn moeder, haar geur.

Wat in onze samenleving gebeurt, is dat wij onze menselijkheid ontkennen, onze oerinstincten, die ons hebben geholpen om gedurende duizenden jaren te overleven. Ik vind het altijd mysterieus om aan ouders of aan de maatschappij te moeten uitleggen dat baby’s geboren worden met een wanhopige nood aan troost, aan warmte en aan veiligheid die het lichaam van hun mama hun biedt. Wij zijn zo losgekoppeld van onze instincten, zowel op emotioneel als op fysiek vlak, dat het noodzakelijk wordt om het uit te leggen.

En wat met het begrip van “alloparentaliteit”, en die spreekwijze volgens welk “er een heel dorp nodig is om een kind op te voeden”? U hebt het belang van co-ouderschap onderlijnd, maar ook de beperkingen ervan.

In onze maatschappij beleven wij een vervorming en zelfs een perversie van de term “alloparentaliteit”. In de ware gedeelde opvoeding was de moeder onaantastbaar als voornaamste hechtingsfiguur en werd haar rol gerespecteerd in de schoot van de gemeenschap. Wanneer de baby gelukkig of emotioneel stabiel was, konden moeders hem achterlaten in de handen van vertrouwenspersonen of van vervangende hechtingsfiguren, zoals de grootouders of de broers en zussen; maar niet wanneer de baby in nood was: in dat geval gaf de andere persoon de baby terug aan zijn moeder.

Baby’s kunnen alleen verbinden, ontdekken en risico nemen dan wanneer ze zich in veiligheid voelen. En ze voelen zich niet veilig wanneer de persoon die hen in armen houdt hen niet laat terugkeren naar hun moeder.

Co-ouderschap bestaat er niet in zijn baby tussen acht en twaalf uur per dag in een institutionele omgeving te laten met een massa vreemdelingen die gaan en komen en maar op doortocht zijn. Deze misvorming van het concept van co-ouderschap werd gecreëerd om zich aan te passen aan die moderne sociale redenering, nogal egocentrisch, narcistisch en gericht op de volwassenen.

U hebt onderlijnd dat de emotionele stabiliteit van de baby afhangt van die van zijn ouders. Hebben wij een probleem rekening houdend met de achteruitgang van de mentale gezondheid bij de “millenials” en de volwassenen van generatie Z, die de leeftijd hebben bereikt om kinderen op te voeden?

In de psychologie bestaat er een concept van “egodystone gevoelens”: de negatieve evaluatie van iemand van sommige van zijn gedachten, emoties of andere aspecten van zijn sociaal en innerlijk leven, wat vaak voortvloeit uit een verstoring van de vroegtijdige ontwikkeling van het ik. Wat de opvoeding van de kinderen betreft, betekent het dat, indien je een trauma beleefd hebt tijdens de kindheid (misschien had je heel egocentrische ouders), je waarschijnlijk zo’n sterke afweermechanismen hebt ontwikkeld dat je de smart vandaag niet meer voelt, en dat je dus geen hulp zoekt om zelf een betere ouder te worden.

Het gebeurt vaak dat de ouders pas professionele hulp zoeken wanneer hun kinderen moeilijkheden, echte moeilijkheden, doormaken, zoals depressie of angst. En dat vind ik heel triest.

Er bestaat een verband tussen verwaarlozing in de kindheid en de ontwikkeling van narcistische trekken op volwassen leeftijd, wat op zijn beurt een verwaarlozend ouderschap met zich kan meebrengen. Een verwaarloosd kind heeft afweermechanismen ontwikkeld die ongeschikt zijn om het hoofd te bieden aan deze verwaarlozing. Deze mechanismen werken in op zijn relaties en op zijn toekomstige vaardigheid om voldoening te smaken. Het gaat namelijk om het onvermogen anderen te erkennen of door anderen erkend te worden.

Wij moeten in ieder geval de verwaarlozende opvoeding vermijden, wat betekent de ouders helpen om aanwezig te zijn voor hun kinderen gedurende de eerste levensjaren.

Er ontstaan meer en meer etiketten en modellen om de ideale opvoeding te beschrijven: “helikopter ouders”, “tijgermoeders”, “vuurtorenouders”… Zijn we dit probleem te ingewikkeld aan het maken en tegelijkertijd teveel druk op de gezinnen aan het leggen?

Als u een term moet zoeken om de opvoedingsstijl te beschrijven, is die stijl waarschijnlijk ongezond. In plaats daarvan ga ik u de kenmerken van een gezonde opvoeding uitleggen: gevoelig, empathisch, ontspannen met limieten, emotioneel en fysiek aanwezig.

