Een boekenshop voor katholieke inspiratie Verzending binnen heel BelgiëPapers over actuele onderwerpen

De redenen van het schisma van de priesterbroederschap Sint Pius X

26 juli 2026

Op 13 juli 1988, enkele dagen na het eerste schisma van de priesterbroederschap Sint Pius X, hield kardinaal Ratzinger een toespraak voor de bisschoppen van Chili over de onderliggende oorzaken van de zaak Lefebvre. We geven ze hier weer.

Het probleem dat Mgr. Lefebvre aan de orde stelde, is ongetwijfeld niet opgelost met de breuk van 30 juni. Het zou te gemakkelijk zijn zich te verschuilen in een soort triomfalisme en te denken dat deze kwestie niet langer relevant is vanaf het moment dat Lefebvres beweging zich duidelijk van de Kerk heeft afscheid. Een christen kan en mag zich nooit verheugen over een breuk. Zelfs als de schuld niet onomstotelijk aan de Heilige Stoel kan toegeschreven worden, moeten we ons toch afvragen: welke fouten hebben we begaan, welke vergissingen begaan we nog? De criteria die toelaten het verleden te beoordelen, te beginnen met het decreet over het oecumenisme van het Tweede Vaticaans Concilie, moeten logischerwijs ook toepasbaar zijn om het heden te begrijpen.

Een van de fundamentele ontdekkingen van de theologie van het oecumenisme, is dat schisma’s enkel ontstaan wanneer binnen de Kerk bepaalde waarheden en waarden van het christelijk geloof niet langer beleefd of gekoesterd worden. De gemarginaliseerde waarheid krijgt dan haar autonomie, lost zich van de totaliteit van de kerkelijke structuur, en rond haar vormt zich een nieuwe beweging. Het feit dat zoveel mensen, nochtans verwijderd van de beperkte kring van Lefebvres broederschap, in hem een soort gids zien, of tenminste een nuttige bondgenoot, zou ons tot nadenken moeten stemmen. Het volstaat niet dat alles toe te schrijven aan politieke motieven, aan nostalgie of aan andere secondaire redenen van culturele orde. Zulke oorzaken zouden niet volstaan om in het bijzonder jongeren uit heel verschillende landen en behorend tot totaal verschillende politieke en culturele contexten aan te trekken. Wel te verstaan springt hun beperkte en eenzijdige visie in het oog waar men ook kijkt; nochtans zou het fenomeen in zijn geheel ondenkbaar blijven indien er niet ook positieve elementen in het spel waren die in het algemeen niet meer voldoende leefruimte krijgen in de Kerk van vandaag.

Om al deze redenen moeten wij deze situatie in de eerste plaats beschouwen als een kans tot zelfonderzoek. We moeten niet twijfelen om de tekortkomingen van onze pastoraal, die door al deze feiten doorschemeren, ernstig te onderzoeken. Zo kunnen we ruimte bieden aan diegenen die haar zoeken en vragen in de schoot van de Kerk zelf, en zo een schisma binnen in de Kerk volstrekt overbodig maken.

Ik zou drie aspecten willen onderzoeken die volgens mij een belangrijke rol spelen in deze situatie.

Het gewijde en het profane

Talrijke redenen zouden kunnen verklaren waarom zovele mensen toevlucht hebben gezocht in de oude liturgie. Een van de voornaamste, en zeker niet van de minste, is dat zij daarin de waardigheid van het gewijde ongeschonden vonden.

Na het Concilie hebben velen intentioneel de “ontwijding” tot programma gemaakt, terwijl ze ons uitlegden dat het Nieuw Testament de cultus van de Tempel had vernietigd: het gordijn van de Tempel dat op het moment van Christus’ kruisdood gescheurd was, betekende — volgens hen — het einde van het heilige. Jezus’ dood buiten de muren, t.t.z. in de publieke sfeer, betekende van dan af de ware aanbidding; de aanbidding, indien ze moet bestaan, vindt plaats in het niet-gewijde van het dagelijks leven, in de beleefde liefde. Het is op basis van zulke argumenten dat men de gewijde gewaden naar het tweede plan verbannen heeft; de kerken werden zoveel mogelijk beroofd van de schittering die het gewijde oproept; en de liturgie werd zoveel het kon teruggevoerd tot de taal en de gebaren van het gewone leven, door groeten, gewone tekens van vriendschap en andere gelijkaardige zaken.

