Mag een instelling van gezondheidszorg euthanasie weigeren?

Geschreven door Gregor Puppinck op .

Een paar maanden geleden nam Mgr. Joseph De Kesel, aartsbisschop van Mechelen-Brussel, stelling ten gunste van de institutionele gewetensbezwaren tegen euthanasie. Niet lang geleden heeft een christelijk geïnspireerd rusthuis van Diest geweigerd de euthanasie te laten uitvoeren binnen zijn muren.

 

De Belgische wet erkent het persoonlijke gewetens- bezwaar, maar de vraag is te weten of ziekenhuizen, rusthuizen en andere zorginstellingen ook van dit recht genieten. In een interview van 6 januari, gepubliceerd in Généthique verduidelijkt Grégor Puppinck het debat in het licht van de fundamentele rechten.

 

— Wat denkt u van de Belgische polemiek over het gewetensbezwaar?

Het feit dat het rusthuis de toegang van een dokter die euthanasie kwam uitvoeren op een van haar residenten heeft geweigerd, is op zich niet verbazingwekkend. De daarop volgende polemiek is het gevolg van het liberaliseren van euthanasie en brengt een confrontatie van “waarden” in het licht, meer en meer frequent in onze maatschappij. We leven vandaag in een maatschappij die tolerant en pluralistisch is, en die aldus een dubbel niveau van moraal instelt.

De huidige democratische geest zet ertoe aan een uitbreiding van het veld van de individuele vrijheid tegen de “traditioneel” genoemde moraal te aanvaarden, wat leidt tot een grote verdraagzaamheid op collectief niveau. Inderdaad tolereren de individuen de wettiging van euthanasie, van abortus of van het “homoseksueel huwelijk”, want zij zijn van oordeel niet individueel gewettigd te zijn om zich te verzetten tegen wat wordt voorgesteld als de vrijheid van de ander. Wat niet wil zeggen dat deze individuen met deze handelingen instemmen. Het gebeurt ten andere dikwijls dat deze handelingen wettig worden door het inroepen van de verdraagzaamheid en de eerbied voor de verscheidenheid. Wij staan dus voor een dubbel niveau van moraal: een collectief niveau dat wil tolerant, pluralistisch en uiteindelijk tamelijk neutraal zijn, en een individueel niveau waarin ieder persoon individueel zijn overtuiging bewaart.

Dit dubbel niveau van moraal verwekt conflicten. Dit is het geval in deze polemiek, waar iemand de collectieve wet inroept tegen de overtuiging van het katholieke rusthuis in. Door zo te handelen gaat deze persoon in tegen de geest van pluralisme, door een katholieke instelling te willen verplichten mee te werken aan euthanasie.

— Hebben de gezondheidsinstellingen het recht gewetensbezwaren te hebben?

In de strikte zin is het recht op “gewetensbezwaren” enkel gewaarborgd aan personen die een moreel geweten hebben. De instellingen hebben dit ontologisch geweten niet. Instellingen die steunen op morele of godsdienstige overtuigingen hebben niettemin het recht te handelen volgens hun overtuiging.

Zo is in dit geval niet echt het recht op gewetensbezwaar inzake, maar het samenspel van twee fundamentele rechten: het recht van vereniging en het recht op godsdienstvrijheid.

Deze waarborgen de ondernemingen of de verenigingen het recht om te handelen volgens hun overtuiging. In het bijzonder waarborgt dit recht “de autonomie van de godsdienstige instellingen en gemeenschappen”. Dit recht is erkend op het internationaal en het Europees niveau. Het Europees Hof van de Mensenrechten (EHRM) heeft dit recht meermaals erkend, o.a. het recht van katholieke ziekenhuizen om zich te verzetten tegen abortus. Zulks is van toepassing op euthanasie. Ook de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa heeft dit recht bevestigd in haar besluit omtrent het “Recht van gewetensbezwaar in het kader van de wettelijke medische zorgen”. Dit besluit stelt in paragraaf 1 dat “Geen ziekenhuis, instelling of persoon onder druk mag worden gezet, verantwoordelijk worden gesteld of enige discriminatie ondergaan wegens zijn weigering van uitvoering, van onthaal of van bijstand bij een abortus, een geprovoceerd miskraam of een euthanasie (...) om welke reden ook” (PVRE, Besluit 1763 [2010] van 7 oktober 2010 over “Het recht op gewetensbezwaar in het kader van de wettelijke medische zorgen”)

— Een van de argumenten die worden ingeroepen tegen het gewetensbezwaar van de instellingen berust op het feit dat ze door de gemeenschap worden gefinancierd. Wat is er daarvan?

Een privé-instelling is niet verplicht alles te doen wat de wet toelaat om de enkele reden dat ze subsidies ontvangt. Meer nog, het akkoord dat de Staat en de gezondheidsinstelling bindt, kan deze niet geheel het genot van zijn fundamentele rechten ontnemen. Het is duidelijk dat deze instelling nooit heeft verzaakt aan het genot van haar godsdienstvrijheid, en ik kan mij niet verbeelden dat de Belgische regering het inzicht zou hebben gehad deze vrijheid te schenden.

