De hedendaagse wereld begrijpen (10/10)

Geschreven door Stefaan Seminckx op .

“De passie voor de waarheid” is het laatste artikel in een reeks van tien. In deze teksten trachten verschillende auteurs na te denken over de hedendaagse wereld en de denkbeelden die ons leven en handelen beheersen. Ze bespreken ook de troeven van de christelijke boodschap in deze postmoderne cultuur die haar voor nieuwe uitdagingen stelt.

 

“Pilatus zei tot Hem: ‘Wat is waarheid?’ Na die woorden ging hij weer naar buiten tot de Joden (…)” (Joh 18, 38).

Pilatus stelde de juiste vraag aan Jezus, maar hij nam niet de moeite om naar het antwoord te luisteren. Dat overkomt ons vaak: wij zijn te druk bezig om ons te interesseren voor de fundamentele kwesties. Het hedendaags relativisme voegt daar nog aan toe dat de waarheid zoeken een hersenschim is.

En toch, is het wel waar dat de waarheid zoeken een hersenschim is? En nog veel essentiëler, kunnen wij leven zonder waarheid, zonder een authentieke perceptie van de realiteit der dingen, en vooral zonder te weten wie wij zijn, vanwaar we komen en waar we naartoe gaan? En als die vragen ons nutteloos lijken omdat er zogezegd geen antwoord op is, is het dan waar dat ze nutteloos zijn?

We moeten ons bij de feiten neerleggen: men kan niet om de vraag naar de waarheid heen. Zij dringt zich op in elk van onze gedachten, woorden en handelingen. Als het niet waar is dat de zon iedere morgen opgaat, verandert alles. En alles verandert ook als het niet juist is dat de seizoenen elkaar opvolgen, dat wij niet kunnen leven zonder te eten, te drinken en te slapen, dat we moeten stoppen voor een rood licht, dat Napoleon bestaan heeft, dat 2+2=4, dat het geheel groter is dan het deel, enz.

Zonder waarheid zweeft elke menselijke handeling in de leegte. Zonder waarheid gaan wij de ondergang tegemoet: is het waar dat het goud in waarde gaat stijgen op de beurs? of gaat het dalen? Mogelijk laat de vraag u koud… en verliest u veel geld. Is voor dit vergif product X of product Y een geschikt tegengif? Het interesseert u misschien niet, maar u kan erdoor sterven.

Men kan zijn ziel in ademnood voelen verkeren wanneer die geen antwoord krijgt op essentiële vragen. Als het leven geen zin meer heeft, zijn er ook geen regels meer te volgen. Als er geen waarheid meer is die redt, is er ook geen heil meer. Dan beleeft men een langzame verstikking van de ziel die ondergedompeld wordt in een ijle omgeving zonder de zuivere lucht van het ware.

Welnu het geloof in Christus, die de Waarheid is, wil ons het heil brengen. Het geloof maakt aanspraak op de macht ons verstand te genezen en onze vrijheid te helen: “Indien gij trouw blijft aan mijn woord, zijt gij waarlijk mijn leerlingen. Dan zult ge de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken.” (Joh 8, 31-32).

Als het waar is dat het geloof ons verstand helemaal zichzelf laat zijn, ontstaat er een deugdzame cirkel waar het verstand het geloof oprecht tracht te begrijpen en het geloof op zijn beurt de essentiële waarheden openbaart aan het verstand. Dan kan het vuur dat in elk van ons smeult weer aangewakkerd worden: de passie om de waarheid te kennen, haar gestalte te geven en haar te verkondigen.

De passie om de waarheid te kennen

De universiteit is ontstaan in de Middeleeuwen uit de passie voor de waarheid gestimuleerd door het geloof. De grote intellectuelen waren steeds mannen en vrouwen die geboeid waren door een getrouw begrip van de realiteit van de dingen. Zij streefden naar de volkomen overeenkomst tussen het werkelijke en het licht van het verstand, wat de klassieke definitie van de waarheid is.

We moeten het vertrouwen herwinnen dat het mogelijk is de werkelijkheid te kennen zoals ze is, ook het wezen van de dingen, namelijk hun metafysische dimensie die de nauwe grenzen van de exacte wetenschappen overstijgt.

In verband met de fundamentele waarheden, zoals die over het heil, moeten wij een gezonde filosofie herontdekken, waar het verstand openstaat voor wat het overstijgt en ons interesseren voor de apologetica die op wetenschappelijke wijze de uitgangspunten van het geloof bestudeert.

Het is belangrijk open te staan voor de gave van het geloof — “de boodschap van het christelijk geloof is een zuiverende kracht voor de rede zelf, die haar helpt meer zichzelf te zijn” (Benedictus XVI, toespraak aan de universiteit La Sapienza, 17-1-08) —, en de gave van de heilige Geest te ontvangen die “u tot de volle waarheid zal brengen”(Joh 16, 13). De gave van wijsheid, de grootste der gaven van de heilige Geest, laat ons deelhebben aan de blik van God op de werkelijkheid, de enige absoluut ware blik.

De passie om de waarheid te belichamen

Het streven naar het ware veronderstelt het verlangen waar te zijn (en vice versa…). Omgekeerd sluiten de schijnheilige en de leugenaar zich af voor het licht van de waarheid. Het is zo omdat de deugden de band tussen de rede en het handelen verzekeren.

