Wat gebeurt er in Duitsland?

Geschreven door Charles J. Chaput op .

Een controverse in de Duitse bisschoppenconferentie gaat heel de Kerk aan. De aartsbisschop van Philadelphia legt uit waarom.

 

In The making of Martin Luther noteert de specialist van Cambridge Richard Rex dat niet 1517, maar 1518 het jaar is voor de echte geboorte van Luthers publiek profiel. In januari 1518 leerde de publieke opinie in Duitsland de 95 stellingen kennen. In de lente van hetzelfde jaar schreef hij zijn Instructies voor de biecht en zijn Preek over de juiste voorbereiding van het hart voor het ontvangen van de communie. Vooral de Preek bevatte reeds het zaad van Luthers latere regelrechte aanval op de katholieke sacramentele theologie — een feit dat kardinaal Thomas Cajetanus al had aangevoeld toen hij Luther ontmoette in Augsburg in oktober 1518 en hem aanmaande zijn meest problematische meningen te herroepen.

Luther weigerde. De rest van het verhaal is bekend.

Exact 500 jaar na Luthers Preek is de communie opnieuw een twistpunt in Duitsland. Deze keer zijn het de bisschoppen zelf die het niet eens zijn. Kardinaal Reinhard Marx van München en andere bisschoppen willen protestantse echtgenoten van katholieken de communie laten ontvangen onder bepaalde voorwaarden, “zolang ze het katholiek geloof in de Eucharistie bijtreden”. Kardinaal Rainer Woelki van Keulen en zes andere Duitse bisschoppen verzetten zich hiertegen. Ze hebben opheldering gevraagd in Rome. Het Vaticaan heeft echter geweigerd tussen te komen en de zaak teruggespeeld naar de Duitse bisschoppen met de dringende vraag om tot een vergelijk te komen binnen de bisschoppenconferentie.

De kwestie verhitte echter begin deze maand op een nationale Duitse katholieke bijeenkomst. De president van het land, samen met een belangrijke tv-persoonlijkheid en anderen, koos openlijk de zijde van kardinaal Marx. Kardinaal Marx argumenteerde dat “als iemand hongerig is en gelooft, hij toegang tot de Eucharistie moet hebben. Dat moet onze passie zijn en daar wil ik niet vanaf gaan.” Kardinaal Woelki was niet akkoord. Hij merkte op dat “wie ‘ja’ zegt tegen de echte tegenwoordigheid van Christus in de [katholieke] Eucharistie” ook “natuurlijk ‘ja’ zegt tegen het pausdom en de hiërarchische structuur van de Kerk, en de verering van de heiligen, en nog veel, veel meer” – allemaal dingen die de protestanten typisch verwerpen. Woelki benadrukte verder dat “wij [in Duitsland] deel uitmaken van de universele Kerk. Er kan geen Duitse uitzondering zijn”.

Bisschoppen zijn mensen, dus ze zijn het vaak niet eens. Interne meningsverschillen zijn gewoon in iedere bisschoppenconferentie, en ze worden — uiteraard — intern behandeld. Maar twee dingen maken de Duitse situatie bijzonder: de globale reikwijdte van de controverse en de leerstellige materie van het debat. Wie, wanneer en waarom de Eucharistie kan ontvangen is geen uitsluitend Duitse kwestie. Indien, zoals Vaticaan II zegde, de Eucharistie de bron en het hoogtepunt van ons leven als christenen en de bezegeling van onze katholieke eenheid is, dan hebben de antwoorden op deze vragen gevolgen voor de hele Kerk. Ze gaan ons allen aan. In dit perspectief bied ik deze punten aan om te overdenken en te discussiëren, in de eenvoudige woorden van één bisschop onder vele diocesane bisschoppen:

Zes bedenkingen

1.Als de Eucharistie waarlijk het teken en instrument van de kerkelijke eenheid is, herdefiniëren we dan in feite niet wie en wat de Kerk is als we de voorwaarden voor de communie veranderen?

2. Het Duitse voorstel zal, gewild of niet, onvermijdelijk juist dit doen. Het is de eerste fase om de communie toegankelijk te maken voor alle protestanten, of alle gedoopten, vermits het huwelijk uiteindelijk niet de enige reden is om niet-katholieken tot de communie toe te laten.

3. Communie veronderstelt een gemeenschappelijk geloof en credo, met inbegrip van een bovennatuurlijk geloof in de ware aanwezigheid van Christus in de Eucharistie, evenals in de zeven sacramenten die door eeuwenoude traditie van de katholieke Kerk erkend zijn. Door dit feit in vraag te stellen, neemt het Duits voorstel in feite een protestants begrip van kerkelijke identiteit aan. Een eenvoudig doopsel en een geloof in Christus schijnen te volstaan, geen geloof in het mysterie van het geloof zoals dat begrepen wordt door de katholieke traditie en de concilies. Moet de protestantse echtgenoot geloven in de priesterlijke wijding zoals die begrepen wordt in de katholieke Kerk, wat logischerwijze in verband staat met het geloof in de consecratie van brood en wijn in lichaam en bloed van Christus? Of willen de Duitse bisschoppen suggereren dat het sacrament van het priesterschap niet voortkomt van de apostolische successie? In dat geval staan we voor een veel ergere dwaling.

4. Het Duitse voorstel verbreekt de wezenlijke band tussen de sacramentele biecht en de communie. Het zou dus impliceren dat de protestantse echtgenoot niet te biechten moet gaan voor zware zonden vooraleer te communie te gaan. Maar dat is in tegenspraak met de eeuwenoude praktijk en de dogmatische leer van de katholieke Kerk, het Concilie van Trente en de moderne Catechismus van de Katholieke Kerk, evenals het gewone Leergezag. Het zou als effect een protestantisering van de katholieke theologie van de sacramenten hebben.