Het gewetensbezwaar is niet verbonden aan een financieringsvraag. Het feit subsidies te ontvangen verandert niets aan het morele oordeel dat men kan hebben over euthanasie. In bepaalde landen wordt een ruim deel van de artsen betaald door de Staat; zij behouden echter hun recht op gewetensbezwaren.

— Hoe de conflicten oplossen die voortkomen uit het dubbele niveau van moraal?

Men moet een houding aannemen van verzoening en niet een van oppositie van rechten. Zo is de benadering van de Raad van Europa: het behoort aan de Staat zowel het fundamenteel recht op gewetensbezwaren te verzekeren (en bij analogie de eerbied voor het principe van autonomie) als tevens het recht beroep te doen op wettig verklaarde handelingen, in casu euthanasie. Het EHRM heeft zulks bevestigd betreffende de abortus. Het behoort aan de regering het medische of sociale stelsel zo te organiseren dat zowel het ene als het andere recht wordt geëerbiedigd. Maar het “recht op abortus” dat in een Staat wordt erkend mag geenszins het fundamenteel recht op gewetensbezwaar, dat gewaarborgd wordt door de mensenrechten, beperken. Het is hetzelfde voor euthanasie: de vrijheid van godsdienst en geweten is een Recht van de Mens, zij gaat boven het “recht op euthanasie” dat slechts een wettelijke waarde heeft, intern aan België.

In casu heeft de resident van dit rusthuis de confrontatie gekozen ten einde deze godsdienstige instelling te dwingen zich te plooien naar zijn eigen overtuiging om zijn recht boven dit van deze instelling te doen gaan: dit is allesbehalve verdraagzaam en pluralistisch. Dit is nog meer ergerlijk vermits hij bij zijn verzoek tot opname in een katholieke instelling moest weten dat deze zich zou verzetten om een euthanasie te aanvaarden. Deze houding is niet correct.

Daarentegen is het een benadering tot verzoening die men moet kiezen. De verzoening in dit geval zou voor deze persoon zijn een andere plaats te kiezen om euthanasie toe te passen, wat hem werd voorgesteld.

De confrontatie kiezen komt erop neer het recht van de meerderheid te willen doen heersen over dat van de minderheid. Welnu in een democratische maatschappij is het niet altijd het recht van de meerderheid die de bovenhand heeft — anders gaat het om een dictatuur van de meerderheid —, maar het zoeken naar gelijkheid voor personen in hun mogelijkheid effectief hun fundamentele rechten uit te oefenen.

Grégor Puppinck is sedert 2009 Directeur van het Europees Centrum voor Recht en Rechtvaardigheid (ECLJ- Straatsburg) Hij is deskundige bij de Raad van Europa. Dit interview werd gepubliceerd op 6 januari 2016 onder de titel « Objection de conscience des établissements de santé : entre morale collective et morale personnelle ». Bron: http://genethique.org/fr/objection_de_conscience_des_etablissements_de_sante_entre_morale_collective_et_morale_personnelle. Deze tekst werd uit het Frans vertaald door Walter Van Goethem.

 

 

 

 

Wat aartsbisschop De Kesel gezegd heeft over euthanasie

Geert Lesage – Kerknet – 28 december 2015

Een fragment uit een interview met Jozef De Kesel in het Belang van Limburg van afgelopen zaterdag veroorzaakte een heuse mediastorm. Ten onrechte.

Vraag van Indra Dewitte en Eric Donckier aan mgr. Jozef De Kesel: Een eigen identiteit is dus belangrijk voor u, wat vindt u dan van het hoofddoekenverbod?

Mgr. De Kesel: Als ik eerlijk ben, moet ik zeggen dat ik dat geen goede zaak vind. Een vrouw moet het recht hebben om dat zelf te kiezen. In de jaren 50 droegen vrouwen ook een hoofddoek wanneer ze op straat liepen. Dat het nu verboden wordt, is toch de paradox van een moderne samenleving die de vrijheid als groot parool hanteert?

BvL: Denkt u ook zo over andere ethische kwesties zoals abortus en euthanasie?

Mgr. DK: Daarin heb ik eigenlijk hetzelfde standpunt. Ik kan verstaan dat iemand met een seculiere levenshouding daar geen probleem mee heeft. Maar vanuit mijn geloof is het niet evident. Ik vind dat ik dat mag zeggen en meer nog: ik denk dat we ook op institutioneel niveau het recht hebben om te beslissen dat we dat niet doen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan onze ziekenhuizen. Je bent niet vrij om te kiezen als er maar één keuzemogelijkheid is.

