Celibaat en pedofilie

Geschreven door Ricardo Estarriol op .

Professor Hans-Ludwig Kröber, specialist in psychiatrie, weerlegt de hypothese van een verband tussen celibaat en pedofilie.

 

 


Professor Hans-Ludwig Kröber, Directeur van het Instituut voor psychiatrische gerechtelijke geneeskunde van de Vrije Universiteit van Berlijn is een van de beroemdste specialisten uit zijn vak in Duitsland. Kröber doceert en doet onderzoeken in “Caritas”, een aan de Vrije Universiteit van Berlijn en aan de Humboldtuniversiteit verbonden kliniek. Meer dan de helft van de Duitse Nobelprijswinnaars zijn afkomstig uit deze instelling.

 

Zijn uitspraken zijn van een bijzonder belang, want Kröber, die tijdens zijn jeugd actief was in de communistische jeugd, bekent zich in het publiek als atheïst, hoewel zijn onderzoeken erg worden gewaardeerd door de Congregatie voor de Geloofsleer van het Vaticaan. Het Instituut van Kröber doet voortdurend studies over oude gevallen van pedofilie en publiceert jaarlijks verslagen over de daders en de slachtoffers van seksueel misbruik op minderjarigen. De professor hield zich persoonlijk bezig met het probleem van de kerkdienaars toen hij in 2003 deel uitmaakte van een expertencommissie die door het Vaticaan was opgericht.

 

In zijn uitspraken bevestigt Kröber dat het “echte probleem van de katholieke Kerk vooral ligt bij de homoseksuele priesters die de seksuele onthouding niet kunnen of niet willen beleven, en die tevens hun toestand trachten te verbergen, soms door zelfs relaties te onderhouden met homoseksuelen uit sociaal gemarginaliseerde sectoren.” De door de professor gevoerde onderzoeken hebben hem er ook van overtuigd dat “de andere bron van problemen de priesters zijn die heteroseksuele relaties onderhouden”, hoewel hij erkent dat de Duitse parochiegemeenschappen geneigd zijn meer begrip te vertonen voor priesters die er een bijzit op nahouden.

 

“Het is natuurlijk altijd mogelijk het celibaat te bestrijden en het oogpunt van Luther te verdedigen; maar vermits de daders van seksueel misbruik op minderjarigen uiterst zeldzaam zijn onder celibatairen, kan men in geen geval zeggen dat het celibaat de oorzaak is van de pedofilie.” “De type-pedofiel is nooit een persoon die zich inspant de seksuele onthouding te beleven”, besluit Kröber.

 

De aandacht wordt toegespitst op de minst gevaarlijke

Het meest verontrustende voor de Duitse professor, die adviezen gaf in beroemde rechtsgedingen —bij voorbeeld over de terrorist Christian Klar van de Rote Armee Fraktion (RAF)—, is dat de aandacht van de publieke opinie getrokken wordt op de sector die het minste gevaar betekent voor de minderjarigen, althans in Duitsland. “Als men hypothetische vermoedens moet uitbrengen, dan zou men ermee moeten rekening houden dat het risico groter is in een sportclub en dat de nieuwe gezel van een ongehuwde of gescheiden moeder een groter gevaar kan zijn voor een minderjarige, zowel wat betreft het geweld als het seksueel misbruik.”

 

“Het is niet nodig statistisch aan te tonen dat het celibaat niet de pedofilie teweegbrengt (al kiezen sommige pedofielen vanzelfsprekend voor het celibaat), evenmin als dat het nodig is zulks te doen in het geval van een voetbaltrainer of een haarkapper”, zegt Kröber, redenerend dat “het gaat om een door de specialiseerde geneeskunde bewezen feit, zoals het feit dat een kus geen zwangerschap veroorzaakt, of de masturbatie geen verzwakking van de ruggenwervel.”

 

De echte pedofielen zijn personen die al een vroege sterke seksuele activiteit hebben gehad en niet de volwassen personen met een “hormonale superproductie” bij gebrek aan een partner. Het geloof dat het gebrek aan een partner vroeg of laat uitloopt op een verlies van de oorspronkelijke seksuele gerichtheid is “wetenschappelijk een dwaasheid”.

 

Volgens Kröber, die zijn beweringen baseert op statistieken die voortkomen van Duitse en kerkelijke rechtbanken, wordt niemand pedofiel bij gebrek aan seksuele contacten met een volwassene. “Na een periode van seksuele onthouding begint men niet plots te dromen van minderjarigen terwijl men ophoudt te dromen van aantrekkelijke vrouwen: voor een heteroseksuele man zijn en blijven de jongens zonder belang.” In een gedetailleerde statistische studie toont Kröber aan dat in Duitsland de waarschijnlijkheid dat een ongehuwde een seksueel misbruik begaat 1 op 40 bedraagt. Bij de in Duitsland sedert 1995 geregistreerde gevallen zijn slechts 0,045 % der daders verdacht van seksueel misbruik priesters of religieuzen. Concreet en in de gevallen van seksueel misbruik op minderjarigen toont de studie aan dat de verhouding van ongehuwde kerkelijke overtreders vergeleken met niet-celibataire personen 1 op 40 bedraagt, in geval van vermoeden van misdrijf, en 1 op 22 in geval van veroordeling.

 

Kröber wordt getroffen door het feit dat na acht weken van publiek debat men geen enkel geval van geregistreerd vermoeden van inbreuk tijdens de laatste jaren heeft bekend gemaakt. Het feit dat men thans uitgaat van feiten die zich in 1952 hebben voorgedaan, wijst op de moeilijkheden ondervonden door wie spreekt over een (actuele) epidemie van pedofilie bij kerkdienaars. In het Canisiuscollege van Duitsland is men moeten twintig jaren teruggaan om drie verdachte gevallen te vinden. Van de 9.500 inbreuken van dit type die sedert 1995 in Berlijn werden geregistreerd, is er geen enkel in verband met het Jezuïetencollege.

 

Ricardo Estarriol is een journalist te Wenen. Hij publiceerde dit artikel bij het agentschap Aceprensa op 23 maart ll. Men kan de originele tekst in het Spaans raadplegen op http://www.aceprensa.com/articulos/2010/mar/23/el-celibato-no-es-la-causa-de-la-paidofilia . Deze tekst werd uit het Frans vertaald door Walter Van Goethem . Dit interview werd ook opgenomen in een artikel van de wetenschappagina van De Standaard op 15 april ll.