5. Indien de leer van de Kerk genegeerd of opnieuw onderhandeld kan worden, zelfs een onderrichting die in een concilie gedefinieerd werd (zoals in dit geval in Trente), kunnen dan alle concilies historisch gerelativeerd en opnieuw onderhandeld worden? Veel moderne liberale protestanten betwijfelen, verwerpen of negeren de leer van het Concilie van Nicea over de godheid van Christus, of beschouwen het gewoon als historische bagage. Zullen protestantse echtgenoten moeten geloven in de godheid van Christus? Indien ze moeten geloven in de ware aanwezigheid van Christus in het sacrament van de Eucharistie, waarom zouden ze dan niet moeten geloven in de priesterwijding of het boetesacrament? Als ze in al die dingen geloven, waarom worden ze dan niet aangemoedigd om katholiek te worden om zo zichtbaar en ten volle deel te hebben aan de communio van de gelovigen.

6. Indien protestanten uitgenodigd worden om de katholieke communie te ontvangen, zullen katholieken dan nog uitgesloten blijven van de protestantse communie? Indien dat zo is, waarom? Als ze niet uitgesloten worden impliceert dat dan niet dat de katholieke visie op priesterschap en echte eucharistische communie fout is, en als ze fout is, dat het protestants geloof juist is? Indien intercommunie niet de bedoeling heeft te impliceren dat de katholieke en protestantse opvattingen over de Eucharistie evenwaardig zijn, dan misleidt de praktijk van intercommunie de gelovigen. Is dat geen schoolvoorbeeld van “schandaal veroorzaken”? En zal het niet door velen gezien worden als een beleefde vorm van bedrog of als een poging om de moeilijkste onderrichtingen te verbergen in de context van oecumenische discussie? Eenheid kan niet opgebouwd worden in een proces waarin men systematisch de waarheid over onze verschillen achterhoudt.

De Eucharistie is het lichaam van Christus. De Kerk ook

De essentie van het Duitse voorstel voor intercommunie is dat men de heilige communie zou kunnen delen, zelfs als er geen echte Kerk eenheid is. Dit raakt de kern van de ware natuur van het sacrament van de Eucharistie, want door zijn natuur zelf is de Eucharistie het lichaam van Christus. En het “lichaam van Christus” is zowel de reële als de substantiële tegenwoordigheid van Christus onder de gedaante van brood en wijn, en ook de Kerk zelf, de gemeenschap van de gelovigen verenigd in Christus, het Hoofd. De communie ontvangen betekent publiek op plechtige wijze voor God en in de Kerk verkondigen dat men in communio is met Jezus en met de zichtbare gemeenschap die de Eucharistie viert.

Daarom bestaat er dus een wezenlijk verband tussen “het in communio zijn” met een gemeenschap en “communie ontvangen” in die gemeenschap. Deze werkelijkheden verwijzen naar elkaar.

Veel dingen verbinden ons met de protestantse christenen. De tijd van de bittere polemieken is voorbij, en ik tel onder de grote zegeningen in mijn leven de aanwezigheid en het voorbeeld van protestantse vrienden met een groot christelijk karakter, wijsheid en toewijding tot het Evangelie. Niets van wat ik hier schrijf is bedoeld om hun buitengewoon getuigenis te verminderen. Maar het is ook waar dat belangrijke dingen ons nog scheiden, en de thema’s die ons scheiden zijn niet zomaar verbale artefacten van een voorbije periode. Onze scheiding is een wonde in de eenheid van de christenen, en ze is niet gewild door God; maar het is een realiteit die we moeten erkennen. Een onwaarheid binnenbrengen in het plechtigste ogenblik van iemands ontmoeting met Jezus in de eucharistie — door zijn handelen zeggen “ik ben in communio”, wanneer iemand duidelijk aantoonbaar niet één is met die gemeenschap — is een leugen, en dus een zware belediging voor God.

In zijn encycliek van 2003 Ecclesia de Eucharistia (nr. 35) schreef Johannes Paulus II:

De viering van de Eucharistie kan (…) niet het beginpunt zijn van gemeenschap; het vooronderstelt dat de gemeenschap reeds bestaat, een gemeenschap die zij zoekt te bestendigen en tot volmaaktheid te brengen. Het sacrament is een uitdrukking van die gemeenschapsband zowel in zijn onzichtbare dimensie die ons in Christus door de werking van de heilige Geest met de Vader en onderling verbindt, als in de zichtbare dimensie die de gemeenschap in de leer van de apostelen, in de sacramenten en in de hiërarchische orde betreft. De innige relatie die er bestaat tussen de onzichtbare elementen en de zichtbare elementen van de kerkelijke gemeenschap bouwt als het ware de Kerk op als sacrament van het heil. Alleen in deze samenhang kan er een geldige viering van de Eucharistie zijn, en een echte deelneming daaraan. Daaruit volgt dat het een intrinsiek vereiste van de Eucharistie is dat zij gevierd wordt in communio en wel zó dat de verschillende banden van die gemeenschap intact blijven.

Wat in Duitsland gebeurt zal niet in Duitsland blijven. De geschiedenis heeft ons die les reeds eerder geleerd.

Charles J. Chaput is aartsbisschop van Philadelphia (VSA). Dit artikel verscheen in “First Things” van 23/5/2018 onder de titel “What happens in Germany”. Bron: http://www.firstthings.com/web-exclusives/2018/05/what-happens-in-germany. De tussentitels zijn van onze redactie. Deze tekst werd uit het Engels vertaald door Helene en Jos Van Dyck.

Tags: Geloof Kerk