(…)

Waarover het gaat: de euthanasiewet

In tegenstelling tot wat sommige politici vandaag beweren verplicht de euthanasiewet ziekenhuizen en andere verzorgingsinstellingen niet om euthanasie in hun zorgpakket op te nemen. De parlementaire documenten zijn hierover immers klaar, duidelijk en ondubbelzinnig. Een verwijzing naar het verslag van de Kamercommissie voor Justitie (p. 178): De voorzitter (redactie: toenmalig volksvertegenwoordiger Fred Erdman) besluit dat in de juiste interpretatie van het voorliggende ontwerp instellingen het recht hebben om de toepassing van euthanasie te verbieden binnen de muren van de instelling. Geen lid verzet zich tegen deze interpretatie van de voorzitter (DOC 50 1488/009, zittingsperiode 2001-2002). In het verslag van de plenaire zitting wordt dit formeel later herhaald.

Dat wil zeggen dat instellingen, ook als ze de toepassing van euthanasie binnen hun muren niet toelaten, toch ten volle de wet respecteren, de wet die hun deze vrijheid waarborgt.

En wel hierom: de wet creëert immers geen subjectief en nog minder een fundamenteel recht op euthanasie. De wet beperkt zich tot de niet-strafbaarstelling van artsen die euthanasie in de wettelijke voorwaarden uitvoeren. De wetgever heeft dus geoordeeld dat een correcte medische begeleiding bij het levenseinde niet noodzakelijk de mogelijkheid tot euthanasie insluit.

(…)

Bron: https://www.kerknet.be/bisschoppenconferentie/artikel/wat-aartsbisschop-de-kesel-gezegd-heeft-over-euthanasie

 

 

 

 

 

Grote vragen bij vonnis over rusthuis dat euthanasie weigerde

Lieve Wouters – Kerknet – 12 juli 2016

Kerknet kon het vonnis inkijken dat geveld werd over vzw Sint-Annendael Grauwzusters na de weigering van een euthanasie. Wat leren we?

Op 29 juni veroordeelde de burgerlijke rechtbank van Leuven de vzw Sint-Annendael Grauwzusters nadat een rusthuis van de koepel had geweigerd mee te werken aan een euthanasie. De kranten concludeerden — voorbarig, zo blijkt nu — dat zorginstellingen euthanasie niet principieel mogen weigeren.

Professor Wim Distelmans (VUB) sprak na de uitspraak van een precedent: Eindelijk is een dubbelzinnigheid in de wet opgelost. Dat klopt bij nader inzien dus niet.

Wat zegt het vonnis?

1. Het vonnis stelt vast dat beide partijen het erover eens zijn dat een woonzorgcentrum de uitvoering van een euthanasie door een onafhankelijke, externe arts niet mag verhinderen omwille van gewetensbezwaren van de instelling of omdat zij principieel niet wil dat euthanasie wordt uitgevoerd in haar instelling. Het neemt met andere woorden akte van dat feit, zonder te stellen dat die weigeringsvrijheid van de instelling niet zou bestaan. (Een burgerlijke rechtbank gaat niet in op zaken waarover partijen het eens zijn, ndr.)

2. De zorginstelling wordt in het ongelijk gesteld omdat ze aan de familie niet vermeldde dat het probleem voor de uitvoering van de euthanasie erin bestond dat de arts die de euthanasie zou uitvoeren dit niet wenste te doen omdat hij twijfelde aan de wettelijkheid ervan, en dat dus een andere arts gezocht moest worden als men de euthanasie wenste te laten doorgaan. Het vonnis stelt wel dat de arts die weigerde omdat hij twijfelde aan de wettelijkheid, het recht had dit te doen. Maar de instelling mocht zich daarop niet beroepen om de euthanasie, uitgevoerd in de instelling, te blokkeren.

Vragen bij het vonnis

Advocaat Fernand Keuleneer verbaast zich zowel over de middelen, argumenten en strategie van de instelling als over het vonnis zelf: De rechtbank moest vaststellen dat partijen het erover eens zijn dat een instelling volgens de wet niet het recht heeft om te stellen dat euthanasie in de instelling niet wordt toegestaan omwille van gewetensbezwaren of andere principiële redenen.

“Hoogst merkwaardig, want die weigeringsvrijheid bestaat wel degelijk. Ik vind dit een onbegrijpelijk en onaanvaardbaar uitgangspunt, dat verstrekkende gevolgen kan hebben.”

Nog merkwaardiger is dat de instelling dus blijkbaar mag — of moet — gaan shoppen tot er een arts gevonden wordt die van mening is dat de wettelijke voorwaarden wel voldaan zijn, zegt Keuleneer. Hij vraagt zich ook af waarom de instelling geen argumenten aandroeg met betrekking tot de vereiste onafhankelijkheid van de artsen die bij de euthanasie betrokken zijn. (Een burgerlijke rechtbank kan immers enkel voortgaan op argumenten die in de conclusies van beide partijen aangedragen worden.)

De geraadpleegde en de uitvoerende arts (oud-politicus Patrik Vankrunkelsven) zijn immers broers. De wet stelt duidelijk dat het advies onafhankelijk moet zijn.

Bron: https://www.kerknet.be/kerknet-redactie/artikel/grote-vragen-bij-vonnis-over-rusthuis-dat-euthanasie-weigerde

Tags: Maatschappij Euthanasie Bioethiek