Nochtans hebben zulke theorieën en praktijken totaal geen rekening gehouden met de ware band tussen het Oude en Nieuwe Testament; ze zijn vergeten dat deze wereld nog niet het Koninkrijk van God is en dat de “Heilige van God” (Joh. 6,69) in tegenspraak blijft met de wereld; dat wij nood hebben aan zuivering om tot Hem te naderen; dat het profane, zelfs na Jezus’ dood en verrijzenis, niet heilig geworden is. De Verrezene heeft zich enkel getoond aan diegenen wier harten zich voor Hem geopend hadden, voor de Heilige: Hij heeft zich niet aan de hele wereld getoond. Het is van die wereld dat zich de nieuwe ruimte van aanbidding geopend heeft waarheen wij allen gericht zijn; deze aanbidding bestaat in het naderen tot de gemeenschap van de Verrezen Christus, aan wiens voeten de vrouwen zich ter aarde geworpen hebben om Hem te aanbidden (Mt. 28,9).

Ik wens niet dieper in te gaan op dit punt, maar eenvoudig direct tot het besluit komen: wij moeten de dimensie van het gewijde in de liturgie herstellen. De liturgie is geen festival, noch een gezellig samenzijn. Het heeft weinig belang of een priester erin slaagt verlokkende ideeën of fantastische speculaties te verkondigen. De liturgie is het aanwezig brengen midden onder ons van de driemaal heilige God; ze is het brandend braambos, ze is het Verbond van God met de mensheid in Jezus Christus, die gestorven en verrezen is. De grootsheid van de liturgie berust niet op haar vermogen om boeiend vermaak te brengen, maar op haar kracht om ons in contact te brengen met de Volstrekt Andere, die we niet zouden kunnen weergeven met onze eigen krachten. Hij komt omdat Hij het wil. Met andere woorden, de essentie van de liturgie is het mysterie dat zich voltrekt in de gewone ritus van de Kerk; al de rest doet er slechts afbreuk aan. De gelovigen maken het mee en ze voelen zich verraden wanneer het mysterie verandert in divertissement, wanneer de protagonist van de liturgie niet lange de levende God is, maar de priester of de liturgische animator.

Het niet-arbitrair karakter van het geloof en zijn continuïteit

Het Tweede Vaticaans Concilie verdedigen — in tegenstelling tot Mgr. Lefebvre — als een waardevolle en bindende gebeurtenis voor de Kerk blijft en zal een noodzaak blijven. Toch bestaat er een bekrompen visie die Vaticanum II isoleert en die deze tegenstand veroorzaakt heeft. Verschillende interpretaties geven de indruk dat volgens Vaticaan II alles omgeslagen is en dat wat voorafging niet meer waardevol is; of tenminste, het niet meer zou zijn tenzij in het licht van Vaticaan II. Het Concilie wordt niet beschouwd als een bestanddeel van de totaliteit van de levende Traditie van de Kerk, maar eerder als het einde van de Traditie en een volledig herbeginnen van zero. De waarheid is dat het Concilie zelf geen enkel dogma heeft gedefinieerd een zich bewust ingespannen heeft om zich meer bescheiden uit te drukken, eenvoudig als een pastoraal concilie; toch interpreteren velen het alsof het bijna gaat om een superdogma dat al de rest slaat met onbelangrijkheid.