De deugd die ons waar maakt heet waarachtigheid, een zeer veeleisende deugd. Ziehier enkele toepassingen:

  • elke vorm van leugen, elke poging om de waarheid te verbloemen in mijn voordeel of in andermans nadeel verafschuwen
  • me tonen zoals ik ben, mijn gebreken aanvaarden, me niet beter willen voordoen dan ik ben en iedere vorm van hypocrisie afzweren
  • mijn flaters en mijn fouten toegeven: zonder omwegen erkennen dat ik me vergist heb, of dankbaar de aanduidingen en de verbeteringen van een ander aanvaarden. De mensen verwachten niet dat ik alles perfect doe, maar dat ik waarachtig ben
  • de valse naastenliefde — de lafheid — een waarheid die voor iemand anders belangrijk is te verzwijgen, zelfs als die pijnlijk om te horen is; de waarheid met naastenliefde leren spreken; de broederlijke vermaning beleven (cf. Mt 18, 15)
  • uit mijn “verdedigingsarsenaal” iedere vorm van wettiging of excuus weren: als ik waar ben hoef ik geen “imago” te verdedigen
  • niets beweren waarvan ik niet zeker ben en zonder omhaal van woorden mijn onwetendheid op bepaalde domeinen erkennen, want ik kan niet alles weten (mensen die overal een mening over hebben, hebben geen groot gezag
  • geen enkele belofte doen, hoe klein ook, zonder het vaste voornemen ze in te lossen, zoals het een trouw, geloofwaardig, betrouwbaar persoon past; als ik mijn belofte niet nagekomen ben mij daarvoor verontschuldigen
  • lichtvaardig oordeel, dat op onvolledige gegevens berust, verwerpen want het doet de waarheid geweld aan en kwetst de naastenliefde; nooit oordelen in een conflict zonder de twee partijen gehoord te hebben
  • geen enkele beslissing nemen zonder over de noodzakelijke elementen te beschikken om de knoop door te hakken: haast past niet bij de vereiste te handelen met volledige kennis van zaken
  • een duidelijke en eenvoudige taal gebruiken: “(…) maar uw ja moet ja zijn en uw neen, neen. En wat daar nog bij komt is uit den boze” (Mt 5, 37
  • vastbesloten zijn nooit te blozen omwille van mijn overtuigingen; de waarheid zoeken in alles en de gevolgen daarvan niet vrezen zelfs als ze pijnlijk zijn (“ik heb niet gezondigd tegen het licht”, zei Newman
  • de heilige Geest aanroepen bij het gewetensonderzoek, want ik heb zijn kracht en zijn licht nodig om mezelf te kennen.

    Voor de christen is “waar zijn” ook denken en handelen vanuit het geloof, vanuit de overtuiging kind van God te zijn, verzekerd van een eeuwigheid van Liefde in de hemel, vanuit het gebed en de Eucharistie, vanuit het sacrament dat de meest intieme waarheid van onszelf herstelt, het sacrament van de Verzoening. Bij een christen komt de handeling voort uit de contemplatie.

    De passie om de waarheid te verkondigen

    In de relativistische cultuur wordt het verkondigen van fundamentele waarheden — zoals die van het geloof — aangevoeld als een arrogante, irrationele en onverdraagzame houding.

    Hoe kan men in die context dan aan apostolaat doen? Hoe moet men vandaag het geloof doorgeven? Wij hebben deze kwesties reeds in een vorig artikel van deze reeks behandeld. Laten we volstaan met hier aan enkele beschouwingen te herhalen.

    Vooreerst moeten we een misverstand uit de weg ruimen en dan iets verduidelijken. Het misverstand: de waarheid die wij doorgeven is geen menselijke aanmaak. Het is een openbaring van God met dankbaarheid ontvangen, en een gave om te delen (men mag de waarheid die redt niet voor zichzelf behouden). De verduidelijking: de waarheid die wij verkondigen is een persoon, de Persoon van Jezus Christus, en deze Persoon is de Liefde. Er is geen beminnelijker Waarheid.

    Om van Christus te getuigen is er maar één manier: heilig zijn, volledig vereenzelvigd met Christus, Christus die te midden van de mensen langskomt zijn, kunnen zeggen zoals de heilige Paulus: “Ikzelf leef niet meer, Christus is het die leeft in mij” (Gal 2, 20). De heiligen zijn de eerste predikers want zij openbaren niet hun eigen ideeën of persoon, maar het gelaat van Christus.

    Nog een laatste opmerking: “de passie voor de waarheid” is een dubbelzinnige uitdrukking. Deze passie is een enthousiasme, een vuur, maar ook een strijd, een lijden voor de waarheid. Een martelaar is volgens de Griekse etymologie een getuige, maar hij is ook degene die lijdt omwille van zijn getuigenis. Paus Benedictus XVI herinnert er ons aan in Spe Salvi (nr. 38): “(…) ook het vermogen het lijden te aanvaarden omwille van het goede, van de waarheid en de gerechtigheid, is wezenlijk voor de maatstaf van de menselijkheid, want als uiteindelijk mijn welbevinden, mijn ongedeerd blijven, belangrijker zijn dan de waarheid en de gerechtigheid, dan geldt de macht van de sterkste, dan overheersen het geweld en de leugen.”

    Zullen wij bang zijn te strijden en te lijden voor de waarheid? Dat zou een miskennen van de waarschuwing van Jezus zijn: “(…) ieder die Mij zal verloochenen tegenover de mensen, hem zal Ik ook verloochenen tegenover mijn Vader die in de hemel is.” (Mt 10, 33). Bevreesd zijn om in de voetsporen van Christus te treden betekent ook de vreugde mislopen om ons volledig met Hem te vereenzelvigen: “Zalig zijt gij wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil” (Mt 5, 11). De passie voor de Waarheid is de passie voor Christus.

    Stefaan Seminckx is priester, doctor in de Geneeskunde en in de Theologie. Deze tekst werd uit het Frans vertaald door Jos en Helene Van Dyck.