Kinderen hebben bepaalde grenzen, structuur en beperkingen nodig, maar die moeten hun met gevoeligheid en empathie aangeboden worden. Het belangrijkste is dat je zoveel mogelijk fysisch en emotioneel aanwezig bent. Men kan niet emotioneel aanwezig zijn wanneer men niet fysisch aanwezig is, maar men kan fysisch aanwezig zijn zonder emotioneel aanwezig te zijn.

Uw boek “Being There” heeft een levendige controverse uitgelokt in de schoot van de feministische beweging, maar u hebt ook verteld dat vele moeders u zijn komen bedanken omdat u hun keuze om thuis te blijven onder de aandacht hebt gebracht en verdedigd. Denkt u dat het feminisme zijn perspectief zou moeten verbreden om die vrouwen in te sluiten?

Welzeker. Veel mensen weten het niet, maar in het begin van het feminisme bestond er een beweging die “moederlijk feminisme” heette. Die beweging drong aan op de noodzaak voor de vrouwen om keuzes te kunnen maken, rechten te hebben en te kunnen stemmen, maar terzelfdertijd, legde zij het accent op het belang van het gezin. Ze verwierp het moederschap niet. Deze afwijzing werd pas geïntroduceerd door de tweede feministische golf.

Dus ja, ik denk dat er zeker plaats is voor moeders binnen de feministische beweging, maar we hebben nog een lange weg te gaan. Toen ik “Being There” schreef, tien jaar geleden, bedoelde ik: vrouwen hebben nood aan erkenning en vrijheid. Het gaat erom het belang van het moederschap te erkennen als kostbaar, betekenisvol werk en drager van zin. En het gaat erom de ouders de toelating te geven om naar hun hart te luisteren en te zeggen: “Ik neem een pauze in mijn carrière”, of “Ik ga mijn leven wijden aan het opvoeden van mijn kinderen”, of nog “ Ik kan dat nu doen, dan later over het vervolg van mijn leven beslissen”.

U bent zelf een voorbeeld van deze vrijheid die u opeist. U hebt verteld dat op het moment om een professionele sector te kiezen, een van uw eisen was dat het u de nodige flexibiliteit zou laten om een gezin te stichten.

Toen ik jong was, wist ik dat wilde trouwen en kinderen hebben, en dat dat het belangrijkste was in het leven. Maar ik wilde ook een werk hebben dat werkelijk zin geeft aan mijn leven. Dan ben ik van de ene stage naar de andere gegaan, alsof het over een proeverij ging; wat veel jongeren geacht worden te doen. Ik heb rechten geprobeerd. Ik heb televisieproductie geprobeerd. Ik heb public relations geprobeerd. Ik heb al die dingen geprobeerd. Maar ik vond praktisch geen enkele gelukkige vrouw. En dan, toen ik naar mijn psychotherapeute keek, zei ik bij mezelf: “Dat is het, het beste: deze vrouw helpt me om een betere persoon te worden, om een beter leven te leiden, om gelukkiger te zijn. En ze verdient veel geld. Waarom zou ik daar niet mee beginnen?”

Ik heb het grote geluk gehad om mij heel jong te realiseren dat de liefde en de relaties het allerbelangrijkste zijn in het leven. Maar dat is niet wat we aan de jongeren zeggen. Wij zeggen hun niet te veel vertrouwen te hebben in de liefde, om niet te jong verliefd te worden, om niet al te jong te trouwen. Wij spreken hun over de scheiding nog voor we hun over liefde te spreken.

En dan is er nog het probleem van de bedrijfscultuur in bepaalde sectoren: er zijn bepaalde beroepen, die traditioneel mannenbastions waren — of het nu de bank, de rechten of de geneeskunde was  -, die grote moeilijkheden hebben om zich aan te passen aan de noden van vrouwen en kinderen.

U zei dat we ongepaste boodschappen sturen aan vrouwen en kinderen. En aan mannen? Denkt u dat in wat men de huidige “crisis van de mannelijkheid” noemt, er buiten de gekende opvoedkundige of professionele factoren, ook andere culturele factoren een rol spelen?

Er is een crisis onder jongens en mannen, en ze is in grote mate verbonden, eens te meer, met de moderne sociale redenering over de toxische mannelijkheid: mannen en jongens zijn slecht, meisjes zijn goed, men moet meisjes en vrouwen prijzen, en dat de jongens maar elders naartoe lopen. Natuurlijk zijn er mannen die zich slecht gedragen. Maar de idee dat alle mannelijkheid toxisch is, of dat vrouwen mannen niet nodig hebben, is vreemd en absurd. En dat had als effect dat jongens en mannen vervreemden van de maatschappij.