Deze indruk wordt vooral versterkt door wat in het dagelijks leven gebeurt. Wat vroeger beschouwd werd als de meest gewijde zaak — de vorm overgebracht door de liturgie — is plots het meest verboden geworden en het enige dat men absoluut moet verwerpen. De kritieken in verband met de nieuwigheden van de postconciliaire periode worden niet getolereerd; wanneer het daarentegen gaat om oude regels of grote geloofswaarheden — bijvoorbeeld de lichamelijke maagdelijkheid van Maria, de lichamelijke verrijzenis van Jezus, de onsterfelijkheid van de ziel, enz. —, is er geen enkele reactie, of hoogstens een uiterste timide reactie. Ikzelf was getuige, toen ik hoogleraar was, van de manier waarop een bisschop die, voor het concilie, een onberispelijke professor ontslagen had vanwege een ietwat botte openhartigheid, niet in staat was, na het Concilie, een andere professor te ontslaan die openlijk bepaalde fundamentele waarheden van het geloof loochende. Dat alles brengt veel gelovigen ertoe zich af te vragen of de Kerk van vandaag nog werkelijk dezelfde is als die van gisteren, of ze niet eenvoudig vervangen is door een andere zonder dat ze het wisten. De enige manier om Vaticaan II geloofwaardig te maken, is het duidelijk te presenteren voor wat het is: een schakel van de enige en volledige Traditie.

De uniciteit van de waarheid

Los van de liturgische kwestie, ligt de kern van het conflict nu in de aanval tegen het decreet over de religieuze vrijheid en tegen de zogenaamde geest van Assisi. Over deze punten trekt Mgr. Lefebvre een rode lijn tussen zijn positie en die van de katholieke kerk vandaag. Het is niet nodig expliciet te herhalen dat zijn stellingen hierover onaanvaardbaar zijn. Maar we zullen hier niet blijven stilstaan bij zijn dwalingen; we wensen ons eerder af te vragen waar ons eigen gebrek aan duidelijkheid ligt.

Voor Mgr. Lefebvre gaat het om een strijd tegen het ideologisch liberalisme, tegen de relativering van de waarheid. Natuurlijk zouden wij zijn raad niet kunnen delen wanneer hij bevestigt dat de conciliaire tekst over de religieuze vrijheid of het gebed van Assisi, volgens de intenties uitgedrukt door de heilige vader de paus, relativeringen [van de waarheid] vormen. Het blijft niet minder waar dat in het spiritueel klimaat van het postconciliaire tijdperk de vraag van de waarheid vaak werd overschaduwd, ja zelfs onderdrukt; en het is misschien daar dat we raken aan het cruciaal probleem van de theologie en de hedendaagse pastoraal.

“Waarheid” is plots verschenen als een buitensporige eis, een onverdraaglijk “triomfalisme”. Dat proces treedt op bijzonder evidente manier op in de crisis die het ideaal en de praktijk van de missionarissen heeft getroffen. Als we de waarheid niet langer zoeken wanneer wij ons geloof verkondigen, en als deze waarheid niet meer essentieel is voor het heil van de mensheid, dan verliezen de missies hun bestaansreden. In feite is men gekomen, en men komt nog ertoe te besluiten dat in de toekomst het enig objectief zou moeten zijn dat christenen goede christenen zijn, moslims goede moslims, hindoes goede hindoes, enzovoort. Maar hoe weten we wanneer iemand een “goede” christen of een “goede” moslim is? Het idee dat alle religies uiteindelijk slechts symbolen zijn van het Onverstaanbare, wint snel terrein, ook in de theologie, en vindt zich reeds diep geworteld in de liturgische praktijk. Overal waar zich dit fenomeen manifesteert, wordt het geloof als zodanig tenslotte achtergelaten, want het bestaat er juist in zich over te geven aan de waarheid voor zover deze erkend is. Daarom hebben we zeker alle reden om terug te komen tot het gezonde verstand ook in dit domein. Indien we komen tot het tonen en tot het opnieuw beleven van de totaliteit van het katholicisme in die milieus, dan kunnen we hopen dat het schisma van Mgr. Lefebvre niet eindeloos zal duren.

Bron: http://www.belgicatho.be/archive/2026/07/21/fsspx-les-veritables-raisons-du-schisme-le-discours-propheti-6602463.html. Deze tekst werd uit het Frans vertaald door Jos en Helene Van Dyck.