Nu schamen ze zich. “Houston, we hebben een probleem”, want ja, het was vroeger heel belangrijk om vrouwen te waarderen, maar vandaag is het helaas belangrijk de mannen te versterken, te erkennen en te waarderen.

Wij moeten af van die redenering. We hebben mannen nodig, we hebben vrouwen nodig, wij hebben moeders nodig, wij hebben vaders nodig. Vaders zijn belangrijk voor de kinderen, heel belangrijk. Wij moeten onze mannen weghalen van achter hun computers en hun gemeenschappen van ongewilde vrijgezellen en ze terugbrengen naar het daglicht.

Een scheiding is altijd een traumatische ervaring, en heel vaak zijn het de kinderen die er het meest onder lijden. Wat zijn, volgens uw klinische ervaring, de meest courante kwetsuren bij hen? Welke raadgevingen zou u in dit verband aan ouders geven?

Om te beginnen: scheidt niet alvorens uw jongste kind drie jaar geworden is, behalve bij zware mishandeling die uw leven of dat van uw kind in gevaar brengt.

Vroeger bestond wat men “de leer van de eerste jaren” noemde: in geval van scheiding werd de voogdij over jonge kinderen over het algemeen toegekend aan de moeder als ze nog jong waren, want moeders waren erkend als de voornaamste hechtingsfiguur. Nu beschouwt men, omwille van de “gender” beweging die zich inzet voor de neutraliteit van het geslacht, dat mannen en vrouwen uitwisselbaar zijn en dat er geen primaire hechtingsfiguur is, wat belachelijk is, want het zijn de moeders die baren, borstvoeding geven, enz.

In wat voor een wereld acht men het gezond een baby die borstvoeding krijgt, of die misschien nog bij zijn moeder slaapt, brutaal drie dagen per week van haar te scheiden? Dat is exact wat gebeurt omwille van die beweging en waarom vaders bezitteriger worden en in narcisme vervallen. “Het kind is van mij en ik heb recht op de helft ervan.” Baby’s zijn geen voorwerpen, het zijn personen. Ze maken uiterst kritieke ontwikkelingsfasen door die geëerbiedigd moeten worden.

Vandaag opteren veel mensen voor akkoorden “twee-twee-drie”: twee dagen met de moeder, dan twee dagen met de vader, dan drie dagen met de moeder; en de volgende week omgekeerd.

Ik kan u zeggen dat sommige van mijn volwassen patiënten klaagden dat hun ouders dat soort regeling hadden getroffen toen zij kind waren. Alsof niemand bereid was om ook maar het minste offer te brengen in naam van wat gepast of juist was voor hen.

Scheidingen zijn niet eerlijk. Er is niets eerlijks aan een scheiding. Het is beter als het niet gebeurt, maar als het wel gebeurt, wordt er van je verwacht dat je doet wat goed is voor je kinderen en offers voor hen brengt, zelfs als dat betekent dat je soms minder tijd met hen doorbrengt. Maar dit vereist wel dat je je emoties onder controle houdt en bereid bent jezelf op te offeren voor anderen.

U hebt ook een boek geschreven over de manier om gelukkige en tevreden tieners op te voeden. Wat zou u ouders aanraden wat betreft de schermtijd van hun kinderen op die leeftijd?

Kinderen onder 16 jaar zouden niet toegelaten mogen worden om de sociale netwerken te gebruiken, om diverse redenen verbonden met hun ontwikkeling. Sociale media versterken de neiging om zichzelf te vergelijken met anderen, een typisch fenomeen van de adolescentie, want dat is een levensfase gekenmerkt door een grote onzekerheid.

In de eerste plaats moet men dus deze optie uitsluiten, dan concrete grenzen vastleggen wat betreft de technologie, wat die ook zij.

Een andere raad: zoek een groep ouders die uw standpunt delen, want anders blijkt het heel moeilijk in praktijk om te zetten.

En als je kind een telefoon nodig heeft, koop dan geen smartphone, maar een basismodel, heel saai zonder spelletjes, dat enkel dient om mama te bellen om haar te zeggen dat het 20 minuten te laat zal zijn.

Bron: https://www.aceprensa.com/familia/erica-komisar-la-mayor-parte-de-mi-trabajo-clinico-consiste-en-dar-permiso-a-los-padres-para-escuchar-su-corazon-y-seguirlo/. Het artikel werd gepubliceerd met volgende titel: “Het grootste deel van mijn klinische werk bestaat erin “hun toelating te geven” om naar hun hart te luisteren en het te volgen”. Deze tekst werd uit het Frans vertaald door Jos en Helene Van Dyck.